Achterhoedegevecht

De inval in Utrechts meest bekende kraakpand verliep afgelopen weekend rustig Georganiseerd kraken bestaat nauwelijks meer Is het einde van het kraaktijdperk in zicht?

Veel anarchistische bolwerken zijn culturele vrijplaatsen geworden, zoals hier het dorpje Ruigoord in de Houtrakpolder. Foto Maurice Boyer

Het plein en een muur van het gemeentehuis in Utrecht zitten vol pastelkleurige verfvlekken. De inval die de politie dit weekend deed in Ubica, Utrechts meest bekende kraakpand, verliep rustig. Op wat (afwasbare) verfbommen en vuurwerkpijlen na.

Met de invoering van de Wet kraken en leegstand per 1 oktober 2010 is duidelijkheid gekomen: kraken is strafbaar. Krakers die voor het eerst in aanraking komen met justitie krijgen een boete van zo’n 700 euro. Anderen riskeren maximaal één jaar cel. Zodra het gepaard gaat met geweld of bedreigingen, wordt dat twee jaar. Gemeenten en politie merken dat die celstraf afschrikt, gewelddadig verzet bij ontruimingen komt nauwelijks meer voor. Is het einde van het kraaktijdperk in zicht?

Amsterdam was in 2011 de eerste grote gemeente in Nederland die de mogelijkheden van de Wet kraken en leegstand uitwerkte. Volgens de woordvoerder van burgemeester Eberhard van der Laan zijn er sinds de invoering van de wet zo’n 300 panden ontruimd. Naar schatting zijn er op dit moment nog enkele tientallen kraakpanden in de hoofdstad. Grote ontruimingsronden zoals twee jaar geleden zijn volgens politiecommissaris Leen Schaap, die als algemeen commandant ontruimingen leidt, niet langer nodig. „Het is een achterhoedegevecht geworden. Georganiseerde kraak bestaat haast niet meer.”

Onverwacht bijeffect

In Amsterdam geldt dat niet zomaar wordt ontruimd. Er wordt niets ondernomen wanneer geen aangifte is gedaan door de pandeigenaar en zolang er geen concrete plannen zijn voor heringebruikname. „Deze houding heeft geleid tot een onverwacht bijeffect”, zegt de woordvoerder van de burgemeester. „In drie van de vier gevallen zeggen krakers dat als er een helder bestemmingsplan is voor een kraakpand, zij er vrijwillig uitgaan. Soms liggen de sleutels al klaar.”

In Utrecht, Den Haag en Rotterdam is vergeleken met Amsterdam minder hard opgetreden, maar in die plaatsen is kraken de afgelopen jaren door de gemeente ook niet als groot probleem beschouwd. Er zouden nog slechts enkele kraakpanden zijn, en nauwelijks nieuwe bijkomen.

Antikraak is in opkomst

Hoe kan het dat er minder gekraakt wordt? Doordat de leegstand is toegenomen, is antikraak in opkomst geraakt. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar de Nederlandse Woonbond schatte het aantal antikrakers in 2010 op dertig- tot vijftigduizend. Sommige gemeenten hebben hun leegstandsportefeuille uitbesteed, zoals Rotterdam, waar het beheer sinds twee jaar in handen is van ‘antikraakbureaus’ Villex, Alvast en Camelot.

Daarnaast zijn door de jaren heen tientallen kraakpanden gelegaliseerd: de bewoners krijgen een huurcontract van de eigenaar of kopen het pand dat zij gekraakt hebben. Veel anarchistische bolwerken zijn op die manier culturele vrijplaatsen geworden. De Grote Broek in Nijmegen, het dorpje Ruigoord in de Houtrakpolder en ‘woon- en werkpand’ Vrankrijk in de Amsterdamse Spuistraat zijn daar voorbeelden van. Dankzij dit soort plekken is het beeld van de open en sociale ‘knuffelkraker’ ontstaan; zo heeft Vrankrijk een café, een discussieruimte en een mini-concertzaal en organiseert Ruigoord festivals en housefeesten.

Volgens ex-kraker en Vrankrijk-bewoner van het eerste uur Walter (49), wordt er nog genoeg gekraakt. Wel ziet hij dat het minder gebeurt dan een paar jaar geleden. „Ik denk dat mensen door de intimidatie van een kraakverbod minder snel naar de kraakspreekuren komen.”

Vanuit het raam van zijn woning op de vierde verdieping wijst hij naar de overkant van de straat. „Daar: kraakpand, kraakpand, kraakpand.” Het laatste gebouw dat hij aanwijst is Spuistraat 199, het pand dat als ‘De Slang’ bekend staat. In maart vierden de bewoners hun dertigjarige jubileum. Of ze de 31 jaar zullen halen is onzeker: woningcorporatie De Key heeft het pand opgekocht. Het zou dus kunnen dat de verfbommen binnenkort door de Spuistraat vliegen. Maar waarschijnlijk gaat het dan, net als in Utrecht, om afwasbare verf.