De mooie jongen die Elvis aan zijn vetkuif hielp

Bernard Schwartz, alias Tony Curtis, zocht wanhopig naar erkenning.

Close Up: Tony Curtis - Driven to Stardom Ned. 2, 23.00 - 00.00 uur

Van de bijna 130 films waar hij in speelde zijn er slechts een handvol het onthouden waard. Sweet Smell of Succes, The Defiant Ones, Spartacus, The Boston Strangler. Maar eeuwige roem dankt Tony Curtis vooral aan zijn rol als Josephine, de saxofoniste die achter Marilyn Monroe aanzit in Some Like it Hot (1959).

Een werkelijk spannende acteur is hij niet. Fijn om naar te kijken, zeker. Een talent voor comedy, ook dat. Maar Curtis heeft niet wat Brando of Dean hebben, dat dreigende, mysterieuze.

Zelf miste Curtis ook zo’n onderstroom, blijkt uit het portret dat het Franse productiehuis French Connection Films maakte in 2011, een jaar na zijn overlijden. Zijn leven lang zocht hij erkenning als serieus acteur. Hij wilde meer zijn dan de ‘pretty boy’, de man die Elvis aan zijn vetkuif hielp.

Aanvankelijk ontspint het portret zich braaf: Curtis groeit arm op in een Hongaars immigrantengezin in de Bronx, vindt troost in bioscoop (Errol Flynn) en marine, wordt ontdekt en breekt door als held in avonturenfilms.

Geleidelijk sluipt de tragiek naar binnen. Duurzame roem blijkt moeilijk te vinden, een duurzaam huwelijk ook. Een ex: „Zonder camera was Tony een ballon die leegliep”. Au. Na een cocaïneverslaving verbleef hij in de Playboy Mansion. Au. Die treurigheid maakt het net iets meer dan de standaard hagiografie van een Hollywoodster.