Afrika is boos op Strafhof

Door te betogen dat het Strafhof in Den Haag met opzet alleen Afrikanen aanklaagt, poogt de president van Kenia aan vervolging te ontkomen.

Het verzet in Afrika tegen het Internationaal Strafhof neemt omineuze vormen aan. Afrikaanse leiders spreken inmiddels van een „raciale klopjacht” door de aanklagers, die volgens hen opzettelijk achter Afrikanen aan gaan. Sommige landen dreigen zelfs alle banden met het in Den Haag gevestigde hof door te snijden.

Het meest recente twistpunt zijn de rechtszaken tegen de Keniaanse president Uhuru Kenyatta en zijn vicepresident William Ruto, die sinds april dit jaar in functie zijn en later dit jaar terechtstaan. Ze worden ervan verdacht in 2008 het verkiezingsgeweld in Kenia te hebben georkestreerd. De Afrikaanse Unie (AU) nam maandag een resolutie aan waarin de VN-Veiligheidsraad wordt gevraagd de zaken terug te verwijzen naar de Keniaanse justitie. Alleen Botswana stemde tegen.

„De Afrikaanse leiders zijn het erover eens dat de werkwijze van het Strafhof in Afrika tekortschiet”, zei de Ethiopische premier en AU-voorzitter Hailemariam Desalegn. „De intentie was een einde te maken aan elke vorm van straffeloosheid, maar nu is het ontaard in een soort raciale klopjacht. Daar zijn wij tegen.”

De focus van het Strafhof op Afrika leidt al langer tot grote controverse op het continent. Het toenemende verzet is tekenend voor de assertiviteit van het economisch snel groeiende Afrika: wij laten ons niet meer de wet voorschrijven. Het is waar dat sinds de oprichting van het Strafhof in 2002 alleen Afrikanen zijn aangeklaagd. Maar wat de Afrikaanse landen gemakshalve vergeten, is dat de meeste zaken door de landen zelf zijn doorverwezen naar het Strafhof. Ook de Keniaanse.

De AU betoogt dat Kenia na de hervorming van de grondwet en het rechtsysteem prima in staat is Kenyatta en Ruto zelf te berechten. Maar mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat vijf jaar na het verkiezingsgeweld nog geen van de verantwoordelijken is aangeklaagd.

Hoewel Kenyatta en Ruto zeggen volledig mee te werken met het Strafhof, doen ze er alles aan hun proces te frustreren. Nadat vicepresident Ruto op 14 mei voor het Strafhof was verschenen, vloog hij meteen door naar Congo Brazzaville, Gabon en Nigeria. Volgens diplomatieke bronnen probeerde hij ze zelfs over te halen het Statuut van Rome, het oprichtingsverdrag van het Strafhof, op te zeggen. Sommige landen pleitten hier inderdaad voor op de AU-top in Ethiopië, maar de meeste durfden deze verregaande stap niet aan.

Kenia stuurde onlangs al een brief naar de Veiligheidsraad met de vraag het proces tegen Kenyatta en Ruto op te schorten. De strekking van de brief was dat bewijs ontbreekt, de aanklagers incompetent zijn, Kenyatta en Ruto na de verkiezingen de steun hebben van de bevolking, dat Kenia uiteen zal vallen als het proces doorgaat en dat de resulterende chaos kan overslaan naar andere landen.

„De boodschap is duidelijk”, schreef Makau Mutua, voorzitter van de Keniaanse Mensenrechtencommissie in de Daily Nation over de brief. „Laat ons met rust of we zullen dit land in de fik steken. Ik zie de VN niet bezwijken voor zulke schaamteloze chantage.” Rwanda was het enige lid van de Veiligheidsraad dat begrip toonde voor de brief.