‘Kwart co-assistentes seksueel geïntimideerd’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

‘Een kwart van de co-assistenten voelt zich seksueel geïntimideerd’, was vorige week op veel sites te lezen. Al gauw werd het bericht veranderd in ‘bijna een kwart van de vrouwelijke co-assistenten voelt zich seksueel geïntimideerd’. In het bericht, dat op bijna elke nieuwssite verscheen stond: „Van alle geneeskundestudenten zegt 12 procent tijdens de studie wel eens met seksuele intimidatie te maken hebben gehad. Bij vrouwelijke artsen in opleiding ligt dat met 23 procent aanzienlijk hoger. Zowel artsen als patiënten zouden zich aan intimiderend gedrag schuldig maken”, stond in bijna alle – vooral online – berichten hierover. Is het echt zo dat een kwart van de co-assistenten zich seksueel geïntimideerd voelt?

Waar is het op gebaseerd?

De berichten zijn gebaseerd op onderzoek van het studentenpanel van de landelijke artsenfederatie KNMG. Omdat het KNMG-studentenpanel nog meer resultaten van de enquête wil publiceren mochten wij het gehele onderzoek niet inzien, maar voorzitter Charlotte Kruydenberg wil wel toelichting geven. Grofweg 15.000 geneeskundestudenten werden aangeschreven, waarvan er ruim 2.600 geneeskundestudenten meededen. Bijna 1.400 daarvan waren co-assistenten, en daarop is het genoemde kwart gebaseerd. De enquête ging niet alleen over seksuele intimidatie maar over meer onderwerpen zoals promoveren en de beoordeling van co-schappen.

En, klopt het?

Een kleine nuance daargelaten – veel nieuwsberichten noemden co-assistenten voor de afwisseling artsen in opleiding, maar technisch gezien ben je al afgestudeerd van geneeskunde als je arts in opleiding wordt – kloppen de percentages in de artikelen met die uit het onderzoek. In totaal heeft 18,4 procent van de co-assistenten met seksuele intimidatie te maken, 23 procent van de vrouwelijke co-assistenten. Vooral patiënten en stafleden/specialisten veroorzaken de intimidatie. De meest voorkomende vormen van seksuele intimidatie zijn opmerkingen over het uiterlijk en seksueel getinte opmerkingen tijdens medische handelingen. Op drie staat intimidatie door lichamelijk contact.

De universiteiten van Maastricht en Groningen deden in respectievelijk 2011 en 2009 onderzoek onder hun eigen co-assistenten. Uit het Maastrichtse onderzoek bleek dat daar 24 procent van de vrouwelijke co-assistenten last had van seksuele intimidatie, 17 procent van alle co-assistenten. Van het onderzoek onder Groningse co-assistenten is niet duidelijk welk deel van de vrouwen te maken had met seksuele intimidatie, maar hier werd over alle co-assistenten gerapporteerd dat 20 procent ermee te maken had. Het beeld dat uit deze onderzoeken naar voren komt, sluit goed aan bij de uitkomsten van het onderzoek van het KNMG. Ook uit eerder onderzoek van het studentenpanel, in 2006, kwamen vergelijkbare percentages.

Het betekent overigens niet dat de seksuele intimidatie altijd even ernstig van aard is. In artikelen over het onderzoek van het KNMG studentenpanel worden enkele vergaande voorbeelden genoemd: een plastisch chirurg die aanbiedt om de schaamlippen van een co-assistent te opereren en een arts die naaktfoto’s van zijn maîtresse aan een co-assistent laat zien. Maar ook een opmerking over het uiterlijk, of een ‘grappige’ toespeling kunnen als intimidatie opgevat worden en vallen dus binnen het percentage. Alle seksueel getinte aandacht die ongewenst is geldt als intimidatie. Hierbij is de beleving van de ontvanger cruciaal, die bepaalt of het wel of niet gewenst is.

In 2012 keek TNO voor haar rapport agressie op het werk naar veel meer branches dan alleen de gezondheidszorg. Over seksuele intimidatie wordt gemeld dat vrouwen en jongeren een relatief grote kans hebben om seksueel geïntimideerd te worden. En dan hebben vrouwelijke co-assistenten ook nog te maken met een andere risicofactor: veel omgang met ‘externen’, zoals in hun geval patiënten maar voor winkelmedewerkers zijn dat klanten. Ook in werkomgevingen waar relatief weinig vrouwen werken komt het veel voor, en gemiddeld opgeleiden hebben er vaker last van dan laag- en hoogopgeleiden. Arbokennisnet noemt in haar dossier Seksuele intimidatie onder meer de horeca, het onderwijs, de zorg, politie, defensie en financiële dienstverlening als branches waar veel seksuele intimidatie voorkomt. Exacte percentages voor (jonge) vrouwen in de verschillende branches worden helaas niet genoemd.

Een kwart van de vrouwelijke co-assistenten heeft te maken met seksuele intimidatie, kopten veel nieuwssites op basis van onderzoek van het KNMG studentenpanel. Dergelijke percentages komen ook uit veel andere onderzoeken naar voren. Op co-assistenten zijn veel ‘risicofactoren’ voor seksuele intimidatie van toepassing: veelal vrouwen, jong, en veel omgang met patiënten. Wij beoordelen de stelling dan ook als waar.

Next checkt verder nog: ‘De straling van wifi beïnvloedt de groei van tuinkers’. Ook een bewering gehoord of gezien die je wil laten checken? Stuur je suggestie naar nextcheckt@nrc.nl of tip de factcheckers via Twitter met hashtag #nextcheckt.