Stap voor stap naar de subtop

Igor Sijsling en Robin Haase staan in de tweede ronde van Roland Garros. Later dan verwacht lijkt een nieuwe Nederlandse lichting op te staan.

De Fransman Gaël Monfils verraste met winst op de als vijfde geplaatste Tsjech Tomas Berdych. Foto AFP

Zo’n acht jaar geleden presenteerden Igor Sijsling, Robin Haase, Thiemo de Bakker en Antal van der Duim zich gekscherend als ‘de vier musketiers’. De tennissers mogen zich in 2013 nog allerminst meten met de Franse mousquetaires Jean Borotra, Jacques Brugnon, Henri Cochet en René Lacoste, maar toch lijkt de nieuwe generatie Nederlandse tennissers nu hun plek in de internationale subtop te verdienen. Sijsling en Haase plaatsten zich gisteren voor de tweede ronde van Roland Garros, De Bakker komt vandaag in actie en alleen Van der Duim voert nog altijd een achterhoedegevecht.

De verwachtingen van het Nederlandse viertal waren in het verleden hoog gespannen. De talenten groeiden op in een tijd dat tieners als Marat Safin, Lleyton Hewitt en Andy Roddick de wereld al op jonge leeftijd veroverden. Rohan Goetzke stelde zich in 2005 als toenmalige technisch-directeur ten doel om Sijsling, Haase, De Bakker en Van der Duim zo snel mogelijk naar de tophonderd te loodsen. Haase en De Bakker roken op jonge leeftijd aan de top, maar kregen beiden met een terugval te maken. Sijsling brak vorig jaar pas door de magische grens. Van der Duim kwam niet verder dan de 290ste plaats op de wereldranglijst en lijkt afgeschreven voor de top.

De buitenwacht schreef de huidige lichting spelers meer dan eens af. Toen de resultaten uitbleven werd al snel gewezen op hun gebrek aan fysieke en mentale kwaliteiten om de top te halen. Maar ook de tennissers zelf twijfelden de voorbije jaren meer dan eens aan hun eigen kunnen. „Mensen hadden de verwachting dat ik op mijn 21ste door zou moeten breken. Daar ben ik mee opgegroeid. Maar gaandeweg kom je erachter dat die grens in het hedendaagse tennis is verlegd”, zegt Sijsling na zijn zege van gisteren op de Oostenrijker Jürgen Melzer (6-4, 6-3 en 6-2). „Ik heb daardoor zelf ook mijn twijfels gekend. ‘Moet ik niet eens wat anders gaan oppakken’, heb ik wel eens gedacht.”

Sijsling is nu op zijn 25ste de twijfel voorbij. De zoon van een Nederlandse vader en een Servische moeder heeft onder leiding van zijn huidige coach Joaquin Muñoz verschillende barrières doorbroken. De huidige nummer 68 van de wereldranglijst versloeg dit jaar in Rotterdam een wereldtopper als Jo-Wilfried Tsonga, bereikte voor het eerst de laatste 64 op Roland Garros, maar is bovenal overtuigd dat hij het juiste pad heeft gekozen. „Ervaring is belangrijk. Ik weet nu wat er allemaal nodig is. En wat voor spelletje ik wil spelen. Als ik daaraan vast kan houden ben ik voor iedereen gevaarlijk”, stelt hij.

De laatbloeier Sijsling heeft bewust voor de weg van de geleidelijkheid gekozen. Met kleine stapjes hoopt hij steeds een beetje vooruit te gaan. „Alleen uitzonderlijke talenten als Novak Djokovic, Andy Murray en Grigor Dimotrov slaagden erin zich heel snel bij de top te voegen. Ik probeer mijn spel steeds iets aan te passen, maar niet te veel. Als je nu naar mijn leeftijd kijkt dan zit ik ongeveer op het gemiddelde van spelers in de tophonderd. Ik hoop de progressie de komende jaren voort te zetten.”

Zijn Spaanse coach Muñoz prijst de mentale weerbaarheid van Sijsling. „Vanaf het moment dat onze samenwerking vorig jaar begon, is er een ‘klik’ tussen ons”, zegt Muñoz op het tennispark nabij Bois de Boulogne. „Ik ben een coach die met zijn hart denkt. Ik houd ervan als tennissers vechten. Sijsling moet vooral zijn aanvallende stijl spelen. Dat gaat iedere dag een beetje beter. Afgelopen week haalde hij de halve finale van Düsseldorf. Daar tankte Sijsling vertrouwen. Op Roland Garros moet hij die lijn voortzetten.”

Sijsling moet zich in de tweede ronde meten met de Spanjaard Tommy Robredo. Een voormalige pupil van Muñoz. „Ja”, beaamt de 38-jarige coach lachend. „Ik heb met hem gewerkt toen hij nog maar dertien was. Destijds was Robredo één van de toptalenten van Europa. Hij is nog altijd een topspeler op zijn 31ste. Waarom zou Sijsling niet van hem kunnen winnen?”

Een zege zou Sijsling in de richting van de beste vijftig brengen. Die barrière slechtte Haase al een tijdje geleden. De 26-jarige tennisser is het boegbeeld van het Nederlandse tennis. Vorig jaar stond hij 33ste op de wereldranglijst, maar een terugval volgde. Hij worstelde met de tiebreaks en verloor er maar liefst zeventien op rij, een wereldrecord.

Met gebalde vuist maakte Haase gisteren tegen de Fransman Kenny de Schepper een einde aan die kwellende reeks. De Nederlander won voor zo’n achthonderd toeschouwers op baan 17 in vier sets: 6-4, 7-6, 2-6 en 6-3. Even leek Haase opnieuw geveld te worden door een knieblessure, maar hij hield stand. Dat betekende een stap vooruit. Haase ontmoet nu de Pool Jerzy Janowicz voor een plek in de derde ronde. Maar de Coupe des Mousquetaires is vooralsnog ver weg voor de Nederlandse ‘musketiers’.