Twaalf minuten lesbische seks en een blinde poedel

La Vie d’Adèle, een film over een lesbische liefde, wint de Gouden Palm Fraaie timing in de week dat Frankrijk het homohuwelijk legaliseert De tweede prijs, The Grand Prix, is voor de gebroeders Coen

Argentinian-born French actress Berenice Bejo poses on May 26, 2013 during a photocall after being awarded with the Prix d'Interpretation Feminine (Best Actress) at the 66th Cannes film festival in Cannes. AFP PHOTO / LOIC VENANCE AFP

filmrecensent

La Vie d’Adèle, chapitre 1 & 2, een drie uur durende film over een lesbische liefde, heeft gisteren de Gouden Palm gewonnen, de hoogste prijs van het filmfestival van Cannes.

Fraaie timing nu Frankrijk deze week het homohuwelijk legaliseert. Na een groepsknuffel met zijn actrices Adèle Exarchopoulos en Léa Seydoux sprak regisseur Kechiche, van Tunesische afkomst, vanaf het podium de hoop uit dat de jeugd die de Tunesische revolutie mogelijk had gemaakt door deze prijs inspiratie zou putten „te leven in vrijheid, zich uit te drukken in vrijheid en lief te hebben in vrijheid”. Eerder deze week vertelde hij ons dat geen revolutie compleet is zonder seksuele revolutie.

Omdat iedereen ontdekte dat ieder ander ook zo diep was geraakt door het drie uur durende La Vie d’Adèle, kreeg Kechiche’s zege de afgelopen dagen in Cannes iets hoogst onvermijdelijks, zoals in 2012 direct het geval was met Michael Hanekes Amour. Al was er, met name onder Angelsaksische feministen, wat twijfel of het wel correct was: mannen die genoten van een twaalf minuten durende vrijscène. Toch wordt Kechiche’s op een graphic novel gebaseerde film nooit pornografisch: de seks voelt even oprecht als de woede en de tranen. Dat was een gevolg van het enorme onderlinge vertrouwen op de set, aldus de vrolijk kettingrokende en vloekende actrice Adèle Exarchopoulos vorige week: „Je vergeet het aantal takes, vergeet of het een close-up is en of er überhaupt gefilmd wordt.”

Broeders Coen waren er niet

De tweede prijs, The Grand Prix, die naar Inside Llewyn Davis van de gebroeders Coen ging, is terecht, maar niet in de sterren geschreven. Hun film biedt een liefdevol, grappig én wrang inkijkje in de folkscene in Greenwich Village anno 1961, vlak voor de komst van Bob Dylan. Maar de broers hebben zo’n prijs niet meer zo hard nodig: tekenend was dat ze zelf in New York bleven en hoofdrolspeler Oscar Isaac de honneurs lieten waarnemen.

Een kleine verrassing was de regieprijs (vaak ook een prijs voor nieuw talent) voor Amat Escalante, als tweede Mexicaan op rij na vorig jaar Carlos Reygadas, al is Escalante half-Amerikaans. Escalante schuifelde gisteravond wat ongelovig het podium op. Heli, een keiharde film over de geweldscyclus in Mexico, was door de filmpers gefileerd, uit afkeer over een scène waarin een vader en drie Wii-spelende zoontjes een stakker afrossen en daarna diens penis in brand steken. Echte pijn in een film geeft problemen, vertelde Escalante ons deze week filosofisch. „Mensen zie liever tien mensen wier schedel komisch uiteen spat in de eerste tien minuten van Batman.”

Een andere surprise was het passeren van Michael Douglas voor de acteerprijs. De 68-jarige Douglas, die glitterkoning Liberace prachtig gestalte geeft, moest plaatsmaken voor de 76-jarige Bruce Dern, die in de roadmovie Nebraska een drankzuchtige, schijnbaar seniele opa speelt die met zijn zoon terugkeert naar zijn geboorteplaats. Bij Dern, die al in 1960 zijn filmdebuut maakte, heeft de jury wellicht geacht dat het de laatste kans is deze altijd voortreffelijke, maar chronisch ondergewaardeerde Amerikaanse acteur in de schijnwerper te zetten.

Borgman kreeg geen prijs

De prijs voor beste actrice voor Bérénice Bejo – hier bekend van de stille zwartwitfilm The Artist – was voorzien, niet alleen omdat ze de beste prestatie neerzette na het lesbische duo van La Vie d’Adèle, maar ook omdat het complexe drama Le Passé een prijs verdiende. Ook een prijs voor de Chinese regisseur Jia Zhangke (beste scenario) voor zijn kritische wraakfilm A Touch of Sin lag voor de hand. Dat La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino met lege handen naar huis ging, verraste wel; deze wonderschone, languissante ode aan Rome raakte mogelijk onvoldoende het hart.

Alex van Warmerdams Borgman, de eerste Nederlandse deelnemer aan de hoofdcompetitie in 38 jaar, viel niet in de prijzen, maar dat was ook niet verwacht. En al gebruikte Borgman honden op een huiveringwekkende wijze, de prijs voor beste hond ging naar de blinde poedel Baby Boy die in Behind The Candelabra pianist Liberace en zijn jonge minnaar Scott Thorson, een dierenverzorger, samenbrengt.