Zomaar te koop: een echt productschap

De productschappen, lobbyclubs voor één bepaald product zoals kip of appels, worden opgeheven. Eén van hen laat het er niet bij zitten en probeert zichzelf – als was het een bedrijf – te verkopen. Bieden kan nog tot vrijdag.

Alles is te koop. De coördinator technisch onderzoek naar fruit, paddenstoelen, tomaat en paprika, bijvoorbeeld. De medewerker met de functie ‘gesloten kas en het nieuwe telen’. Verder: websites, databases met onderzoeksgegevens, het eigendomsrecht op rekenmethodes, statistieken over omzet, consumptie en export. Bieden kan nog tot en met vrijdag.

Na bijna zestig jaar dreigt een einde voor het productschap tuinbouw, net als voor de zestien andere product- en bedrijfschappen. De schappen hebben een dubbele taak: ze houden namens de overheid toezicht op wet- en regelgeving in een bepaalde sector, maar doen namens diezelfde sector ook lobbywerk.

Nu wil het kabinet ervan af, en wel snel. Volgend jaar moeten ze zijn opgeheven, en de mensen ontslaan. Belangrijkste argument: de productschappen kosten het bedrijfsleven geld. Ondernemers moeten een verplichte heffing aan hun schap betalen: in 2011 betaalden de ondernemers gezamenlijk 177 miljoen euro. Als ondernemers iets écht willen, dan regelen ze dat toch lekker zelf, vindt de politiek.

Eén van de productschappen heeft alleen geen zin stilletjes het einde af te wachten. Geen behoefte om negentig werknemers hun dagen uit te laten zitten. Direct na publicatie van het regeerakkoord vorig jaar besloot het bestuur van het tuinbouwproductschap namelijk tot een opvallende actie: de taken van het productschap worden ter overname aangeboden. Het is voor belangstellenden „ontmanteld in hapklare brokken”, zegt voorzitter en oud-minister Agnes van Ardenne (CDA). Vooral partijen uit de sector zelf zullen belangstelling hebben, hoopt Van Ardenne. In het overnamecontract wordt vastgelegd dat de activiteiten nog minimaal twee jaar worden voortgezet.

Het idee borrelde op tijdens een lezing in het land. „Iemand in de zaal riep: veil het gewoon!” Goed idee, vond Van Ardenne, zelf tuindersdochter: „Dat zit in onze genen.” Los daarvan wordt ook het kantoorpand langs de A12 in Zoetermeer verkocht.

Het is zonde om de in tientallen jaren opgebouwde kennis en netwerken verloren te laten gaan, vindt Van Ardenne. Al is ze de eerste om toe te geven dat buiten de agrarische sector haast niemand weet wat een productschap doet. „Officieel zijn we een functioneel gedecentraliseerde overheid. Dat zegt al helemaal niemand iets.” Bekender zijn de schappen door hun leuzen, die soms klassiekers worden. ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees’, bijvoorbeeld. Of: ‘Breek de dag, tik een eitje.’ En eentje uit de tuinbouw zelf: ‘Neem eens wat vaker een bloemetje mee.’

Maar de schappen doen meer dan leuke slogans verzinnen. Neem de ‘groene schoolpleinen’. Steeds meer scholen vervangen hun betonnen vlaktes door platanen, boomhutten, of fruitbomen. Kinderen voelen zich daardoor gelukkiger, ze maken minder ruzie, werken meer samen. Bij het productschap tuinbouw bezien ze dat met vreugde, want het idee komt mede daar vandaan. Het schap liet wetenschappelijk onderzoek verrichten, lobbyde, zorgde voor publiciteit, overlegde met hoveniers hoe ze scholen moesten benaderen.

„We hebben de geesten rijp gemaakt”, zegt Niko Moerman van het productschap. „Ga als teler maar eens in je eentje het groene schoolplein in the picture zetten. Niet te doen.”

Het groene schoolplein is in het kort hoe het productschap tuinbouw werkt: het regelt zaken die goed zijn voor de samenleving, maar ook voor de eigen sector. En als het even kan wetenschappelijk onderbouwd. Zo ontwikkelt het schap een energiezuinige kas en doet het onderzoek naar nieuwe teelttechnieken. Het zijn investeringen die voor één ondernemer vaak niet op te brengen zijn, gezamenlijk kan dat wel. Vorig jaar gaf het tuinbouwschap 73 miljoen uit, er kwam 49 miljoen binnen.

Het productschap tuinbouw is het enige schap dat zichzelf openbaar aanbiedt. Wat dat moet kosten? Het is een experiment, dus niemand die het weet. Er is interesse, zegt Van Ardenne, vooral uit de sector zelf. Kopers zullen waarschijnlijk hun eigen contributie moeten verhogen om het te kunnen financieren. Van Ardenne: „Maar onze medewerkers zijn gewend overal subsidies en financiering bij private financiers te regelen, dus het levert ook weer geld op.” Andere schappen denken nog na en onderzoeken hoe ze in leven kunnen blijven. Maar de tijd dringt. Ongeveer zevenhonderd banen dreigen te verdwijnen.

Onder druk van de kritiek waren de schappen zelf al begonnen met een bezuinigingsoperatie: minder schappen, minder taken, minder mensen, alle schappen concentreren in Zoetermeer. Maar dat ging de Tweede Kamer niet ver genoeg. Die nam in 2011 een motie van oud-Kamerlid Charlie Aptroot (VVD) aan om de schappen helemaal af te schaffen. Het kabinet Rutte II voert die wens nu uit, en dus krijgt Aptroot alsnog zijn zin. Al is het de vraag of hij nu nog zo blij is. Dankzij de opheffing verdwijnt werkgelegenheid uit Zoetermeer en krijgt de stad er een leegstaand kantoorpand bij. Geen pretje voor de vorig jaar geïnstalleerde burgemeester van Zoetermeer. Zijn naam: Charlie Aptroot.