‘De schilderijen zijn nu veel beter te lezen’

Sinds 2010 reist kunsthistoricus Matthijs Ilsink samen met een onderzoeksteam de wereld over om alle werken van Jheronimus Bosch in kaart te brengen. De resultaten van dit Bosch Research and Conservation Project zullen bekend worden gemaakt op een expositie in Het Noordbrabants Museum.

Het Bosch Research and Conservation Project fotografeert alle werken van Bosch met drie verschillende technieken: macrofotografie, infrarood en infraroodreflectografie. Bij die laatste methode kun je nog dieper onder de verflaag kijken en wordt ook de ondertekening zichtbaar.

Het is dat het oeuvre van Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) zo overzichtelijk is, met slechts 45 overgebleven schilderijen en tekeningen. Anders was het Matthijs Ilsink, docent kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en gastconservator van Het Noordbrabants Museum nooit gelukt om álle werken van Bosch in kaart te brengen. Sinds 2010 reist Ilsink met een onderzoeksteam langs de grote musea in de wereld om de werken van Bosch zo gedetailleerd mogelijk te fotograferen en documenteren. Een enorme klus, aldus Ilsink. „Bij productievere kunstenaars als Rembrandt of Van Gogh hadden we deze grondige en interdisciplinaire aanpak nooit kunnen gebruiken. Dit onderzoeksproject is echt teamwerk en dat is kostbaar en tijdrovend.”

Het grootste deel van de onderzoekscampagne van het Bosch Research and Conservation Project zit erop. Ilsink: „We hebben nog een paar belangrijke stukken in Spanje voor de boeg, in het Prado en El Escorial, plus een schilderij in Londen. Ondertussen wordt er door alle teamleden hard gewerkt aan het bewerken en analyseren van de terabytes aan data. Eind 2015 hebben we een hele harde deadline, als de tentoonstelling in Het Noordbrabants Museum opent. Dan moet ook het boek met daarin alle onderzoeksresultaten af zijn.”

Hoe gaat jullie onderzoeksteam precies te werk?

„De werken worden door onze fotograaf Rik Klein Gotink met een macrocamera vastgelegd. Je moet het zien als honderden ansichtkaarten die als puzzelstukken aan elkaar geplakt zijn. Computertovenaar Robert Erdmann van de University of Arizona in Tucson heeft speciaal voor ons een nieuw systeem ontwikkeld waarbij je de verschillende beelden naast en over elkaar heen kunt leggen. Heel handig is de zogenaamde Zooming Curtain Viewer, waarbij je de macrofoto’s over de infraroodfoto’s en infraroodreflectografie kunt leggen en zo de ondertekening kunt vergelijken met het zichtbare schilderij. Dat is zo super. Ik verwacht dat dit systeem straks wereldwijd door musea gebruikt zal gaan worden.”

Infraroodfotografie is toch niet nieuw?

„Dat klopt. Maar in een boek moet je het vaak doen met de details die de auteur heeft gekozen. Op onze website kun je zelf met de beelden op onderzoek uitgaan. Je kunt op ieder detail inzoomen, tot je met je neus op de verflaag zit. Zulke high-definition-fotografie is natuurlijk ook niet nieuw. Vergelijk het met het Google Art Project, waarbij je ook tot dicht op de verflaag kunt inzoomen. Alleen zitten bij ons ook de infraroodbeelden erbij en straks ook röntgenbeelden. Juist voor een kunstenaar als Bosch is dit systeem erg bruikbaar. Omdat zijn werken zo vol details zitten. En omdat hij, net als bijvoorbeeld Rembrandt, al schilderend zocht naar de juiste voorstelling. Die zoektocht wordt nu zichtbaar gemaakt. Je ontdekt details die de kunstenaar later toch weer heeft overgeschilderd. Het is alsof je over de schouder van de schilder meekijkt en dat is zeker bij een enigmatische schilder als Bosch heel spannend.”

Was het moeilijk om de musea te overtuigen van uw plannen?

„Het kostte soms best veel moeite om alle afspraken bij musea rond te krijgen. Musea zijn deze aanpak niet gewend, dat je met een team van eigen mensen en met je eigen spullen op bezoek komt. Doorgaans vraag je bij het museum een dia of digitale afbeelding op, die je dan thuis bestudeert. Bij het Prado, waar onder meer de Tuin der Lusten hangt, zeiden ze: ‘Dit is hoogst ongebruikelijk, we doen dit voor het eerst.’ In die zin is dit een uniek project.”

Zijn er al mooie ontdekkingen te melden?

„Ja, op verschillende niveaus. Het onderzoek heeft veel kleine trouvailles opgeleverd. Doordat nu de ondertekeningen en onderschilderingen systematisch worden blootgelegd, kun je de schilderijen veel beter lezen. Zoals bij De Zondvloed (circa 1515) uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen, daar bleek onder de verflaag een veel grotere ark van Noach verborgen te zitten. Maar de echt grote waarde van dit onderzoek zit hem in de mogelijkheid die ontstaat om op een heel hoog niveau alle schilderijen van Bosch met elkaar te vergelijken. Nu al tekenen zich groepen af, en aan het einde van de rit zullen we met veel grotere autoriteit dan tot op heden uitspraken kunnen doen over de chronologie, de stijlontwikkeling bij Bosch, maar ook over de betekenis van zijn werk.”

Zou het kunnen dat door dit onderzoek schilderijen van Bosch worden ontmaskerd?

„Dat kan. Maar daar wil ik nog niet op vooruitlopen. We melden onze bevindingen pas als het onderzoek is afgerond. Een afschrijving van een schilderij ligt heel gevoelig. Als een museum te horen krijgt dat zijn schilderij geen Bosch is, zal het kunstwerk in het slechtste geval meteen van zaal worden gehaald. En vaak zie je ook in de literatuur de verwijzingen naar zo’n werk opdrogen. Terwijl aan het werk zelf niets is veranderd. Zeker is dat door ons onderzoek het beeld van Bosch als geniale kunstenaar zal moeten worden bijgesteld. Hij werkte in een familie-atelier met meer heel goede schilders. Binnen het algemeen geaccepteerde oeuvre brengen we in elk geval die nuancering aan.”