De oorlog in Syrië en wij

Handenwringend heeft de Europese Unie tot nu toe aangezien hoe de burgeroorlog Syrië steeds verder verwoest. Wat zich daar voltrekt, is hartverscheurend. Zeker 80.000 Syriërs zijn in het geweld omgekomen, en het einde is nog niet in zicht. Van de 23 miljoen Syriërs zijn er vier miljoen in eigen land ontheemd en twee miljoen de grens over gevlucht.

De vrees dat het conflict zich niet tot het Syrische grondgebied zou beperken, komt nu uit in Libanon. Daar vallen al maanden doden bij gevechten tussen voor- en tegenstanders van de Syrische president Assad. En bovendien geeft Hezbollah, de best georganiseerde en best bewapende machtsfactor in Libanon, zijn bondgenoot Assad massale militaire steun.

In die groeiende chaos hield de Europese Unie tot nu toe vast aan een verbod om wapens te leveren aan de partijen in deze oorlog. Dat was een moeilijke, maar verstandige keuze. Moeilijk, omdat steun aan het verzet tegen het bloedige regime van Assad voor de hand lijkt te liggen. Verstandig, omdat het gevaar groot is dat wapenleveranties aan de intens verdeelde oppositie de strijd wel zullen verhevigen, maar een oplossing niet dichterbij zullen brengen.

Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vinden die redenering niet langer geloofwaardig. Zij hebben er nu voor gezorgd dat het Europese wapenembargo niet wordt verlengd. Tot 1 augustus zullen ze nog geen leveranties doen, maar daarna willen ze bepaalde oppositiegroepen wapenhulp gaan geven.

Dit vooruitzicht zou Assad onder druk zetten, is hun argument, om te gaan onderhandelen over een politieke oplossing. Ook zouden op deze manier gematigde groepen binnen de sterk verdeelde oppositie versterkt kunnen worden tegen de dominante jihadisten en extremisten, die militair aanzienlijk effectiever zijn.

Het zijn geen sterke argumenten, en een strategie is het al helemaal niet. Uiteindelijk zal een politiek akkoord aan deze burgeroorlog een einde moeten maken. Maar Assad, die militair nu de overhand heeft, zal niet opeens inschikkelijk worden door het vooruitzicht dat de rebellen wapens van de Britten en de Fransen krijgen.

Ook de militaire balans zullen deze wapenleveranties niet doen doorslaan, want wapens geschikt om de tanks en vliegtuigen van Assad te bestrijden, zullen Londen en Parijs ook weer niet willen leveren. Het gevaar is veel te groot dat die in verkeerde handen vallen, of elders in de regio gebruikt worden, bijvoorbeeld tegen Israël.

Hoe frustrerend ook, veel kunnen de Europese landen op dit moment niet doen om een eind aan deze oorlog te maken. Ze hadden het wapenembargo beter kunnen verlengen en steun geven aan de pogingen om onderhandelingen op gang te brengen.