Iedereen wacht op Dijsselbloem

Oppositie en kabinet spreken weer volop over akkoorden Ondanks dreigementen van de oppositie Zij wil invloed in ruil voor steun

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

politiek redacteur

„Als dit als een dreigement overkomt, dan is dat maar zo”, zei D66-leider Alexander Pechtold toen hij eind vorige maand een motie indiende met CDA, ChristenUnie en SGP om het kabinet op te roepen snel helderheid te geven over extra bezuinigingen. Maakt het kabinet niet voor de zomer duidelijk met welke maatregelen het de begroting van 2014 op orde denkt te krijgen, dan hoeft het niet bij deze vier partijen aan te kloppen om steun voor plannen op het terrein van zorg, arbeidsmarkt, onderwijs en kindregelingen.

Het kabinet had vakbonden en werkgevers in het pas gesloten sociaal akkoord juist beloofd voorlopig af te zien van aanvullende bezuinigingen voor 2014. Maar werkloosheidscijfers en de Voorjaarsnota van afgelopen vrijdag maken opnieuw duidelijk hoe onhoudbaar dat is. Er zal volgend jaar extra bezuinigd moeten worden, de vraag is hoeveel en waarop.

Sinds de motie schuifelden er nauwelijks bewindslieden door de gangen van de Tweede Kamer om steun te zoeken voor hun plannen. Iedereen leek te wachten op minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA).

Gewoon onderhandelen

Toch is het niet hij die deze week bij de oppositie langskomt om te overleggen. Het is minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA), die met GroenLinks en D66 een afspraak heeft om te praten over het leenstelsel voor studenten dat de studiefinanciering moet vervangen. Ondanks die motie van Pechtold wordt er door zijn eigen partij gewoon onderhandeld over nieuwe akkoorden.

Het CDA heeft ondertussen een uitnodiging van staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) aanvaard om te praten over de hervorming van de thuiszorg en langdurige zorg. Ook de ChristenUnie en SGP zijn best bereid tot gesprekken. De SP praat met Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) over de uitwerking van het sociaal akkoord.

Het kabinet moet deals sluiten om zijn beleid uit te kunnen voeren, want de coalitie komt acht zetels tekort in de Eerste Kamer. Sinds het woonakkoord van februari, met D66, ChristenUnie en SGP, zochten de bewindspersonen het buitenparlementair, bij vakbonden en werkgevers.

Drieprocentsnorm

De ambitie die het kabinet had om alle grote hervormingen in 2013 door zowel Tweede als Eerste Kamer te loodsen, is in de polder gesneefd.

Het kabinet wil de bijbehorende wetgeving nu in het najaar naar het parlement sturen – als er duidelijkheid is over de aanvullende bezuinigingen om het begrotingstekort onder de Europese norm van 3 procent te houden. Toch hebben de bewindspersonen haast, want de Raad van State heeft maanden nodig om zich over wetsvoorstellen te buigen. Het kabinet moet zich voor dat proces verzekeren van oppositionele steun.

Oppositiepartijen zullen nooit „tekenen bij het kruisje”. Steun komt alleen in ruil voor invloed. Het CDA wil alleen instemmen met maatregelen die de werkgelegenheid helpen en de lasten drukken. De ChristenUnie wil dat gezinnen ontzien worden. De SGP heeft het kabinet opgeroepen „op immateriële thema’s niet te polariseren”. D66 wil graag een onderwijsakkoord sluiten, maar alleen als de sector extra geld krijgt. Samen met GroenLinks zou die partij ook kunnen helpen de wirwar aan compensatieregelingen voor de kosten van kinderen te beperken, maar GroenLinks wil dat dat vrijgespeelde geld in de kindopvang wordt geïnvesteerd en niet wordt gebruikt om het begrotingsgat te dichten. De SP is geneigd maatregelen op de arbeidsmarkt te steunen, als de effecten her en der worden gecompenseerd. Waar de eerste vier partijen de strenge Europese begrotingsregels belangrijk vinden, moet van de twee linkse partijen de drieprocentsnorm voor 2014 worden losgelaten.

Puzzel

Geen enkel akkoord is gratis, weet het kabinet. Zo levert het woonakkoord structureel bijna 300 miljoen euro minder op dan de woningmarktplannen uit het regeerakkoord. En de vertraagde en verzachte maatregelen uit de polderakkoorden drukken ook de voorgenomen besparingen. Elk volgend akkoord zal de financiële puzzel voor Dijsselbloem moeilijker maken.

Hij houdt zich op dit moment stil over de extra bezuinigingen. Na de motie van Pechtold zei hij „in potlood” een nieuw pakket te willen schetsen. Bezuinigingen nu vastleggen, druist in tegen de afspraak die in de polder is gemaakt. Toch zal Dijsselbloem ook eerder dan augustus een rondje moeten maken over zijn mogelijke bezuinigingen. Al is het maar omdat geen van de afspraken concreet kunnen worden zonder dat de financiële gevolgen duidelijk zijn.