Claimimperiumpje uit Heerhugowaard

De 33-jarige Ferdy Roet boekt met zijn stichting Loterijverlies een grote overwinning op de Staatsloterij. Roet is de man achter diverse en uiteenlopende claims.

Spelers werden onjuist voorgelicht. Foto Evert-Jan Daniels

Ferdy Roet stond in 2008 onder de douche toen hij op het idee kwam een collectieve rechtszaak te beginnen tegen de Staatsloterij. In 2007 zag hij een aflevering van televisieprogramma Radar waarin werd onthuld dat de Staatsloterij minder prijzen uitkeert dan wordt gesuggereerd.

Gisteren was voor de 33-jarige jurist „de mooiste dag van mijn leven op de geboorte van mijn dochters na”. Het gerechtshof Den Haag gaf in tegenstelling tot de rechtbank in 2010 zijn stichting Loterijverlies wel gelijk en oordeelde dat de Staatsloterij spelers van 2000 tot en met 2007 misleidde met prijzen die op niet-verkochte loten vielen.

Roet staat aan de voet van een klein claimimperium aan de Jan Duikerweg in Heerhugowaard. Na de stichting Loterijverlies uit 2008 richtte hij in 2009 de Stichting Meldpunt Collectief Onrecht (SMCO) op: een verzamelplek voor burgers die zich gedupeerd voelen van het een of ander. „U klaagt, wij klagen aan”, is de bedrijfsslogan.

Uit SMCO kwamen sindsdien andere claimstichtingen voort zoals de stichting Belverlies die tegen KPN en Telfort procedeert vanwege het niet informeren over het afronden van telefoongesprekken op minuten in plaats van seconden. Ook werft SMCO mensen die willen klagen over onder meer SNS, hypotheekbemiddelaars en erfbelasting. SMCO wordt geflankeerd door Morand Juristen, eveneens van Roet en gevestigd in hetzelfde pand in Heerhugowaard. Volgens Roet vertegenwoordigt SMCO zo’n 33.000 gedupeerden in uiteenlopende zaken, het totaal te vorderen bedrag voor al die gedupeerden loopt potentieel in de honderden miljoenen.

Roet is jurist, geen advocaat. Dat heeft voordelen voor zijn businessmodel. Advocaten mogen namelijk niet op no cure no pay-basis opereren, juristen wel en daarop draait zijn bedrijfsvoering. Roet richt een stichting op en werft bij voorkeur middels media-aandacht zijn gedupeerden. Die betalen vervolgens inschrijfgeld (bij de Staatsloterij 25 tot 35 euro) en tekenen ervoor dat Roet een percentage van het bedrag mag houden dat hij middels een juridische procedure of schikking binnenhaalt (bij de Staatsloterij 15 procent).

Dat klinkt lucratief. Een rekensom leert dat de 23.000 gedupeerden van de Staatsloterij met het inschrijfgeld van 25 tot 35 euro Roet zo’n acht ton hebben opgeleverd. Maar volgens de jurist klinkt het mooier dan het is. „Dat is ongeveer vijf ton exclusief btw, maar in deze zaak heb ik 1,8 miljoen aan kosten gemaakt.”

In Heerhugowaard heeft hij tien mensen in dienst en afhankelijk van de claimzaken een leger externen. Denk bijvoorbeeld aan taxateurs, SMCO helpt namelijk ook bij WOZ-beschikkingen. Collectieve rechtszaken zijn bovendien hard werken. „Je moet toch je eigen werk verzinnen.” Er is het werven en voorlichten van gedupeerden en het onderzoek en juridische werk om een zaak te winnen. „We hebben ook wel eens professoren die ons bijstaan, die kosten vijfhonderd euro per uur.”

Bij het werk van Roet doemt al snel de associatie met de volledig uit de hand gelopen Amerikaanse claimcultuur op. Maar daar wil Roet niets van weten. „Het is wel zo dat de bedrijven mensen onrecht hebben aangedaan. Die moeten hun recht mogen halen. Anders worden bestuurders ook niet geprikkeld om zich aan de regels te houden.”

Of de Staatsloterij-zaak Roet en de leden van zijn stichting naast gelijk ook geld oplevert moet blijken. Roet zegt de Staatsloterij binnenkort te benaderen en hoopt vooralsnog op een schikking „van enkele honderden euro’s” per gedupeerde vaste Staatsloterij deelnemer. Al gaat het gaat hem en zijn achterban niet alleen om het geld, bezweert hij. „De Staatsloterij moet niet zo arrogant doen en laten zien dat ze klanten serieus nemen. Erkennen dat ze fouten hebben gemaakt. Daar gaat het de mensen om.”