Zweverige gitaarrock op ‘London Calling’

Concert van de Britse band Palma Violets zaterdag tijdens London Calling in Paradiso, Amsterdam Foto Andreas Terlaak

London Calling. Gehoord: 24/5 Paradiso, Amsterdam.

Een drukke editie van het halfjaarlijkse London Calling-festival, afgelopen weekend in Paradiso Amsterdam, maakte twee dingen duidelijk. Ten eerste dat de zweverige gitaarrock een comeback maakt, en ten tweede dat liedjes schrijven niet vanzelf gaat.

Zweverige gitaarrock was te horen bij het Brits/Nederlandse gezelschap Echo Lake, met charmante galmzang van zangeres Linda Jarvis, bij Swim Deep en bij Guards. Bij dit soort muziek, in de traditie van jaren negentig-groepen als My Bloody Valentine en Spacemen 3, horen gruizige gitaarakkoorden, afgewisseld met uitwaaierende klanken die hypnotiserend bedoeld zijn. Daar werd aan voldaan, maar opwindend klonk het niet.

London Calling brengt niet uitsluitend meer Britse muziek, dit weekend waren er bands uit de hele Angelsaksische wereld te horen. Ook het dogma van de Britpop-stijl – opgewekte koortjes en meezing-nummers – is verdwenen. Het indrukwekkende RDGLDGRN (staat voor Red Gold Green) uit Washington combineert bijvoorbeeld rock met hiphop. In Amerika is enige opwinding rond de groep ontstaan omdat Dave Grohl (Foo Fighters) zo’n fan is, dat hij aanbood om te drummen op hun nog niet verschenen debuut-cd. De stijl is niet vernieuwend, maar de combinatie is mooi afgewogen: de rock niet te scherp, de rap niet te boos. Voorman Red is een gedreven aanjager met honkbalpetje, die touwtje springt zonder touw en vlamt in een song als Million Fans. Niet elk nummer was even subtiel, maar te oordelen naar de reacties in de zaal is het niet moeilijk voor te stellen hoe RDGLDGRN een festivalweide in vervoering kan brengen.

Uit een inventarisatie van de vrijdagavond van London Calling blijkt dat slechts enkele van de ongeveer twaalf bands soepele liedjes schrijft. Bij sommige had een gesmeerd popnummer kunnen bijgedragen aan de feestvreugde. Zo heeft Charlie Boyer & The Voyeurs verschillende sterke punten, zoals de aandacht trekkende snerpende stem van de zanger en al even snerpende gitaarriffs. Maar de liedjes blijven achter: te slepend en krampachtig. Bij andere bands zijn popnummers geen vereiste. De drie broers van The Family Rain in de overvolle bovenzaal hechtten duidelijk minder belang aan een toegankelijke melodie dan aan een onderscheidend gitaargeluid dat knerpte en glansde in een omlijsting van orgels.

Een van de sensaties van de avond was Metz uit Canada. Niet alleen door hun driemanschap deden ze denken aan Nirvana, ook hun overweldigende furie hadden ze gemeen met Nirvana in de begintijd. Bij Metz zijn de drumritmes staccato en is de zang een grauwende schreeuwpartij. Zo zit de woede gevat in strakke patronen, waardoor de zaal onmiddellijk in een woelende moshpit veranderde.

Het zweet van de stuiptrekkende zanger Alex Edkins, die veel ‘fuck it’ in zijn teksten verwerkt, sproeide over het publiek. Zo’n verbroedering had ook plaats bij de band die het hoogtepunt van de avond beloofde te worden, en ook werd. Het Britse Palma Violets, dat sinds een half jaar aan een zegetocht bezig is, speelde al eerder in Nederland. Nu veranderde de grote zaal, aan het eind van de avond, moeiteloos in een deinende menigte. Live heeft de band een mooie troef door de dubbele voorman-rol van bassist Alexander Jesson en gitarist Samuel Fryer. Hun afwisselende stemmen, jongensachtig bij Jesson en smachtend bij Fryer, en presentatie – Jesson driest, Fryer zachtmoedig – geven een aantrekkelijk beeld. Niet alle nummers zijn even sterk, maar songs als Best Of Friends en Chicken Dippers zijn nu al klassiek.