Sijsling en Haase naar tweede ronde in Parijs

Igor Sijsling. Foto AFP

Zo’n acht jaar geleden presenteerden Igor Sijsling, Robin Haase, Thiemo de Bakker en Antal van der Duim zich gekscherend als ‘de vier musketiers’. De tennissers mogen zich in 2013 nog allerminst meten met de Franse mousquetaires Jean Borotra, Jacques Brugnon, Henri Cochet en René Lacoste, maar toch lijkt de nieuwe generatie Nederlandse tennissers nu hun plek in de internationale subtop te verdienen. Sijsling en Haase plaatsten zich gisteren voor de tweede ronde van Roland Garros, De Bakker komt vandaag in actie en alleen Van der Duim voert nog altijd een achterhoedegevecht.

De verwachtingen van het Nederlandse viertal waren in het verleden hoog gespannen. Rohan Goetzke stelde zich in 2005 als toenmalige technisch directeur ten doel de jongens zo snel mogelijk naar de top-100 te loodsen. Haase en De Bakker roken al jong aan de top, maar kregen beiden een terugval. Sijsling brak vorig jaar pas door de magische grens van 100. Van der Duim kwam niet verder dan de 290ste plaats op de wereldranglijst.

Hoge verwachtingen en twijfels

De buitenwacht schreef de spelers meer dan eens af. Toen de resultaten uitbleven werd al snel gewezen op het gebrek aan fysieke en mentale kwaliteiten om de top te bereiken. Maar ook de tennissers zelf twijfelden meer dan eens aan hun eigen kunnen. „Mensen hadden de verwachting dat ik op mijn 21ste door zou moeten breken. Daar ben ik mee opgegroeid. Maar gaandeweg kom je erachter dat die grens in het hedendaagse tennis is verlegd”, zegt Sijsling na zijn zege van gisteren op de Oostenrijker Jürgen Melzer (6-4, 6-3 en 6-2). „Ik heb daardoor ook mijn twijfels gekend. Ik heb weleens gedacht: moet ik niet wat anders op gaan pakken?”

Sijsling is op zijn 25ste de twijfel voorbij. De zoon van een Nederlandse vader en Servische moeder heeft onder leiding van zijn coach Joaquin Muñoz verschillende barrières doorbroken. De huidige nummer 68 van de wereld versloeg afgelopen jaar in Rotterdam een wereldtopper als Jo-Wilfried Tsonga, bereikte de laatste 64 op Roland Garros, maar is er bovenal overtuigd dat hij het juiste pad heeft gekozen. „Ervaring is belangrijk. Ik weet nu wat er allemaal nodig is. En wat voor spelletje ik wil spelen. Als ik daaraan vast kan houden, ben ik voor iedereen gevaarlijk”, stelt hij.

Zijn Spaanse coach Muñoz prijst de mentale weerbaarheid van Sijsling. „Ik houd ervan als tennissers vechten”, zegt hij. „Sijsling moet vooral zijn aanvallende stijl spelen. Dat gaat elke dag een beetje beter. Afgelopen week bereikte hij de halve finale van Düsseldorf, daarmee tankte Sijsling vertrouwen. Op Roland Garros moet hij die lijn voortzetten.” Sijsling moet zich in de tweede ronde meten met de Spanjaard Tommy Robredo, voormalig pupil van Muñoz. „Ja”, zegt de 38-jarige coach lachend. „Ik heb met hem gewerkt toen hij nog maar dertien was. Destijds was Robredo een van de toptalenten van Europa. Hij is nog altijd een topspeler op zijn 31ste. Maar waarom zou Sijsling niet van hem kunnen winnen?” Een overwinning zou Sijsling richting de top-50 brengen.

Die barrière slechtte Haase al een tijdje geleden. De 26-jarige tennisser is al een tijd het boegbeeld van het Nederlandse tennis. Vorig jaar stond hij 33ste op de wereldranglijst, maar een terugval volgde. Hij worstelde met tiebreaks. Haase verloor er liefst zeventien op rij en vestigde een wereldrecord. Met een kleine, gebalde vuist maakte hij gisteren tegen de Fransman Kenny de Schepper een einde aan die kwellende reeks. De Nederlander won in vier sets: 6-4, 7-6, 2-6 en 6-3. Even leek Haase opnieuw geveld te worden door een knieblessure, maar hij hield stand. En dat betekende een stap vooruit. Hij treft nu de Pool Jerzy Janowicz voor een plek in de derde ronde.