Rechterhand Erik Staal en baas Vestia-verdachte

Financieel directeur Kees Wevers van corporatie Vestia zag de ramp niet aankomen. Hij kreeg gisteren ontslag en een ton als vergoeding mee.

Hij is de grote onbekende in het miljardendebacle rond woningcorporatie Vestia: financieel directeur Kees Wevers, de rechterhand van topman Erik Staal en de baas van kasbeheerder en hoofdverdachte Marcel de V.

Sinds gisteren mag ook Wevers zich geen ‘Vestiaan’ meer noemen. De kantonrechter in Rotterdam ontbond zijn arbeidscontract. Wevers krijgt een bruto ontslagvergoeding van een ton mee. Een schijntje bij de 3,5 miljoen bruto (1,7 miljoen netto) die Staal meekreeg, maar dat ging om pensioengeld.

Het interim-bestuur van Vestia wilde Wevers geen vergoeding geven. Hij had moeten weten dat zijn kasbeheerder een Babylonische toren van derivaten bouwde. Marcel de V. verdiende 9,4 miljoen euro aan het afsluiten van plain vanilla’s tot Galileo swaps, volgens het Openbaar Ministerie. Om de corporatie en de sector die garant stond te redden, kocht Vestia banken vorig jaar af voor 2 miljard euro.

Anders dan Staal en Marcel de V. bleef Wevers (57) grotendeels uit de publiciteit. Hij is geen fraudeverdachte, zoals de kasbeheerder. Hij is geen zonnekoning, zoals de topman wordt gezien. Wevers is een financieel expert, een sympathieke collega, en een Brabantse familieman, zeggen bekenden. Hij heeft alleen zitten slapen – en diep.

Bijna 21 jaar geleden, in juni 1992, kwam Wevers bij Vestia werken, toen nog het Gemeentelijk Woningbedrijf Den Haag. Daarvoor werkte hij als financieel manager bij het pc-bedrijf Trust in Dordrecht en als accountant in Breda. Hij studeerde bedrijfseconomie en registeraccountancy in Tilburg.

Digitale sporen heeft Wevers al die jaren nauwelijks achtergelaten. Saillant is een enkel citaat uit het handboek Corporatie Governance Fraude van Deloitte, de accountant die nu voor de tuchtrechter staat wegens het goedkeuren van Vestia’s jaarverslagen. „Het bestuur en management zijn verantwoordelijk voor een goede fraudepreventie”, zegt Wevers. „Fraude is bijna altijd de schuld van de manager. Delegeren is controleren. Iedere medewerker heeft recht op controle.”

Het handboek van Deloitte verscheen in oktober 2005. Het jaar daarop kreeg Marcel de V. de eerste commissie doorgesluisd van tussenpersoon Arjan G., verklaarde deze vorig jaar. De kasbeheerder betaalde er netjes belasting over, volgens betrouwbare bronnen.

Waarom zag Wevers het niet? Hij is goedhartig en wil het goede zien in mensen, zegt de een. Hij werkte te hard, denkt een ander.

Zelf zei Wevers in de rechtbank dat hij „het gevoel had geen of te weinig invloed” op Marcel de V. te hebben. Hij ging af op „plausibele verklaringen” van zijn kasbeheerder die zei de marktwaarde van derivaten „op gevoel” te berekenen. Ook bij het crisisoverleg voerden Staal en Marcel de V. vaak het woord – Wevers speelde derde viool.

Bekend was al dat de kasbeheerder buiten Wevers om derivaten kon afsluiten. Ze deelden een gang, een koffieautomaat en een toilet, maar niet welke exotische producten Vestia in huis haalde. Marcel de V. sloot telefonisch een deal, Staal zette achteraf zijn handtekening en een medewerker registreerde de derivaten. Wevers zat in de zogenoemde treasury-commissie, maar controleerde slechts incidenteel.

De affaire heeft hem hard geraakt, zeggen bekenden. De eerste maanden werkte Wevers loyaal mee aan het crisismanagement en het forensisch onderzoek. Met interim-bestuurder Gerard Erents ging hij op visite bij banken. Maar sinds de FIOD in april vorig jaar zijn huis doorzocht, zit hij ziek thuis. Door zijn arbeidsongeschiktheid, leeftijd en de media-aandacht zijn Wevers carrièreperspectieven volgens de kantonrechter „niet bepaald rooskleurig”.