Marktplaats & bedrog

Deze rubriek belicht elke dinsdag economische kwesties waarover de rechter zich uitsprak. Vandaag: ongestraft oneerlijk zakendoen.

Moet het strafrecht zich bemoeien met bedriegers op Marktplaats.nl en hen straf uitdelen? Of moeten kopers die hun waren met opzet niet geleverd krijgen dat maar onderling met de ‘verkopers’ via de deurwaarder of de kantonrechter uitvechten?

Deze maand deed de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, daarover een opvallende uitspraak (LJN BZ9266). Een man uit Beverwijk werd vrijgesproken, die bij 21 klanten in totaal 2.687,44 euro had opgehaald voor boeken of cd’s die hij vervolgens niet leverde. En dat ook nooit van plan was.

De officier van justitie vond dit een typisch geval van strafbare oplichting. De verdachte had, in het schilderachtige jargon van art. 326 Wetboek van Strafrecht, namelijk de bedoeling gehad om zich met „listige kunstgrepen” of een „samenweefsel van verdichtsels”, in ieder geval „in strijd met de waarheid”, want onder een „valse hoedanigheid” of met een valse naam, met opzet te verrijken. En wel door burgers die op Marktplaats.nl naar een bepaald boek of cd op zoek waren, terug te mailen dat boek te bezitten en ook te kunnen verkopen.

Maar dat had de Beverwijker helemaal niet – en hij was ook niet van plan wat dan ook op te sturen. Het leek hem vooral een handige manier om gratis geld te krijgen van goedgelovige mensen. Het geld kwam binnen op zijn eigen bankrekening of die van zijn vriendin. Vooral kleinere bedragen: variërend van 55 tot 15 euro. Een kleine krabbelaar dus, die in totaal elf maanden actief was voordat hij werd gepakt.

De officier legde behalve oplichting ook nog witwassen ten laste: het voorhanden hebben van een bedrag waarvan je weet dat het uit een misdrijf komt. Of de strafrechter voor alles bijeen een taakstraf van 180 uren „te vervangen door 90 dagen hechtenis” wilde opleggen. Van die straf zou 80 uur werkstraf en 40 dagen hechtenis voorwaardelijk kunnen blijven, met een proeftijd van twee jaar. En de bedrogen kopers eisten schadevergoeding.

De strafrechter vindt echter dat de handelwijze van de verdachte eerder als „moedwillige wanprestatie” te kwalificeren valt dan als strafbare oplichting. En dan is het een civiele kwestie geworden, die partijen onderling moeten regelen via het gewone contractenrecht.

„Niet elke vorm van bewust oneerlijk zaken doen levert het in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde misdrijf oplichting op. Dat geldt ook wanneer kan worden bewezen dat men is benadeeld door een persoon die niet van plan was zijn verplichting na te komen en die zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als een bonafide verkoper”, aldus de rechter.

Voor het „aannemen van een valse hoedanigheid” moet je namelijk meer fout doen dan de verdachte heeft gedaan. De verdachte gebruikte in het contact met de kopers namelijk zijn eigen naam, of die van zijn vriendin. De bankrekeningnummers waren van hemzelf, of van zijn vriendin. Hij ontving zeker geld te kwader trouw, maar niet onder valse naam, aldus de rechter. En dus kan zijn daad juridisch niet gelden als strafbare oplichting.

Daarom was er evenmin sprake van witwassen. Want dat kan alleen als het geld uit een misdrijf komt. En dat is niet geconstateerd door de rechter.

Ook de gedupeerde kopers vissen achter het net. Zij krijgen niet de gewenste schadevergoeding. De strafrechter spreekt de bedrieger immers vrij.

Moraal: niet alles wat onfatsoenlijk is, is ook strafbaar. Wie de kluit wil belazeren, doet dat het beste onder eigen naam en bankrekening. Of die van je partner.

Tips? Mail naar ecorecht@nrc.nl.