Ik voelde de druk: ik moet presteren

Chantal Inen is oprichter van De Partnership Academie. Ze denkt dat bedrijven ontwikkelingswerk gaan overnemen.

Nederland, Amsterdam, 19-05-2013 Chantal Inen Social Entrepreneur @The Punchy Pack @De Partnership Verkiezing | Student Kleinkunst @Theater Opleiding Selma Susanna PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2013

verslaggever

Vlak achter de Amsterdamse Dam, naast condomerie Het Gulden Vlies en tegenover het Players Cafe (‘open till 04.00 am’), zit het kantoortje van Chantal Inen. De negen vierkante meter op de eerste verdieping zijn licht. Er passen net drie bureautjes in.

Hier vormt Inen (29), samen met een werknemer en een stagiair, The Punchy Pack. Een ‘social enterprise’, zoals ze dat zelf noemt. Wat ze daarmee bedoelt? „Wij zetten een maatschappelijk probleem om in een kans. En daar verdienen we geld mee.” En concreet? „We organiseren dit jaar voor de derde keer De Partnership Verkiezing.”

Het woord Partnership doelt op samenwerkingsverbanden tussen bedrijfsleven en ontwikkelingswerkorganisaties. Bijvoorbeeld: PostNL verkoopt ansichtkaarten, die de social enterprise FairMail Kaartwereld maakt met straatkinderen in Peru en India. Of: SNS REAAL en de ngo LiveBuild zetten samen een project op om waterverspilling in Afrika tegen te gaan. Inen schreef haar masterscriptie over zulke samenwerkingsverbanden – een trend volgens haar. Ze liep onder meer stage bij KLM, die samenwerkt met het Wereldnatuurfonds om biobrandstof te ontwikkelen. En nu verdient ze er haar geld mee.

Inen – petite, in een bordeauxrode jurk en gehakte laarsjes in precies dezelfde kleur – zet een schaal fruit op tafel. Ze schenkt heet water op een zakje biologische groene thee. Haar kleine kantoortje is misleidend. The Punchy Pack werkt onder andere samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken, FMO, NCDO en NUzakelijk.nl. En afgelopen twee jaar deden grote bedrijven als FrieslandCampina, Achmea, KLM, DSM en KNVB mee aan de verkiezing. Geen kleine jongens dus.

Waarom zo’n verkiezing organiseren?

„Tijdens mijn bestuursjaar bij het studentenplatform AIESEC was ik verantwoordelijk voor een samenwerking tussen AIESEC, TNT en het World Food Program. TNT weet veel van logistiek, en het WFP moet zorgen dat voedsel op moeilijk te bereiken plekken komt. Dus TNT helpt het WFP met zijn expertise. Toen is het bij mij gaan dagen: dat je business met een maatschappelijk doel kunt combineren. Ik zag wat die samenwerking ook bracht voor TNT: de medewerkers raakten bevlogen, meer gemotiveerd, en TNT kreeg een meer maatschappelijk karakter. Ik dacht, hier wil ik verder mee. Na veel netwerken kwam het plan van een verkiezing. Ik wilde iets verzinnen waardoor we als klein bedrijfje snel in contact zouden komen met decision makers uit het bedrijfsleven, want dan konden we daar projecten mee opzetten. Maar het grappige is dat het middel een soort doel is geworden. De Partnership Verkiezing is zo groot geworden dat we er bijna niets meer bij kunnen doen. We hebben we twee prijzen van 25.000 euro: de Business Development Award is voor het bedrijf met het beste nieuwe idee voor een investering in een ontwikkelingsland. En de Best Partner Award is voor de beste, al bestaande samenwerking tussen een bedrijf en een ngo.”

Hoe verklaar je het succes?

„Omdat het positief is. Er is zo veel negativiteit over wat bedrijven allemaal niet goed doen. Terwijl er ook heel veel goede dingen gebeuren. Dat moet je een podium geven, want dat zorgt ervoor dat bedrijven er harder voor gaan werken en dat andere bedrijven denken: dat moeten wij ook gaan doen. Door de theateropleiding die ik twee dagen per week doe, ontwikkel ik creativiteit die ik kan gebruiken in het ondernemen. Met theater leer je over te brengen wat jou raakt, en dat moet ik in mijn werk ook doen. Dat zorgt ervoor dat mensen meegaan in het doel dat ik voor ogen heb.”

Is de wereld verbeteren het doel?

„Ja.”

Waarom?

„Noodzaak. Ik voel een urgentie. Er moet zó veel gebeuren in de wereld. Ik kan heel kwaad en verdrietig worden dat niet alle mensen dezelfde kansen hebben om te bloeien, zich te ontwikkelen, gezond te zijn. En ik wil daar iets aan doen, op deze manier. Misschien komt het ook wel vanuit mijn achtergrond.”

Hoe bedoel je, vanuit je achtergrond?

„Nou, heb je even? Mijn moeder is Hindoestaans- Surinaams. Ze is op haar elfde naar Nederland gekomen. En mijn vader heeft een Duitse moeder – met een Joods-Portugese vader – en een vader uit Indonesië. Die heeft daar in een Jappenkamp gezeten voor hij naar Nederland kwam. Dus ik heb Hindoestaans-Surinaams-Indisch-Nederlands-Joods-Portugees-Duits bloed.”

Hoe voel je dat?

„Op de verjaardag van mijn opa aten we Indisch, met Pasen maakte mijn oma een Joodse maaltijd en als mijn moeder jarig was aten we Surinaams. Dat was voor mij heel normaal. Als kind voelde ik me heel erg Nederlands. Tot ik elf jaar was en iemand mij op een hockeytoernooi ‘stomme Turk’ noemde. Toen besefte ik pas dat ik geen blond, blank meisje ben. Toen ik later ging backpacken in India is het pas echt gaan rollen. Daar merkte ik hoeveel ik van die cultuur herkende, het gedrag van mensen, het onderhandelen, het eten. Ik voelde me opeens veel meer verbonden dan ik had verwacht. Ik zie mijn afkomst nu als iets wat me verrijkt. Ik kan me aanpassen. En mensen kunnen me niet direct in een hokje plaatsen.

„Ik ben zo blij met wat mijn voorouders voor me hebben gedaan. Zij hebben voor mij gevochten, zo voelt dat echt. Een tijd lang voelde ik dat als een soort druk: ik moest presteren. De laatste tijd zie ik het dus meer als een soort drive en wat ga ik daaruit meenemen om de wereld te verbeteren?”

Hoe helpt wat jij doet de wereld dan?

„Door deze verkiezing wordt door young professionals nagedacht over investeringen in ontwikkelingslanden. Ik vind dat fantastisch. De rol die bedrijven internationaal spelen is echt gigantisch. In het begin vond ik dat wel een beetje eng. Zoveel invloed. Maar daardoor geloof ik juist dat bedrijven het moeten gaan doen in ontwikkelingslanden. Het netwerk en de financiële mogelijkheden die ze hebben, daar kan een groot deel van de oplossing zitten.”

Wat vind je van de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking

„De overheid zal altijd een rol blijven spelen, maar wel een andere rol. Meer als verbinding tussen organisaties, universiteiten en bedrijven. Ik denk dat bedrijven ontwikkelingswerk meer gaan overnemen. Ten eerste omdat er een nieuwe generatie leiders aankomt die duurzame ontwikkeling heel belangrijk vindt. Ten tweede omdat er voor bedrijven meer kansen liggen. Mijn droom is om een groot platform te hebben, waardoor het steeds gemakkelijker wordt voor overheid, bedrijven en ngo’s om samen te werken.”