uitBrieven & Tweets

Opendeurpolitiek breekt Zweedse samenleving op

Zweden heeft de rellen in de buitenwijken, de ‘Zweedse opstand’, over zichzelf afgeroepen. Stank voor dank. Dat krijg je als je je met een te sterk gevoel van sociaal medeleven laat verleiden tot een opendeurpolitiek waaraan geen ander land kon tippen. Het werkte als een magneet, en de gevolgen worden zichtbaar nu het wat minder gaat. Voor de immigranten was er alleen maar plaats in naoorlogse arbeiderswijken, die overigens van een veel hogere standaard zijn dan in de voormalige thuislanden van de nieuwkomers. Aanvankelijk was het een voordeel: de vreemdeling kon acclimatiseren in het nieuwe land, omringd door de ‘eigen’ cultuur. Bovendien was er toen meer werkgelegenheid. Wat er nu nog over is aan steun – en waarvoor de immigrant eerder niets hoefde te doen – zijn werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag, ziekteverzekering, huursubsidie, staatspensioen, noem maar op.

Een andere keuze, het Zweedse platteland, zou niet beter hebben uitgewerkt: in geen land kan men zich zo eenzaam voelen kan als hier, weet ik uit eigen ervaring. Al met al heeft de economische achteruitgang ertoe geleid dat de vreemdeling zich sterker als buitenlander is gaan profileren. En nu massaal rellen is gaan schoppen. Gun de Zweden in elk geval het gevoel van ‘baas in eigen land’. Mag het?

W. Elbers

Ödsmål (Zweden)

Rellen Zweden lijken een beetje op die in Haren

Met verbazing heb ik de berichtgeving over de rellen in Zweden gevolgd. Er wordt een verhaal van een klassenstrijd neergezet, dat niets van doen heeft met de situatie die ik hier aantref. De relschoppers vormen een minderheid. De meeste inwoners willen niks met de rellen te maken hebben. Er gaan auto’s in de brand, dat is vervelend en kostbaar, maar van grootschalige plunderingen of confrontaties met de politie is geen sprake. De rellen trekken de aandacht omdat ze zo on-Zweeds zijn. Het zijn geen rellen van immigranten tegen autochtonen, en ook niet van jeugd tegen gevestigde orde. De vergelijking met de ongeregeldheden in Londen en Parijs vind ik ongepast. Ik wil een verband leggen met de supermarktplunderaars tijdens het project X-feest in Haren. Het zijn jongens die zich vervelen en fikkie willen stoken, zonder sociale of politieke motieven. De arrestaties zaterdagnacht? Dat waren geen immigranten, jonge werklozen of baldadige Occupy’ers. Het waren simpelweg voetbalhooligans.

Thomas Weber

Student in Uppsala (Zweden)

Lustpil, beleggen & seks

Een lustpil voor vrouwen zou voor iedereen die verstand heeft van beleggen de heilige graal zijn (NRC Handelsblad 24 mei). Maar als een vrouw echt nooit zin heeft in seks, zou ze er dan wel zin in hebben om zo’n pil in te nemen? Ik hoop voor die beleggers dat ze meer verstand hebben van beleggen dan van seks.

O.L.E. Jongmans

Wateringen

Huidige science fiction is mengsel utopie, dystopie

In zijn Overpeinzingen van afgelopen weekeinde vraagt S. Montag zich af hoe een hedendaagse Orwell zou schrijven. Het is jammer dat hij de ontwikkelingen van de utopische en sciencefictionliteratuur van de afgelopen jaren kennelijk niet heeft gevolgd, anders had hij het antwoord al gelezen. Hedendaagse auteurs als Lauren Beukes, Paolo Bacigalupi en Daniel Suarez, om er een paar te noemen, verkennen in hun boeken de gevolgen van technologische en sociale ontwikkelingen. Zij stellen ras, lichaam en gezondheid aan de orde (Beukes), doordenken de gevolgen van overbevolking en gentechnologie (Bacigalupi) en trekken ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie verder door (Suarez).

Opvallend is dat deze schrijvers niet meer een verre intergalactische toekomst beschrijven, maar hun verhalen in het heden, of de zeer nabije toekomst plaatsen, zoals William Gibson en de nog niet zo lang geleden overleden J.G. Ballard dat al langer deden. Montag is met hen hopelijk al wel bekend, evenals met het haast profetische karakter van hun werk, waarin cyberspace voor het eerst werd beschreven (Gibson) en de London Riots van 2011 al ruim vooraf in detail werden beschreven (Ballard). Het interessante aan deze schrijvers is hun vermenging van utopie en dystopie, iets wat het werk van Huxley, Zamjatin en Orwell ook al zo bijzonder maakte. Dat onderstreept daarnaast nog eens dat alle (goede) utopieën sinds Thomas Mores Utopia tegelijkertijd dystopieën zijn, en dat beide niet, zoals Montag lijkt te suggereren, elkaars tegengestelde zijn.

Ik stel voor dat hij zijn jeugdige fascinatie voor toekomstromans weer eens oppakt en deze nieuwe generatie leert kennen.

