En toen was Pronk écht weg

Partij-icoon Jan Pronk verlaat de PvdA om principiële redenen. Maar in zijn lange politieke carrière was hij vaak ook pragmatisch.

Kritiek op zijn partij had hij al jaren. In de bijna vijf decennia die Jan Pronk doorbracht in de politiek, liet hij zich consequent gelden als het linkse geweten van de PvdA. Maar nu heeft heeft het 73-jarige partij-icoon de ultieme consequentie verbonden aan zijn kritiek: hij zegt zijn lidmaatschap op.

Pronk maakte zijn besluit gisteren bekend in een lange, soms bitter getoonzette brief op zijn website. De kern van zijn kritiek: de PvdA heeft zich door de coalitie met de VVD té ver verwijderd van de idealen van de sociaal-democratie. „Ik blijf sociaal-democraat. Juist daarom voel ik mij niet langer thuis in de PvdA.”

Zo is Pronk furieus over het loslaten van de 0,7-procentsnorm voor ontwikkelingshulp. „Dit is geen foutief beleid, maar een verloochening van een kernbeginsel.” Nóg ernstiger rekent hij PvdA-leider Samsom aan dat hij tekende voor het strenge vreemdelingenbeleid – en dan met name de strafbaarstelling van illegaliteit. „In plaats van meer solidariteit ademt het akkoord een geest van discriminatie.”

Ook heeft Pronk harde kritiek op het functioneren van de partijdemocratie onder Samsom: „Het debat is een vraag- en antwoordritueel geworden. De uitkomst staat van tevoren al vast: applaus!” De partijleider zou het verzet in eigen gelederen over illegaliteit hebben „weggemasseerd” met „halve waarheden” en „loze beloften”.

Achtenveertig jaar en vijf maanden is Jan Pronk lid geweest van de PvdA. In totaal was hij zeventien jaar minister. Met zijn compromisloze idealisme en niet-aflatende pleidooien voor de Derde Wereld bouwde hij een grote schare bewonderaars op in de partij – al kregen sommige PvdA’ers ook wel eens genoeg van zijn gedram. Bij verkiezingen kreeg Pronk altijd grote hoeveelheden voorkeurstemmen.

Maar Jan Pronk is in zijn lange carrière niet uitsluitend de hoeder van linkse idealen geweest waarvoor hij zich graag uitgeeft. Hij was een groot bewonderaar van Joop den Uyl, in wiens kabinet (1973-1977) hij als piepjonge minister voor Ontwikkelingssamenwerking diende. Maar hij behoorde ook tot de PvdA’ers die de nieuwe leider Wim Kok eind jaren tachtig naar het politieke midden duwden. Anders, zo vreesde hij, dreigde voor de sociaal-democraten voor altijd de oppositie. Pronk schreef het rapport Schuivende panelen, dat een sfeer van pragmatisme ademde en de opmaat zou blijken tot hernieuwde regeringsdeelname van de PvdA – en dertien jaar onafgebroken ministerschap.

Pronk was ook groot voorstander van de paarse kabinetten in de jaren negentig. Hij was een vaste bezoeker van het geheime Des Indes-beraad, dat de weg bereidde voor samenwerking met de ideologische tegenstanders van de VVD. En als minister in Paars II ging hij – ondanks bezwaren – uiteindelijk akkoord met een aanzienlijke verscherping van het vreemdelingenbeleid.

Na de Fortuyn-revolte van 2002 verruilde Pronk de Haagse politiek voor een internationale carrière. Toch bleek hij de deur niet definitief achter zich te hebben dichtgetrokken: enkele jaren later stelde hij zich tot ieders verrassing kandidaat als PvdA-voorzitter. Hij wilde de partij redden uit handen van Wouter Bos, die hij veel te rechts vond.

Tijdens de verkiezingsstrijd polariseerde Pronk er lustig op los. Toen een aantal partijprominenten zich openlijk tegen zijn kandidatuur keerde, sprak hij in deze krant over „een heel bewuste, geregisseerde dolkstoot, waarover vergaderd is”. Uiteindelijk kende de verkiezing een bizarre ontknoping. Pronk haalde de meeste stemmen, maar vanwege het ingewikkelde kiessysteem legde hij het toch af tegen Lilianne Ploumen – die nu als minister vorm geeft aan het door Pronk zo verafschuwde ontwikkelingshulpbeleid.

Pronk zal geen lid worden van een andere partij, zo laat hij in zijn afscheidsbrief weten. Hij is ook niet van plan „activistisch te gaan ageren” tegen de PvdA.

Afscheidsbrief Pronk: pagina 15