'Als in een tragedie roept hij een vloek over zich af'

Het Nationale Toneel repeteert Het stenen bruidsbed, naar de roman van Mulisch. Jeroen Spitzenberger speelt ‘op het hellende vlak tussen schuld en onschuld’.

„Stel je voor: in het oorlogstoneel van de Tweede Wereldoorlog vliegen bommenwerpers boven een vuurzee, waaruit rookwolken opstijgen. De piloten zien niets van de stad die verwoest gaat worden. De navigator geeft de juiste coördinaten aan en de bommen gaan los.” Regisseur Johan Doesburg van het Nationale Toneel in Den Haag repeteert met hoofdrolspeler Jeroen Spitzenberger aan de toneelvoorstelling Het stenen bruidsbed (1959), naar de gelijknamige roman van Harry Mulisch. Doesburg vervolgt: „Vervolgens zwenken de vliegtuigen af. Alsof er niets is gebeurd.”

Het is een treffend detail dat Doesburg uit de roman licht. Die rook maakt de stad en de bewoners daarin anoniem en onzichtbaar. Hierdoor komt de schuldvraag van hoofdpersoon Norman Corinth in een ander licht te staan. Is hij wel schuldig? Het is oorlog en hij handelt in opdracht van de Amerikaanse geallieerden om vijand Duitsland te verslaan.

Hoofdrolspeler Jeroen Spitzenberger vult aan: „Er is een andere scène uit het boek die Corinths schuldige betrokkenheid groter maakt. Tijdens de terugvlucht richten de piloten hun mitrailleurs op een groep vluchtelingen. Ze doden deze mensen die zich het water van de Elbe in veiligheid proberen te brengen. Dat geldt echt als een oorlogsmisdaad.” Voor Spitzenberger bevindt Norman Corinth zich op het hellende vlak tussen schuld en onschuld: als gevechtspiloot meehielp Dresden te verwoesten, is hij onschuldig. Dezelfde gevechtspiloot doodde tijdens die missie onschuldige burgers, vluchtelingen. Spitzenberger: „Oorlogshandelingen als het bombarderen is ‘machinewerk’, het is doden in opdracht. Maar Corinth en de zijnen gaan een stap verder, ze handelen buiten het protocol. Hiermee legde hij zijn vermeende heldenrol in de waagschaal. De vraag die ik mij als Corinth stel, zeker in deze tijd van repeteren en voorbereiden, is of een mens autonoom kan handelen. Corinth heeft zichzelf in moreel opzicht in diskrediet gebracht. Als in een klassieke tragedie roept hij een vloek over zichzelf af.”

Het bombardement op Dresden met een machtsvertoon van 1340 vliegtuigen was volgens Doesburg „zinloos”. Het was februari 1945, de Tweede Wereldoorlog was zo goed als voorbij. Tijdens een repetitie in Koninklijke Schouwburg blijkt hoe Doesburg die zinloosheid visualiseert: acteur Spitzenberger en zijn tegenspeler Stefan de Walle als professor Schneiderhahn, een Duitser die voor de buitenlandse spionagedienst werkte, staan tot aan hun enkels in schedels. De speelvloer is een reusachtig staketsel van losse balken, als ruïnes van de vernietigde stad. Doesburg: „De roman begint in 1956, elf jaar na het bombardement. Corinth is een welgesteld tandarts in het Amerikaanse Baltimore. Hij gaat in op de uitnodiging voor een congres in Dresden. Keert dus terug op de plek des onheils. Hiermee bezegelt hij feitelijk zijn lot. Dat gooien van de bommen destijds gold voor hem als een abstractie. Maar nu, in 1956 in Dresden, ziet hij hoe verschrikkelijk kapot de stad nog altijd is. Desondanks voelt hij zich een ‘heroïsche strijder’, totdat Schneiderhahn laat doorschemeren dat hij op de hoogte is van Corinths schietpartij. Die afschuwelijke waarheid slaat de grond weg onder zijn voeten. In dit opzicht is Het stenen bruidsbed een louteringsroman.”

Voor acteur Spitzenberger is het tijdsverschil tussen 1945 en 1956, tussen oorlogstijd en de na-oorlogse tijd, een cruciaal gegeven in de invulling van zijn rol: „De Corinth van ‘45 is niet dezelfde Corinth van elf jaar later. Daarom gaat voor mij de voorstelling het allermeest over identiteit. Corinth zoekt het verleden op, hoe fataal die confrontatie ook is. Zou de oudere Corinth net zo gehandeld hebben als de jongere versie van zijn eigen ik? De man van toen is niet de man van nu. Je bent het wel en je bent het niet. Aanvankelijk waanden Corinth en zijn kameraden zich als de goede geesten uit de Griekse tragedie Oresteia. Het kwaad dat het gezicht van Duitsland had, moest verdelgd worden. Als acteur stel ik voortdurend vraagtekens bij het handelen van Corinth. Hij kon weten dat het Dresden-bombardement óók een misdaad is, een van de grootse uit de Amerikaanse oorlogsgeschiedenis. Ik vond houvast voor mijn rol in de visie van Hannah Arendt die schrijft over de ‘banaliteit van het kwaad’ en de ‘boekhoudkunst van de vernietiging’. Dat rationele aspect houdt de grote emotionele kracht van de roman in evenwicht.”

De lading van het boek en de theatervoorstelling van Het stenen bruidsbed schuilt voor Doesburg in de homerische zangen waarin Mulisch het verhaal Corinth giet: „Theater is voor mij geworteld in literatuur. Al bij mijn eerste leeservaring zag ik het boek voor me, vooral dat begin is weergaloos zoals Corinth op vliegveld Tempelhof in West-Berlijn ‘uit de lucht gevallen op het beton stond’. In diepste wezen roept de oudere Corinth daarginds in het verwoeste Oost-Duitsland: ‘Bevrijd me van mijn schuld.’ Mulisch schreef een Griekse tragedie, en zo beelden we zijn roman ook uit.”

Het stenen bruidsbed - Nationale Toneel. Première: 1/6 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Aldaar t/m 15/6. Van september t/m november tournee. Inl: nationaletoneel.nl