Column

Een blik op Amerika, ’n steekje van afgunst

‘I’m having what she’s having.” Dat zegt de vrouw aan het tafeltje naast Meg Ryan tegen de ober, nadat Ryan in het restaurant een overtuigend orgasme fingeert in de film When Harry Met Sally.

Deze beroemde scene, die overigens Ryans doorbraak betekende, lijkt steeds meer van toepassing op Europa’s houding tegenover de Verenigde Staten. Kijk naar de jongste cijfers aan de andere kant van de Atlantische Oceaan: de index voor het consumentenvertrouwen steeg deze maand van 69 punten naar 76.2 punten, ver boven de verwachting van analisten. Volgens economen van ING is dit vertrouwen, dat het hoogst is sinds begin 2008, consistent met een groei van 2 procent voor de consumptieve bestedingen. De huizenprijzen bleken in Amerika gestegen te zijn met 10,9 procent op jaarbasis. De vooruitzichten voor het begrotingstekort verbeteren, ondanks alle ruzie daarover, en de staatsschuld wordt geacht keurig te gaan dalen.

Dat laatste mag ook wel, want Amerika heeft het begrotingstekort ver laten oplopen en de staatsschuld is hoger dan die van het gemiddelde van de eurozone. De Amerikaanse banksector staat intussen te boek als redelijk stevig en gekapitaliseerd en is op die manier op zijn minst geen hinderpaal voor de kredietverlening en de economische groei – hoewel kredieten aan het bedrijfsleven anders dan in Europa voornamelijk via de financiële markten en niet via de banken lopen.

De Amerikaanse centrale bankier Ben Bernanke zei vorige week al dat het uitzonderlijk ruime monetaire beleid, waaronder de aankoop van 85 miljard dollar aan aankopen van leningen op de financiële markten, de komende maanden kans loopt te worden ingeperkt als de economie verder aantrekt.

De beurs schrok daar even van, maar zette vervolgens haar opmars voort met een stijging van 1,5 procent gisteren, tot op een haar na een evenaring van het record van 1.669 punten van vorige week. De rente op staatsleningen is stevig aan het oplopen, met een stand van 2,18 procent vanmorgen voor tienjaars-staatsobligaties. Dat is de hoogste stand sinds een jaar, en mogelijk slecht nieuws voor de overheid en de huizenmarkt, maar kan net zo goed worden gezien als een teken van normalisering.

Doen de Verenigde Staten alles goed? Natuurlijk niet. Zo schreeuwend goed is het nieuws nu ook weer niet: een verwachte economische groei van een procent of twee kan jaloersmakend klinken, maar is mager voor een economie waarvan de bevolking relatief snel groeit. En het is heel goed mogelijk dat er een nieuwe zeepbel blijkt te zijn opgeblazen om de vorige te boven te komen – in kort bestek een aardige samenvatting van het Amerikaanse monetaire beleid van de afgelopen twintig jaar.

Maar het steekt in Amerika allemaal wel erg rooskleurig af ten opzichte van Europa. Of het begrotingsbeleid van de Verenigde Staten in zo’n laat stadium nog zinvol kan worden nagevolgd is de vraag. Maar die grote schoonmaak onder de banken, die in de VS meteen na de crisis rigoureus ter hand werd genomen en in Europa achterwege bleef, die is in ieder geval wél jaloersmakend. Maar, eh, wat aten ze die avond in de herfst van 2008 nu precies bij de Treasury?

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.