Tijd voor ondernemend fondsenwerven

Non-profitorganisaties moeten moderner en ondernemender worden. Weg met het slachtofferdenken, vindt Petra Hoogerwerf.

Illustratie Pavel Constantin

Er lijkt van links tot rechts steeds meer vertrouwen te zijn in het particulier initiatief. Halbe Zijlstra houdt er een krachtig pleidooi voor. Eveline Tonkens en Jan Willem Duyvendak stellen daarentegen vragen bij de belastbaarheid van burgers bij informele zorg. Niko Koffeman komt met een initiatief om natuur vrij te kopen. De Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur verwijst naar regionale initiatieven om natuur te beschermen.

Maar de teneur is dat het wel met minder subsidie moet. Non-profitorganisaties zullen de komende jaren minder of helemaal geen subsidies meer van de overheid ontvangen. Subsidies worden niet alleen verminderd, ook worden ze steeds meer vervangen door projectfinanciering. Het levert bij veel bestaande organisaties een hoop chagrijn op. En dat terwijl donateurs, sponsors en betrokken mensen de legitimatie zijn van het werk.

Non-profitorganisaties zullen moeten zoeken naar nieuwe inkomstenbronnen. Ze zullen meer ondernemerschap moeten ontwikkelen. Dat vergt visie, lef en loskomen van de gedachte dat het allemaal ‘moeilijk, moeilijk, moeilijk’ is. Een moderne non-profitorganisatie zal een breed scala aan inkomsten moeten realiseren uit dienstverlening, verkoop en fondsenwerving. De sector moet af van het slachtofferdenken en moet bovenal plezier uitstralen dat mensen mobiliseren leuk is en geen ‘must’.

Dat het kan bewijst AtelierVelp, al twintig jaar zonder substantiële bijdragen van subsidie- en fondsengelden. Begonnen in 1994 met honderd leerlingen en een jeugdtheatergezelschap biedt de school inmiddels met vijftig docenten en medewerkers een breed programma van dans, theater en muziek aan ruim achthonderd leerlingen.

Behalve de contributiegelden genereert de school ook inkomsten uit projecten, opdrachten en workshops voor onder andere het onderwijs, instellingen en bedrijven. De instelling staat open voor opdrachten van Ikea waarbij leerlingen dansvoorstellingen geven bij de opening van een nieuwe vestiging.

Een ander voorbeeld is de 1% club waar dynamiek en ondernemerschap voelbaar is als je de locatie binnenkomt. Een online marktplaats voor kleinschalige ontwikkelingsprojecten waar je 1% van je inkomen, tijd en kennis direct kunt bijdragen aan een ontwikkelingshulpproject. Niet voor niets gaf de Bill Gates Foundation 100.000 dollar. Met het geld ontwikkelt men nu een innovatieve manier, gebaseerd op mobiele telefoons en sociale media, om ontwikkelingshulp transparanter te maken en mensen in ontwikkelingslanden hier rechtstreeks bij te betrekken.

Zo kan iemand in Kenia per sms de voortgang van het nieuwe gezondheids- of scholingsproject in zijn dorp laten zien. Online ontstaan veel interessante maatschappelijke initiatieven van mensen die zich inzetten voor een doel en anderen weten te mobiliseren met sponsorlopen, crowdfunding, adoptieprogramma’s, talentenveilingen, ruilacties, garageverkoop en speciale concerten.

Een ware uitbarsting van creativiteit.

In de werkwijze van traditionele non-profitorganisaties moet meer ondernemerschap, innovatie en lerend vermogen komen. Werkt de aanpak met straatcoaches niet om overlast te verminderen, zoek dan een nieuwe aanpak. Hoeveel non-profitorganisaties hebben budget voor innovatie of hebben medewerkers vrijgesteld om naar nieuwe werkwijzen te zoeken? De aandacht moet gericht zijn op: welke maatschappelijke impact kunnen we bereiken? Niet op instandhouding van de instelling.

Non-profitorganisaties moeten zich realiseren dat zij aan het oplossen van een probleem vaak maar een kleine bijdrage kunnen leveren. En de vraag is of zij überhaupt nog steeds de meest geëigende partij zijn. Armoede, leefbare buurten, klimaatvraagstukken of eenzaamheid – het zijn lastige problemen waarbij de kennis en het vernuft van velen nodig is. Non-profitorganisaties moeten met het bedrijfsleven, burgers, woningcorporaties, fondsen, online communities en onderwijsinstellingen de handen ineenslaan om echte veranderingen te realiseren. Nog te veel worden andere partijen zoals bedrijven slechts als geldgevers gezien.

Een bijdrage geven aan de samenleving is zeker niet alleen meer voorbehouden aan stichtingen en verenigingen. Er ontstaan steeds meer hybride organisaties zoals social enterprises en online communities waar mensen zich organiseren voor een goed doel. Social enterprises gaan verder dan traditionele bedrijven omdat naast winst maatschappelijkheid een van de kerndoelen is. Een voorbeeld is het bedrijf Specialisterren. Het laat mensen met een normale of hogere begaafdheid en (een vorm van) autisme economische zelfstandigheid verwerven in de ICT.

Veel van deze mensen zijn extreem goed in het testen van computersoftware. Het bedrijf scoort veel beter dan reguliere ICT-testbedrijven. Ook traditionele bedrijven pakken maatschappelijk verantwoord ondernemer steeds serieuzer aan. Afgelopen week schreef deze krant nog over Philips dat bewust inzet op arbeidsparticipatie van autistische mensen. Het is opvallend dat de discussie over maatschappelijk verantwoord zijn, in de non-profit- en goede-doelensector nauwelijks wordt gevoerd. Maar hoeveel non-profits hebben zelf arbeidsgehandicapten in dienst? Hoeveel non-profits hebben beleid voor energiebesparing, diversiteit en het welzijn van de medewerkers?

Gesubsidieerde non-profits worden links en rechts ingehaald door maatschappelijk-culturele ondernemers, social enterprises en online initiatieven. Financiering en samenwerkingspartners zoeken is creatief en leuk. Ik noem dat de ‘vonk’: de verbinding tussen gevers en organisatie die voortkomt uit een gevoel iets te kunnen bijdragen aan een maatschappelijk vraagstuk. Zonder ‘vonk’ kun je anderen niet overtuigen en echt iets veranderen voor mensen die dat nodig hebben.

Petra Hoogerwerf is auteur van Vonk! Fondsen werven met hoofd en hart en eigenaar van Veleda advies.