Suu Kyi hekelt discriminatie van Rohingya's

Voor het eerst heeft de Birmese oppositieleider Aung San Suu Kyi het gisteren opgenomen voor de Rohingya’s, een islamitische minderheid die het door vervolging en repressieve maatregelen steeds zwaarder heeft te verduren.

Suu Kyi veroordeelde een maatregel in de westelijke deelstaat Rakhine op grond waarvan Rohingya-echtparen voortaan maximaal nog maar twee kinderen mogen hebben. „Het is niet goed om zulke discriminatie te hebben”, zei ze. „En is het ook niet in overeenstemming met de rechten van de mens.” De Nobelprijswinnares voor de Vrede, die zelf steeds meer onder vuur kwam omdat ze zich niet distantieerde van de behandeling van de Rohingya’s, voegde er aan toe dat ze niet zeker wist of de maatregel al daadwerkelijk is ingevoerd.

Afgelopen zaterdag verklaarden de autoriteiten in Rakhine echter dat ze dit beleid in twee hoofdzakelijk door moslims bewoonde plaatsen, Maung Daw en Bu Thi Daung, hadden ingevoerd. De regel dateert eigenlijk al uit 1994, toen Birma nog door een militaire junta werd bestuurd, maar was in de praktijk nooit toegepast. Nu willen de bestuurders in Rakhine daarin verandering brengen om de in hun ogen ongewenste groei van de islamitische minderheid tegen te gaan.

Nyunt Maung Shein, hoofd van de Raad voor Religieuze Zaken van Myanmar, waarschuwde dat de regering voorzichtig moet zijn. „ Als deze stap is bedoeld om de spanning tussen de gemeenschappen te verminderen, zal ze dat effect niet hebben.”

De boeddhistische bestuurders van Rakhine kregen echter ook veel bijval. „Dit is de beste manier om de bevolkingsexplosie te controleren, die een bedreiging voor onze nationale identiteit vormt”, verklaarde de boeddhistische parlementariër Zaw Aye Maung uit Rakhine tegenover het persbureau Associated Press. Volgens de meeste cijfers is maar vier procent van de zestig miljoen inwoners van Birma islamitisch.

Het afgelopen jaar is het zowel in Rakhine als elders in Birma tot gewelddadigheden gekomen tussen de boeddhistische meerderheid en de moslims. In totaal kwamen daarbij enige honderden mensen om het leven, vooral moslims.

Vooral de circa 800.000 Rohingya’s, die volgens veel Birmezen geen Birmezen zijn maar ongewenste immigranten uit Bangladesh, kregen de volle laag. Hun dorpen, waar ze vaak al generaties woonden, werden deels in de as gelegd en zo’n 125.000 mensen vluchtten naar kampen. Daar wachten ze onder dikwijls miserabele omstandigheden op betere tijden. Sommigen proberen op krakkemikkige bootjes naar het buitenland te vluchten. Met enige regelmaat verdrinken daarbij Rohingya’s.

Ook de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch hekelde de nieuwe stap in Rakhine. „Dit is een stap in precies de verkeerde richting”, stelde woordvoerder Phil Robertson. „Weg van verzoening en respect voor mensenrechten.”