Een mooie wereld

In Wageningen was de eerste editie van ‘Lokale Schoonheid’, een festival voor en door mensen die de wereld een stukje mooier willen maken. Sleutelbegrippen waren bewust leven, ervaren, persoonlijke groei, ontwikkeling, zelfgenezing, innerlijke rust, balans, gezondheid, vreugde, geluk en lekker eten.

„Duurzaam leven dus”, zei de organisatie in de vorm van mevrouw Laura Jonker.

Ze stond te stralen dat het een lieve lust was en ontving ons nog net niet met een knuffel, maar dat kon nog komen, daar was weinig aanleiding voor nodig. Ze kon er lang en kort over spreken – ze koos voor lang – maar het was een succes. Tussen het groen krioelde het van ‘duurzame mensen’ uit het hele land.

Ze zei: „Ons uitgangspunt is dat ieder mens specifieke kwaliteiten heeft. Individueel is het soms moeilijk om daar richting aan te geven, helemaal als het kunstzinnige en creatieve kwaliteiten zijn. Wij wilden weleens zien wat er gebeurde als je het samenbrengt. Nou, dit dus!”

Ze spreidde de armen en zei: „Enjoy!”

Omdat ik honger had en niet per se zin had in een falafel met kikkererwtenmoes bestelde ik een duurzaam mini-pannekoekje dat werd gebakken op de achterkant van een brandblusser: bereidingstijd een kwartier. Even verderop kon je zelf een glas vruchtensap bij elkaar fietsen op een hometrainer. Ik begreep dat dat duurzaam en dus goed voor het milieu was. Maar daarvoor kwamen de mensen niet.

Ze waren op zoek naar iets veel mooiers: geluk. De handelaars in welbevinden waren overal en lieten ons van de producten proeven. Ik heb een briefje in de wensboom gehangen, liep met blote voeten over een belevingspad (gras voelde lekkerder dan grind) en liet mijn aura wassen. De therapeut van dienst zag weliswaar de mooiste kleuren, maar ook ruis. Waarschijnlijk afkomstig van mijn overleden vader, maar het konden ook opgekropte spanningen zijn. Hij waste de handen in een emmer zeepsop, vroeg of ik de ogen wilde sluiten en ging aan de slag. Omdat ik stiekem toch een beetje keek, zag ik wat hij deed. Hij worstelde letterlijk met mijn gedachten, die hij met veel moeite in de emmer met sop gooide. Om ons heen stonden een stuk of veertig mensen, niemand lachte.

Een half uur later vroeg een man of ik soms last had van blauwe plekken. Die kon hij genezen. Het kon eventueel ook telefonisch.

Ik sloot het middagje af met een knuffelworkshop in een tipi.

„Het geeft niks dat je onzeker bent”, hield een man ons voor. „Iedereen is onzeker. Maar geloof mij: je bent de moeite waard!”

Omdat het leuk was om dat ook eens van een ander te horen gingen we in tweetallen tegenover elkaar staan en zeiden het tegen elkaar.

„Je bent de moeite waard!”

En daarna een knuffel.

Na afloop voelde ik me niet per se gelukkig, eerder vies. Dat kon natuurlijk ook niet in een middag. Daarvoor moet je op workshop, geluk kost geld.