Sterke manifestatie Twente

David Cerny: ‘Entropa’ (2009) Foto Pim Trooster

Twente Biennale – Identifying Europe. T/m 9 juni in het Rijksmuseum Twenthe, Twentse Welle, kunstruimte TETEM, 21Rozendaal, ArtEZ, het Balengebouw en tal van plekken in de openbare ruimte.

Het is het handelsmerk van de Duitse kunstenaar Jonathan Meese (1970). Het bruine haar hangt in ongewassen vette slierten, glanzend gepommadeerd of vol klitten langs het smalle gezicht van de exhibitionistische wildeman, die non-stop schettert of geschetter uitstraalt. Zo ook in het Rijksmuseum Twenthe, hoofdlocatie van de net geopende internationale kunstmanifestatie Twente Biennale in Enschede.

Daar navigeert Meese de bezoeker door alle zalen van het museum via slordig op de muur, vloer of deurpost geplakte A-viertjes. Er staan allerlei zelfportretten op die worden gelardeerd met kreten als ‘Art is total love’, ‘Kunst is die radikalste Militärorganisation der Zukunft’ of gewoon: ‘Kunst zegt Nee tegen alles wat geen kunst is.’

In een pronkzaal vol zeventiende-eeuwse gobelins wacht de krankzinnige apotheose van het parcours: een reusachtig beeldscherm waarop Meese, uitgedost als Pruisische cavalerist met Adidas-jekkie aan, op marsmuziek door zijn atelier paradeert, danst, zingt en reciteert. Blonde Duitse meisjes, de legende van Parcival, de staat van de kunst, populisme, racisme, liefde en soldateneer – niets blijft ongerept bij Meese.

Onwillekeurig vormt zich zo een schitterend verband met de Biennale in Enschede – een krachtmeting van jewelste van organisatoren Kees de Groot en Viola van Alphen. Want dit keer staat de manifestatie in het teken van zoiets vaags, grootscheeps en versplinterds als de Europese identiteit – zie daar maar eens eenheid in te brengen. Meer dan honderd kunstenaars uit binnen- en buitenland werd gevraagd werk in te zenden. Dat werk gaat niet alleen over de Eurocrisis, grensconflicten en de afbraak van de verzorgingsstaat, maar ook over fundamentalisme, homofobie, vluchtelingenproblematiek en nog veel meer.

Zo’n megamanifestatie op meerdere plekken in de stad kan makkelijk ontaarden in een allegaartje politiek-correcte kunst. Niets is minder het geval. De tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe is uitgebalanceerd en bevat verrassende nieuwkomers. Opmerkelijk veel goede duo’s zijn hier te zien met even fijnzinnig als indringend werk. De video-installatie van Sander Breure & Witte van Hulzen zou een sfeervolle ode kunnen zijn aan het fenomeen aankomst en vertrek, ware het niet dat het onderwerp van hun film gruwelijk is. Ook Matjaž Štuk & Alena Hudcovicová laten in een installatie vol morbide tekeningen en een bestempelde torpedo zien dat xenofobie begint met de ontkenning van de ander.

Buiten het Rijksmuseum zet de Biennale zich voort in het in 2000 verwoeste Roombeek. Daar is een keurig cultureel villapark verrezen, met op de grasperken de grootste installaties, en in het net geopende Balengebouw (een voormalige opslag voor katoenbalen) en de TwentseWelle de meest anarchistische kunst. Kees de Groot – die zijn wortels in de kraakbeweging uit de jaren tachtig heeft – toont aan de Museumlaan prachtig hoe een vluchtelingentent een marketinginstrument wordt. Marina Abramovic’ videoinstallatie Balcan Epics is samen met de zuurstokroze beelden van (ontdekking) Stefan Gross het hoogtepunt op de eerste verdieping van het lekker gruizige Balengebouw. En in het historische TwentseWelle valt een rondtocht te maken als heavy-metal groupie. Trek een hoodie aan, hang een houten luchtgitaar met cd-speler om je nek, druk op de knop en dompel je met de spijkerharde gitaarriffs van Iron Maiden in je oren onder in het recalcitrante en af en toe spuuglelijke beeldgeweld van Arno Coenen en Abner Preis.

Nee, als er één ding op de Twente Biennale is aan te merken, dan is het dat de naam misverstanden oproept. Deze internationale tentoonstelling heeft weinig met Twente alleen te maken. Ze is de provincie allang ontgroeid.