...in Ierland nog niet, maar dat duurt niet lang meer

Vandaag is het zijn bedrijfspand dat door de bank wordt verkocht. Volgende maand kan het zijn huis zijn. Of over twee maanden, drie, vier. Tom O’Reilly (50) weet niet hoe lang hij het nog weet te behouden. Zijn schulden zijn enorm, er is nauwelijks werk voor zijn staalbedrijf, de rekeningen stapelen zich op. De curatoren van de bank kunnen opnieuw aankloppen. Hij zegt: „Als ze je eenmaal in de klauwen hebben, laten ze je niet meer los.”

O’Reilly is niet de enige. Volgens de Ierse centrale bank lopen bijna 95.000 hypotheekhouders meer dan negentig dagen achter met betalen, bijna 12 procent van het totaal. Bijna 23.500 hebben al twee jaar niet betaald, en van de ruim 100.000 hypotheekschulden die deels zijn gesaneerd, heeft de helft alweer een betalingsachterstand. De uitstaande schuld bedroeg in december 17,5 miljard euro. Het wordt het tweede front van de Ierse crisis genoemd.

Maar beslagleggingen bleven vrijwel uit: in drie jaar ging het ‘slechts’ om 900 panden. Dat had een juridische achtergrond – en een psychologische. „De geschiedenis speelt hier een rol: het doet denken aan de gedwongen ontruimingen tijdens de Britse overheersing”, zegt Paul Joyce, beleidsmedewerker bij de Free Legal Advice Centers (FLAC), dat helpt bij schuldsanering.

Toch moeten de Ieren er volgende maand aan geloven. Op last van de ‘trojka’ – de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds die in november 2010 onder strenge voorwaarden 64 miljard euro aan Ierland leenden – is de wet aangepast, waardoor beslagleggingen makkelijker worden.

De centrale bank verlangt dat de banken voor eind juni met 20 procent van de probleemklanten een regeling treffen. „We gaan nieuw terrein verkennen”, zegt Paul Joyce van de FLAC. „Niemand weet wat het potentiële verlies kan zijn.”

Werkloosheid is niet meer de enige oorzaak van betalingsachterstand. Na vijf jaar bezuinigingen, belastingverhogingen (waaronder invoering van onroerendgoedbelasting) en loonbevriezingen hebben ook Ieren met een baan het moeilijk. De problemen zijn het grootst onder gezinnen in steden waarvan de ouders tussen de 45 en 65 jaar zijn.

Woningbezitters hebben weinig opties. De vastgoedmarkt is ingestort. Sinds de piek in 2007 zijn huisprijzen soms gehalveerd. Verkopen betekent dus genoegen nemen met een lagere waarde, en een resterende uitstaande schuld.

Volgens David Hall van de Irish Mortgage Holders Organisation, een non-profitorganisatie die hypotheekhouders bijstaat bij onderhandelen met hun bank, zijn de dalende prijzen ook een van de redenen dat er nooit op grote schaal beslagleggingen plaatsvonden. „Banken willen geen grote schulden op hun balans hebben staan”, meent hij. „En aan wie moeten ze verkopen?”

Vraag is ook of de Ierse banken voldoende kapitaal hebben om dergelijke verliezen te kunnen nemen. Bij een stresstest in 2011 werd ervan uitgegaan dat de vastgoedprijzen met 55 procent zouden dalen, en op basis daarvan verhoogden Bank of Ireland, Allied Irish Bank en Permanent TSB hun reserves tot 24 miljard euro. Maar die piek is al bijna bereikt.

Hall signaleert „desinteresse” om te onderhandelen en tot oplossingen te komen. Een probleem is volgens Hall dat een groot aantal banken alleen nog hypotheekschulden in Ierland heeft uitstaan, maar er niet meer fysiek aanwezig is.

Dat signaleert ook Tom O’Reilly. Hij heeft het over „de gezichtsloze bankier” met wie hij tevergeefs telefonisch probeerde te onderhandelen. Zijn schulden ontstonden toen zijn afnemers – bouwbedrijven aan wie hij stalen hekken leverde – in de problemen kwamen. Er staat nog voor 660.000 euro aan rekeningen open. Geld dat hij „nooit meer terugziet”. Arbitrage haalde niets uit. „Van een kale kip kun je niet plukken”, zegt hij. Maar van hem dus wel. „Ik dacht nooit dat ik op mijn vijftigste weer op het punt zou zijn beland waar ik op mijn achttiende begon”, zegt hij.

„De economie zal niet herstellen, zolang honderdduizenden Ieren een negatief eigen vermogen hebben”, zegt Constantin Gurdgiev, econoom aan Trinity College in Dublin. Hij wijst op het consumentenvertrouwen, dat nog altijd laag is. „Wie schulden heeft, geeft geen geld uit.”

Gurdgiev ziet nieuwe problemen opdoemen: „Als de banken in beslag genomen panden snel verkopen, beïnvloedt dat de prijs.” En dan zullen mensen die nu nog netjes betalen de druk gaan voelen. Hij heeft het over „enorme” gevolgen: „Ik ken al mensen die eigenlijk gescheiden zijn, maar samen blijven wonen vanwege de hypotheekschuld.”

Tom O’Reilly blijkt nog even geluk te hebben. Bij de veiling van zijn bedrijfspand door de bank ontstaat verwarring over het bestemmingsplan van het terrein. De veiling gaat niet door. Tot nader order blijft O’Reilly zijn pand dus maar kraken.