Column

Kinderen van Den Uyl

Meneer Van der Vorst (r) inDoe het zelf zorg.

Je zou het bijna een subgenre van de Nederlandse documentaire kunnen noemen: het sociologische egodocument. Vaak gaat het over een jeugd in de roerige jaren zestig of zeventig, waar de hoofdpersoon met gemengde gevoelens op terug kijkt.

Filmmakers als Denise Janzée (Alleen in de wereld), Maroesja Perizonius (Communekind) en Marije Meerman (De kresj) hadden wat af te rekenen met de Bhagwan of de anti-autoritaire opvoeding. Ook Suzanne Raes maakt in de gisteren uitgezonden ‘Teledoc’ De mooiste jongen van de klas en wij (VPRO) gebruik van soms verbazingwekkend archiefmateriaal, maar de complexe en paradoxale film getuigt ook van heimwee naar het idealisme.

Raes (1969) groeide op in De Weezenhof, een nieuwbouwwijk van Nijmegen-Dukenburg: „een reservaat van redelijke, welbespraakte en goedwillende mensen”, die ze ook beschrijft als „links-burgerlijk” en „gevallen in een toverketel van goede bedoelingen”. Als ze op een van de autoloze zondagen op de snelweg mogen spelen, beschouwt Suzanne dat als een persoonlijk cadeautje van oom Joop den Uyl.

Met een knipoog naar meer eenduidig nostalgische programma’s als De reünie (KRO) en Het mooiste meisje van de klas (TROS) verzamelde Raes oud-klasgenoten van de basisschool en ontdekt nu pas langzaam hoe gesegregeerd de idylle eigenlijk was. Achter het viaduct woonden „ordinaire” mensen, die niet geneigd waren alles altijd samen te willen doen. Een enkeling van de andere kant zat wel op basisschool Samenspel, zoals Johnny. Hij was de jongen die Suzanne begeerde en met wie minstens twee van haar vriendinnen zoenden. Op zijn veertiende overleed hij aan een ongeluk met zijn illegale brommer.

Achteraf denkt Suzanne dat Johnny misschien beter zou zijn toegerust voor de huidige tijd dan zijzelf. Veel van de voormalige Samenspelers gaan niet eens meer stemmen, want ze vertrouwen geen enkele politicus. Maar als ze eerlijk zijn moeten ze toegeven dat ze hun eigen kinderen nu ook naar de eisen van deze tijd relatief materialistisch en competitief opvoeden.

Bij de nostalgie naar de eenvormigheid van de rijtjeshuizen en de open achterpoortjes hoort ook een bedeesdheid in het presenteren van jezelf als het centrum van het universum. Raes, die eerder heel ordentelijke en betrokken documentaires maakte over anderen, zoals haar Bulgaarse werkster (De huizen van Hristina) heeft zichtbaar moeite met een film over zichzelf. Het was een uitdrukkelijk verzoek van de VPRO. Die spanning is mooi.