Edwin van Meerkerk

Nijmegen

Mediation werkt juist wel

In het artikel over vechtscheidingen (NRC Handelsblad, 25 mei) citeert u mediator Petra Slingenberg: „De kans van slagen bij verplichte mediation is vele malen kleiner dan wanneer mensen er zelf voor kiezen.” Dit mag waar zijn in onze huidige rechtspraktijk; het kan ook anders. In Engeland bijvoorbeeld werkt verplichte mediation bij echtscheiding erg goed. Sinds 2011 kunnen scheidende partijen daar hun zaak pas aanhangig maken bij een rechtbank nadat mediation is mislukt. In Nederland kan de rechtbank de scheidende partijen weliswaar doorverwijzen naar een mediator, maar dit gebeurt pas als de procedure al een eind gevorderd is.

De zaak is dan meestal al dermate geëscaleerd dat de kans van slagen van mediation inderdaad niet meer zo groot is. Het is daarom een goede ontwikkeling dat ook bij ons gewerkt wordt aan een beter systeem.

Vorige maand heeft Kamerlid Ard van der Steur een wetsvoorstel ingediend ter bevordering van mediation, dat wordt gesteund door een meerderheid van de Tweede Kamer. Daarin wordt geregeld dat bij geschillen met een relationele dimensie partijen eerst moeten proberen hun zaak met mediation op te lossen. Dus voordat ze hun geschil aan de rechter voorleggen. Hebben ze geen mediation geprobeerd zonder goede reden, dan zal de rechter ze naar een mediator verwijzen.

Het wetsvoorstel voorziet in registratie en bevordering van de kwaliteit van mediators. We mogen hopen dat hiermee mediation in Nederland een serieus alternatief wordt voor de gang naar de rechter.

Mr. Eline van Tijn

Mediator

Demonstreren tegen gentech bittere noodzaak

Zaterdag waren er wereldwijd demonstraties tegen Monsanto. Er waren verschillende redenen om te demonstreren, maar genetisch gemodificeerde gewassen waren nummer één. Volgens Rosanne Hertzberger is demonstreren tegen GM-gewassen elitair, iets voor rijke groene types (Opinie&Debat, 25 mei). Maar er zijn andere redenen om te demonstreren. Inmiddels zijn er bijvoorbeeld 27 soorten resistente onkruiden in de VS, doordat boeren ongebreideld spuiten op hun GM-mais en hun GM-soja. De volgende stap is volgens Monsanto om nog een resistentie-gen in te bouwen, zodat er nog een andere herbicide (uiteraard geproduceerd door Monsanto) moet worden gespoten. Helaas is deze herbicide slecht afbreekbaar, dus de milieuconsequenties zullen aanzienlijk zijn.

Nee, ik heb niets tegen GM-gewassen. Maar wel tegen het vervuilende gebruik ervan, waardoor de winsten van de voedselproductie bovendien in de handen komen van enkele gigantische bedrijven.

Het gaat over ons voedsel en onze leefomgeving, dus de regels moeten helder zijn en innovatie stimuleren. Er zijn weinig wetenschappers die vinden dat het patenteren van genen een goed idee is, maar dankzij de overtuigingskracht van de talrijke gulle lobbyisten van Monsanto is het de dagelijkse realiteit.

Die patenten staan innovatie in de weg en zijn astronomisch duur en daardoor moeilijk te verkrijgen voor kleine of startende veredelaars. Veel van mijn collega’s zijn net als ik voorstander van intensieve landbouw, maar wel op een intelligente en duurzame manier. Zolang Monsanto dat in de weg staat, moeten we protesteren.

Lotte Woittiez

Plantenwetenschapper

Dood mogen we niet

Anne-Mei The stelt dat we ons wat minder moeten richten op de begin- en eindfase van het dementieproces en meer moeten bekommeren om de tussenliggende jaren (Opinie & Debat, 25 mei).

Als 70-plusser kan ik haar verzekeren dat veel ouderen dat volop doen. De meesten niet zo filosofisch als mevrouw The zou wensen. Zo vragen wij ons af of onze hoogbejaarde moeder nog wel in het ouderlijke huis kan blijven wonen, als vader in het verpleeghuis wordt opgenomen.

Kan zij die hoge eigen bijdrage betalen? En hoe doen wij dat zelf als we hulpbehoevend worden en geen recht hebben op thuiszorg? Moeten wij ons echt laten douchen door buren, vrienden of onze kinderen? Biedt een inwonende verzorgende uit Polen of Bulgarije wellicht uitkomst?

Ik heb intussen een map vol krantenknipsels. Over schenkingen op papier, speciale ‘zorg’-hypotheken, organisaties die buitenlandse thuishulp regelen, trapliften en zelfdenkende stofzuigers. Ook heb ik al jaren een wilsverklaring met dementieclausule. De ultieme ontkenning volgens Anne-Mei The. Niet goed genoeg omschreven, volgens de KNMG. Jammer. Nog meer onzekerheden. Mijn voorlopige conclusie: voor ons zorgen willen ze niet; dood mogen we niet.

Monique van Baaren

Haarlem