Column

Vergeten

‘Ga vooral eens naar het museum van Jean-Jacques Henner”, zei Cécile Picoux een jaar of twintig geleden tegen mijn vrouw en mij. Zij was oud-studente van de École nationale supérieure des beaux arts in Parijs, dé Franse kunstacademie. We hadden mooie tekeningen en boekillustraties van haar gezien en namen haar tip dan ook serieus, hoewel we nooit van Henner gehoord hadden.

Ze had geen woord te veel gezegd. Henner (1829-1905) bleek een schilder van prachtige portretten (vooral van kinderen en vrouwen) en religieuze voorstellingen.

Zijn portret van een Italiaans meisje, L’Italienne , is een van de mooiste meisjesportretten die ik ken: wit bloesje, wit mutsje en daaronder de melancholiekste bruine ogen van Italië. Henner was ook befaamd om zijn naakten, door Emile Zola beschreven als „een druppel melk op een inktzwarte ondergrond”.

Dit citaat haal ik uit een artikel van Merel van Tilburg in het kunsttijdschrift De Witte Raaf, een van de weinige Nederlandse beschouwingen over Henner. Zij stelt vast dat Henner moeilijk in te delen is. „Het lijkt alsof hij aan alle vernieuwingen in de schilderkunst van de 19de eeuw bijna heeft meegedaan. Tegen elke stroming in de schilderkunst van zijn tijd kun je Henners werk afzetten, om te concluderen dat het dat toch net niet is: het is realisme noch impressionisme, naturalisme noch symbolisme.” Zij sluit af met de constatering dat je Henner nog het best een ‘romantisch’ schilder kunt noemen.

Twintig jaar is veel voor het visuele geheugen. We wilden de herinnering aan Henner opfrissen, ook als hommage aan Cécile die inmiddels veel te jong overleden was.

Wat ik me van ons eerste bezoek herinnerde, was een stoffig, vrijwel verlaten museum in het noord-westen van Parijs: 43 avenue de Villiers, 17de arrondissement. Er is dan wel een nationaal museum aan Henner gewijd, toch lijkt hij ook door de Fransen vrijwel vergeten. Misschien juist doordat zijn werk niet zo gemakkelijk te categoriseren valt. Het museum was een poos dicht geweest, maar werd in 2009 met frisse moed prachtig opgeknapt en heropend.

Toch vrees ik dat het over een tijdje weer dicht moet, maar dan definitief. In de anderhalf uur dat we er rondliepen, meldde zich één andere bezoeker. Dat was vier, vijf minder dan bij ons eerste bezoek. Men wil er nog dit jaar ook een literair café vestigen, misschien helpt dat.

Een leeg museum heeft iets triests, vooral als er mooi werk hangt. Het personeel (die dag drie mensen) verveelt zich, hangt rond en voert in de zalen te luide privételefoontjes. Alles lijkt tevergeefs geweest, het talent van Henner én de inspanningen om het onder de aandacht te brengen. In de 19de eeuw had hij een grote reputatie in de Parijse kunstwereld, nu telt hij niet meer echt mee.

Wij hebben dit keer de pech dat er een tijdelijke tentoonstelling loopt met als titel Sensualité et spiritualité. Er hangt nog wel werk van Henner, maar voor een deel heeft hij plaats moeten maken voor andere schilders. Het accent ligt op de christelijke schilderijen, die mij minder bevallen. Mijn Italienne moet ik missen, maar er staat een wonderschoon portret van Paul (zoon, neef?) Henner tegenover dat ik niet kende: een jongetje met stijl, rossig haar dat ingetogen zit te lezen.

Die tentoonstelling loopt nog tot 17 juni. Daarna hangt er weer meer werk van Henner, neem ik aan. Ook via Google is een groot deel van zijn oeuvre te vinden.