Serie aanslagen tegen shi'ieten in Irak

Bij een gecoördineerde serie aanslagen met autobommen zijn in voornamelijk shi’itische wijken van de Iraakse hoofdstad Bagdad zeker 66 doden en 200 gewonden gevallen. De aanslagen worden toegeschreven aan Al-Qaeda-in-Irak en andere sunnitische groepen. Met aanslagen op shi’ieten proberen zij de sektarische spanningen in Irak aan te wakkeren, die in 2006 en 2007 leidden tot een burgeroorlog.

De meest fatale aanslagen vonden plaats toen twee autobommen explodeerden in de oostelijke wijk Habibiya, aan de rand van de shi’itische sloppenwijk Sadr City. Daarbij vielen twaalf doden en 35 gewonden, meldde de politie. Nog eens twee bommen ontploften op een markt in de voornamelijk shi’itische wijk Al-Ma’alif. Daarbij kwamen zes mensen om het leven. Twaalf raakten gewond.

Een andere autobom explodeerde in de drukke winkelstraat Sadoun in het centrum van Bagdad. Daarbij vielen volgens de politie vijf doden en 14 gewonden, onder wie vier agenten. Sadoun is een van de belangrijkste centra van de stad met veel restaurants, apotheken en winkels.

Het geweld neemt toe in Irak. Deze maand kwamen ruim 450 burgers om bij geweld. April was volgens de Verenigde Naties de gewelddadigste maand sinds juni 2008, met 700 doden. Op de achtergrond speelt de onvrede onder de sunnitische minderheid. Die voelt zich gemarginaliseerd door de shi’itische meerderheid, die de regering domineert.

De regering vreest dat het geweld ontaardt in een nieuwe burgeroorlog tussen sunnieten en shi’ieten. Een paar uur voor de aanslagen publiceerde het ministerie van Binnenlandse Zaken een verklaring waarin werd gesteld dat het geweld niet sektarisch is aangezien de bommen geen onderscheid maken tussen sunnieten en shi’ieten. Sunnitische en shi’itische leiders spannen zich in om een nieuwe burgeroorlog te voorkomen. (AP, BBC)