Volodos volmaakt en aangrijpend

Klassiek

Arcadi Volodos, piano. Gehoord: 25/5 De Doelen, Rotterdam*****

Sinds zijn internationale doorbraak in 1996 onderging Arcadi Volodos (1972) een opmerkelijke gedaanteverandering. Van ‘Russische klavierleeuw’ die overrompelde met pianistische acrobatiek ontwikkelde hij zich tot ‘klassieke fijnproever.’ Zaterdag bracht hij in De Doelen een programma met louter intieme, romantische muziek.

De keuze voor Franz Schuberts Sonate in C (1815) mocht enigszins verbazen: een interessant, maar wat onwennig stuk waarin Schubert zoekt naar zijn muzikale identiteit. Volodos speelde het smaakvol en verfijnd, maar zonder de overgave die de rest van zijn recital kenmerkte.

Met Brahms’ Intermezzi opus 117 (1892) voerde Volodos zijn publiek binnen in de wereld waarin hij zich het beste thuis voelt: die waarin muziek religie wordt. Met een bezonken, epische toon en relatief lage, gedragen tempi verleende hij deze ‘wiegeliedjes’, zoals Brahms de stukken zelf noemde, een onpeilbare, haast sacrale melancholie.

Ook Schumanns karakterstukken benaderde Volodos met een wonderlijke combinatie van emotionele betrokkenheid en contemplatieve distantie. Schumanns Kinderszenen (1838) klonken niet als caleidoscopisch portret van een grillige kindergeest, maar als een gewijde herinnering aan vervlogen jaren. Ook de Fantasie (1836-1838), waarin Schumann zijn hart muzikaal uitstortte, kreeg onder Volodos’ handen een onthecht, haast metafysisch karakter.

Dat Volodos Schumanns wereldlijke kanten weinig belichtte – de lol van de Ritter vom Steckenpferd of het triomfalisme in het tweede deel van de Fantasie – kon het geheel niet schaden. Zijn heiligende interpretaties waren zo volmaakt en aangrijpend dat je slechts één ding kon hopen: dat zijn concert voor altijd zou duren.