Wil je helpen? Blijf maar liever thuis

Tientallen Nederlandse moslimjongeren vechten in Syrië tegen Assad Het Vrije Syrische Leger wil dat niet De opstand lijkt zo te religieus

Correspondent Rotterdam

„Bent u soms vóór Assad?” vraagt een jongen in een witte djellaba verbaasd aan Fahad Al Masri als hij klaar is met zijn toespraak. De woordvoerder van het Vrije Syrische Leger heeft net een zaal met ongeveer honderd Marokkaanse Nederlanders voorgehouden dat zij vooral níet naar Syrië moeten komen om te helpen. De buitenlandse jihadstrijders dragen volgens Al Masri bij aan de beeldvorming dat er in Syrië een religieuze opstand aan de gang is, met als gevolg dat de internationale gemeenschap de revolutie niet militair durft te steunen.

En nee, zegt hij tegen de jongen in de djellaba, hij is dus niét voor Assad. Al Masri vertelt dat hij onlangs in het vliegtuig naar Syrië een snoepje gaf aan een jong meisje. Nog geen vijf minuten na aankomst in Damascus kwam het meisje om het leven. De president van Syrië, zegt hij, is een moordenaar.

De bijeenkomst afgelopen zaterdag in Rotterdam was bedoeld om de Marokkaanse gemeenschap in te lichten over moslimjongeren die naar Syrië gaan om te vechten. Een deel van deze strijders is van Marokkaanse komaf. Zoals de jongen in de witte djellaba, een 18-jarige Rotterdammer. Hij werd een maand geleden orthodox moslim en plande een reis naar Syrië. Zijn ouders konden hem in België tegenhouden. De 18-jarige jongen zou op de bijeenkomst in discussie gaan met Al Masri. Maar na de uitlatingen van de zegsman weigerde hij het podium te betreden. Hij verliet zelfs kort de zaal uit protest.

Waarom wilt u geen hulp van Nederlandse moslimjongeren?

Fahad Al Masri: „Ik snap hun motieven. Deze jongeren willen iets doen voor hun broeders. Maar ze maken de revolutie zwart. Assad probeert een religieus aspect te geven aan de revolutie. De komst van buitenlandse strijders geeft hem de gelegenheid ons neer te zetten als terroristen.”

Worden de jihadstrijders vanuit Syrië geronseld?

„Ik geloof dat ze in handen komen van individuen, niet van organisaties. Het is de taak van de staat om die jongens te beschermen tegen dit soort ronselaars. Bovendien hebben de Turkse autoriteiten een grote verantwoordelijkheid. Negentig procent van de jihadisten komt via Turkije. De internationale gemeenschap moet met Turkije samenwerken om de grenzen te beschermen.”

Heeft u een beeld bij hoe het de Nederlandse strijders vergaat?

„Ze vechten in het noorden mee aan het front en hebben zich aangesloten bij Al Nusra. Deze strijdgroep telt twaalfduizend leden, van wie we duizend leden kunnen beschouwen als terroristen. Ze beschikken over wapens en geld. Buitenlandse strijders komen in contact met deze gevaarlijke mensen en worden door hen beïnvloed. Ze vormen bij terugkeer zeker een gevaar voor jullie landen.”

Klopt het dat er zo’n honderd Nederlandse jongeren aan het vechten zijn?

„Dat cijfer is overdreven. Uit de hele wereld zijn ongeveer tweeduizend jihadisten naar Syrië gekomen, dus het zullen er minder zijn. We proberen te vermijden dat ze belangrijke informatie in handen krijgen.”

Er zijn de laatste weken video’s opgedoken waarin te zien is dat militairen van Assad worden geëxecuteerd door rebellen. Keurt u dat goed?

„Die gedragingen zijn in strijd met de wet. Als een persoon van het Vrije Leger zo’n daad pleegt, zal hij gestraft worden. De revolutie van Syrië is een revolutie van waardigheid”.

De vrees is dat Syrië met al haar splintergroepen onregeerbaar zal zijn wanneer het regime gevallen is. Kunt u niet beter vrede sluiten met Assad?

„Ik heb nieuws voor u. Binnen enkele weken gaat een nationaal project van start, geleid door vertegenwoordigers van het Vrije Syrische Leger en een hoge legerofficier van het regime die sympathiseert met de revolutie. Deze mensen zullen het land tijdelijk besturen als Assad straks het land verlaat. De oppositie is daar vooralsnog te versplinterd voor. Zo kiezen de Moslimbroeders geen duidelijke lijn, zij zijn nog niet in staat het land te leiden na het regime. Daarna wordt een grondwet geschreven en gaat het volk stemmen. Ja, zo zal het gaan.”

    • Andreas Kouwenhoven