Hij gaat over lijken

Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s Deze week: de Carrièretijger Type eikel. Is diep gegaan om te komen waar hij is. Zijn pragmatisme is legendarisch

Als iemand vraagt wat hij doet, zegt hij dat hij ‘toegevoegde waarde’ creëert. Doet hij ook: die jongen met die grote mond heeft hij laatst laten ontslaan, zijn bedrijf zit op de beurs en zijn auto zet hij altijd op de invalidenplaats.

Die gehandicapten krijgen al genoeg premies.

Dit is de carrièretijger.

Type eikel, slim, hol vat. Gaat over lijken. Is niet moe te krijgen en werkt zich al twintig jaar he-le-maal de pleuris. Is diep gegaan. Sliep op zijn dertigste met de personeelsdirecteur om een grotere leaseauto te krijgen.

Dat was trouwens een prima kippetje.

In zijn slipstream kom je overal. Als hij je kan gebruiken, betaalt hij de sjampoepel en rekent hij af met je vijanden. Hij heeft lef, zijn inzet is legendarisch en een voorbeeld voor allen. Hij weet altijd het eerst van de pegels, de percentages en wie het met wie doet.

Maar verwacht geen filosofische vergezichten, persoonlijke bevliegingen of een REDEN waarom hij doet wat hij doet. Zijn werk is slechts een zetel, een voertuig naar boven. Zijn pragmatisme is legendarisch. Zo ging hij op polo omdat hij dan dichter bij de baas zat.

Nu is hij het zelf.

Hij heeft overal net kort genoeg gezeten. Want anders krijg je maar een hekel aan jezelf. Zwangerschapsverlof? Als hij kon, schafte hij het af. Amerika doet er ook niet aan. Heeft hij trouwens een tijdje gezeten, in Chicago. Wat een stad. Daar hebben ze geen vakantie. Natuurlijk werd zijn gezin er doodongelukkig. En heeft hij zijn kinderen de eerste tien jaar nooit wakker gezien. Maar het is ook belangrijk dat ze een voorbeeld hebben. Een vader die zijn targets haalt. Een moeder die thuis zorgt dat alles op rolletjes loopt, en vreemdgaan doet hij altijd discreet. Hij is een tijger, hij wordt bewonderd.

Hoor je hem verder niet over.

Hij is gevormd eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Mooie tijd. Toen alles nog mogelijk was en je overal Engelse woorden voor gebruikte. Zelf was hij een ‘hipo’, toen, een high potential. Dat stond op posters voor carrièrebeurzen: ‘Hipo’s gezocht’. En dan had je ontbijtsessies met de topman van Philips of Nestlé, en ging je een traineeship doen bij een multinational. Unilever, Shell, of anders minmaal Coopers.

Zijn vriendjes kent hij van Vindicat.

Zijn eerste job was Pampers bij Procter. Daarna Oil of Olaz, Gillette en Head & Shoulders. Of je nou luiers, verzekeringen of mensenrechten verkoopt. Uiteindelijk gaat het erom dat je mee kan praten met de mannen en ’s avonds kan parkeren voor je eigen deur met je BMW met die geile hoge banden.

Het is trouwens prima shampoo.

Nu is de finish in zicht. Nog maar 23 jaar werken, dat gaat hij zeker halen. Twijfel is zo’n waste of time. Dan zouden bovendien al die jaren van zich kapot werken voor niks zijn geweest.

Wat soms wél lastig is: hoe hoger hij komt, hoe minder mensen hij naast zich vindt. En hoe leger hij zelf wordt, uiteindelijk net zo leeg als zijn bureau.

Maar opgeruimd staat netjes.