Vintage als remedie voor vervreemding

Hipsters heten de avant-garde te zijn, en populisten een nostalgische achterhoede. Maar eigenlijk hebben ze veel gemeen, betoogt Thijs Kleinpaste.

Twee weken geleden grasduinde ik een middag langs de kraampjes op Smorgasburg, een wekelijks terugkerend evenement in Brooklyn, New York dat een vlooienmarkt combineert met lekker eten. Bij één van de stalletjes stond een setje van vier vintage cocktailglazen te koop voor 35 dollar. Ze zagen eruit alsof ze zich thuis hadden gevoeld in het roaring twenties-decor van The Great Gatsby, maar waren waarschijnlijk een stuk jonger. Omdat ik niet zo vaak cocktailglazen koop, weet ik niet of 35 dollar een gunstige ruil was, maar de prijskaartjes van authentieke tweedehands jasjes, jurkjes, serviezen, kastjes, lampen, blikken trommels en fietsen sterkten me in het vermoeden dat de carrièreperspectieven van vintage uitstekend zijn.

De naam Smorgasburg is een samentrekking van de Zweedse term smörgåsbord (een soort koude tapas) en Williamsburg, de wijk in Brooklyn waarover The New York Times niet uitgeschreven raakt. Smorgasburg is een goede naam: hip & now-liflafjes met een naam uit het daar aanbeden Scandinavië (wie wil kan er in een koffiezaak twee straten verder authentieke Zweedse espresso drinken). Voor degene die zijn van zwerfhout gemaakte vintage kistje heeft afgerekend is er op Smorgasburg zelfgebrouwen limonade van kruiden en fruit te koop, geschikt om een smakelijke grilled cheese – grote hit in New York – mee weg te spoelen, natuurlijk bereid met lokaal geproduceerde kaas.

In de straten rondom Smorgasburg zijn koffietentjes, cafeetjes, tweedehands winkels, galerietjes en een barbier waar je voor vijf eurotientjes authentiek geschoren kunt worden. Er zijn boetiekjes waar je tweedehands kleren voor eerstehands prijzen kunt vinden, chocola kunt kopen in een designwikkel met serienummer en broodjuweliers met een voorraad onvermijdelijke cupcakes die aaibaarheid moeten uitstralen in een verder onverschillige wereld.

Hipsters en Fortuynstemmers

Toch – de dweperigheid vergeven – is Williamsburg een aantrekkelijke plek om te zijn. Waarom is dat?

Misschien is het omdat het voelt alsof je de rest van de wereld er even kunt vergeten. Op een eigenaardige manier staat Williamsburg symbool voor een grote, zeer fundamentele omwenteling in onze cultuur.

Twee woorden vormen de kern van die omwenteling, al worden ze meestal niet met elkaar in verband gebracht – hipsters en populisme. Wanneer ze opduiken in beschouwingen wordt vaak gesuggereerd dat het eigenaardigheden van voorbijgaande aard betreft, variaties op de norm. Eens zal de slinger weer naar het midden bewegen.

Maar wat als het domweg de nieuwe norm is? Wat als het hipsterdom meer is dan de gril van een jonge avant-garde? Het beste van Williamsburg is ook te zien in de etalages van peperdure boetiekjes in West Village en het Meatpacking District, of wie het dichter bij huis zoekt: langs de Utrechtsestraat in Amsterdam en in de Tostifabriek waar koe Els naast een stel varkens staat als onderdeel van een kunstinstallatie die laat zien waar tosti’s vandaan komen.

Het is romantiek, en de romantiek is overal. Die opbloeiende romantiek is niet zozeer kenmerkend voor een select gezelschap hipsters – het vormt een van de centrale eigenschappen van een generatie millennials, en eigenlijk van een heel tijdsgewricht.

Het is de terugtrekking in een wereld die bewust klein en overzichtelijk wordt gemaakt, als tegengif tegen een wereld die juist aan alle kanten uit onze vingers lijkt te glippen. De nieuwe romantiek en de bijbehorende terugtrekking in aantrekkelijke ficties (authenticiteit, lokalisme, mythes over gemeenschapszin) doordesemen westerse samenlevingen, en het hipsterdom is er slechts één verschijningsvorm van.

Anders geformuleerd: er loopt een kaarsrechte lijn van het nieuwrechtse populisme naar de jongens en meisjes die entre nous een festival bezoeken tijdens Into the Great Wide Open. Populisme en romantisch idealisme delen dezelfde voedingsbodem: beide zijn een defensieve strategie, een ontsnappingspoging. Zo bezien waren de Fortuynstemmers uit 2002 de echte avant-garde.

Populisme en de obsessie met authenticiteit komen samen in het bestaan van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Als theoreticus die volkssoevereiniteit voorstelde als de onderwerping aan een ondeelbare, algemene wil, is hij de vader van het populisme én de man die verlangde naar afzondering. Rousseau legde op de helft van zijn leven met een dramatisch gebaar zijn horloge af in een poging te ontsnappen aan de disciplinerende werking van tijd. Draagbare uurwerken waren destijds nieuw, en zijn gebaar van toen is hetzelfde als dat van de mensen die nu aankondigen een jaar zonder internet te zullen leven. Het zegt: ik doe niet meer mee.

Verlangen naar controle

De authenticiteitsobsessie van millennials is weinig meer dan een hippe reactie op hetzelfde unheimische gevoel van verloren controle dat anderen tot politiek populisme drijft. Populisme – zeker nationaal populisme – beroept zich op verschillende soorten mythes over een verloren onschuld, en op de fictie van een verleden dat op de een of andere manier nog gezellig was. De niet-zo-avantgardistische romantiek van een generatie twintigers wordt gevoed door hetzelfde verlangen naar een wereld die puurder en ‘echter’ is dan de onze. Noem het populisme van de can do-klasse.

Scharnierpunt is het gevecht tegen vervreemding en tegen een wereld die zich buiten onze invloedssfeer bevindt – gedeelde kern is een identiek verlangen naar controle, of het nu gaat om het gevoel niet te weten wat er op ons bord ligt, of het vermoeden dat de mensen met macht samenspannen tegen het maatschappelijk welzijn. Williamsburg is meer dan een toevallig hippe wijk, het is instrumenteel aan een manier van leven. Williamsburg is een biotoop die probeert de grote, niet-beheersbare buitenwereld buiten het paradijs te houden.

Daarmee is niet gezegd dat de romantische correctie op een wereld die boven ons hoofd is gegroeid niet deugt – integendeel. In veel opzichten is hij juist noodzakelijk. Het zou alleen goed zijn als de verschillende uitingsvormen ervan, nu geïsoleerd in verschillende lifestyles, over de volle breedte worden herkend voor wat ze zijn: de wens weer thuis te zijn in de wereld. Is die herkenning er, dan kan de romantiek een instrument met grote mobiliserende, politieke vermogens worden. Mogelijk zal die zelfs in staat zijn de pijnlijke scheuren in de samenleving uit de afgelopen jaren te lijmen – om het thuisgevoel een beetje te herstellen.