Coalitie wil oppositie nu liefst passeren

Terwijl de Tweede Kamer gisteren op tilt sloeg over bezuinigingen, voltrok zich in de senaat iets kleins dat bepalend kan zijn voor het kabinet.

Daar gaan we weer. De minister van Financiën maakt één – inhoudelijk weinig controversiële – opmerking over de economische situatie en de bezuinigingsdiscussie barst in volle hevigheid los. Jeroen Dijsselbloem had inmiddels kunnen weten dat van elk woord dat hij zegt de gemoederen op tilt kunnen slaan.

Toen hij gisteren in zijn wekelijkse interview bij RTLZ zei „je hoeft geen whizzkid te zijn om te begrijpen dat met de verdere verslechtering van de economie de problemen eerder groter zijn geworden de afgelopen maanden, dan kleiner”, wilden Tweede Kamerleden van de oppositie onmiddellijk met hem in debat. „Over de winstwaarschuwing van de minister en het verwachtingenmanagement van het kabinet in de richting van de Kamer”, zoals Eddy van Hijum (CDA) het omschreef. Hij bedoelde: als het kabinet nu al heeft besloten dat er definitief extra bezuinigd wordt, wanneer mag de oppositie daar dan over mee praten?

Inspraak was immers beloofd. Eerst bij het bezuinigingspakket van 4,3 miljard euro dat het kabinet in maart presenteerde. En opnieuw nadat dat pakket in het sociaal akkoord van tafel was gehaald. Zonder duidelijkheid over de wijze waarop het begrotingstekort onder de Europese norm van 3 procent wordt gehouden, dreigen oppositiepartijen plannen op het terrein van onderwijs, zorg en sociale zaken niet te steunen. De oppositie, D66 voorop, doet er alles aan om de minderheid van VVD en PvdA in de Eerste Kamer uit te buiten.

Een veel gehoorde redenering is dat het kabinet er zelf baat bij heeft om zo rap mogelijk een bezuinigingspakket samen te stellen. Want hoe later het gat gedicht moet worden, hoe groter de kans dat het alleen met lastenverzwaring kan. Dat wil de VVD pertinent niet. Ook Dijsselbloem benadrukte gisteren dat problemen vooral aan de uitgavenkant van de begroting moeten worden opgelost. Haast lijkt geboden.

Maar er klinkt ook een ander geluid binnen de coalitie, met name bij de VVD. Een wens zich niet langer door de oppositie te laten gijzelen. Zullen we eindelijk eens gewoon gaan regeren. Met de eigen meerderheid maatregelen en begrotingen door de Tweede Kamer loodsen. En dan maar zien of die senaat écht het obstakel blijkt waar oppositiepartijen mee dreigen.

Bij de oppositie wordt daar smalend over gedaan. „Laat ze maar komen”, zegt een D66’er. „Iedereen weet dat de Eerste Kamer weldegelijk politiek bedrijft.”

Maar op een heel ander terrein gebeurde er gisteren iets opmerkelijks in de senaat. De meerderheid van de CDA-fractie stemde vóór een wet over koopzondagen waar de partij in de Tweede Kamer tegen was. Senator Gerrit Terpstra wil niet dat winkels nog vaker op zondag open zijn. „Maar als je de nieuwe wet sec beoordeelt, zoals het ons hier in de Eerste Kamer ook betaamt, dan is deze beter dan de huidige”, legde hij uit.

Het is tekenend voor het CDA. Dat heeft in de Tweede Kamer onder Sybrand van Haersma Buma onvoorwaardelijk voor stevige oppositie gekozen. Maar in de Eerste Kamer zitten meer christen-democraten van het oude stempel. Daar zijn ze niet per se tegen om het tegen zijn.

Dijsselbloem heeft zich vorige maand al eens optimistisch uitgelaten over de senaat. Na een ministerraad weersprak hij de suggestie dat begrotingen in de Eerste Kamer zouden worden weggestemd als daarover niet eerst met de oppositie overeenstemming is bereikt. Laten we het maar eens zonder proberen, lijkt ook de minister te redeneren.

In het interview gisteren leek Dijsselbloem niet van plan om de oppositiepartijen een al te grote stem te geven in de bezuinigingsplannen. „We gaan zeker met ze praten” zei hij. Maar, voegde hij toe „dat zullen geen grote onderhandelingen worden, maar [...] verkennen wat de wensen en mogelijkheden zijn”.

Akkoorden, binnen of buiten het parlement, kosten altijd geld, zo weet de minister van Financiën. Geld dat er niet is. „De mogelijkheden zijn beperkt, dus hopelijk zijn de wensen ook beperkt”, zei hij.

Dijsselbloem zal ook die woorden bewust gekozen hebben. En daar sloeg niemand op aan.