Column

Strafbaar tomaten telen

De wereld wordt duidelijk steeds woester. Als ik langs de televisiekanalen zap, kom ik een voormalig fotomodel tegen dat als VIP en BN’er optreedt in een programma van RTL. Ze zegt net op dat moment over een beroemde tatoeagekunstenaar: „Ik ben geen feministe, ik ben een vrouwelijke vrouw, maar als dit mijn man was, zou ik een bijl pakken en hem in stukken hakken.” Tjonge! Geef mij de feministen maar.

Van de weeromstuit komen er steeds meer wetten en verboden in deze wilde wereld. Er mag zoveel niet. Duiven voeren in Haarlem? Mag niet. Een moestuintje bijhouden? Ook niet. Tenminste, het mag wel, maar alleen met ambtshalve toegelaten zaad. Zoveel verboden zijn er, zoveel feiten strafbaar, zoveel wordt ons in de weg gelegd.

Deze optelsom van bandeloos gedrag en harde straf oefent op de meeste mensen een geweldige aantrekkingskracht uit. Vandaar dat op Twitter alom wordt geflirt met de gedachte aan de eigen strafbaarheid. „Ziek met mooi weer. Het zou strafbaar moeten zijn.” „Voor twaalf uur wakker geworden. Zou strafbaar moeten zijn.” En Brightlightcityboy fleemt: „Als verliefd raken op jouw een Strafbaar feit was was k nu de meest gezochte crimineeL.!!!!”

Ook in politiek opzicht verwachten mensen heil van hard straffen. Harry geeft via Twitter een oplossing voor de problemen in de Haagse Schilderswijk: „Je kunt vrijheid van godsdienst afschaffen en specifieke religies strafbaar stellen b.v.” Een krachtige aanpak die vrolijk om zich heen grijpt. Als een illustrator van kinderboeken schrijft: „Knuffels in de wasmachine doen. Ik blijf er moeite mee houden”, twittert een kennis terug: „De PVV schijnt ‘t strafbaar te willen stellen”.

Strafbaarstelling is kortom een wondermiddel in een wilde wereld, een oplossing voor alle kwalen. In Haarlem ligt een serieus politiek voorstel ter tafel om het voeren van Haarlemse meeuwen strafbaar te stellen. Twee maanden celstraf: volgens de wethouder moet de politie een middel hebben om in te grijpen zodra het voeren van meeuwen ‘te gortig’ wordt.

Op het moment spelen er twee grote kwesties die de vraag oproepen naar de zin van dit alles. Het illegaal verblijf in Nederland is natuurlijk de eerste. Een nieuwe Europese verordening inzake het gebruik van zaaigoed in de land- en tuinbouw is de tweede. In beide zaken rijst de vraag hoe verdedigbaar het is om ongetemd gedrag te bestraffen. Wat voegt straf toe aan de illegaliteit van het verblijf in Nederland zonder geldige papieren? En waarom zou je hobbytuiniers bestraffen als ze elkaar zaden geven van ouderwetse graan- en groentesoorten?

De discussies worden met veel sentiment gevoerd. Geen zenuw waarop niet wordt gemikt. Zo wordt rondom de illegaliteit nu alom beweerd dat het door dit plan strafbaar zou worden ‘er te zijn’. Zoals lange tijd werd beweerd dat ‘geen mens illegaal’ is. Deze argumenten tegen het beleid zijn onzin. Niet de mens is illegaal verklaard, maar het verblijf. En het wordt niet strafbaar ‘er’ te zijn, maar ‘ergens’ te zijn. Zo ongewoon is dat principe van verboden toegang niet en dus zul je met andere argumenten moeten komen om succesvol tegen het plan te pleiten.

Nuchtere argumenten bijvoorbeeld. Die zijn altijd interessanter. Hoogleraar strafrecht Theo de Roos zei onlangs bij zijn afscheid dat hardere wetten, langere straffen en meer strafbaarstellingen leiden tot minder handhaving, lagere oplossingspercentages en geringer vertrouwen in de rechtsstaat. Heb je als overheid geen geld om alle overtredingen op te sporen en iedere overtreder in de gevangenis te gooien, dan beland je al gauw in een vicieuze cirkel: zodra meer gedrag strafbaar wordt, spoor je minder strafbare feiten op, en dus voelen burgers zich onveiliger, en dus komt er een roep om meer en hardere straffen, en dus worden meer onnozele gedragingen strafbaar, en dus worden minder zaken opgelost, en dus voelen burgers zich nog onveiliger en dus neemt de roep om strafbaarstellingen jaarlijks, wekelijks, dagelijks toe.

Natuurlijk is het mallotig om illegaal verblijf in Nederland – dat moet leiden tot uitzetting – ook nog eens strafbaar te stellen. Maar het kwalijke daarvan is niet dat je mensen verbiedt ‘er’ te zijn. Het kwalijke is dat symboolwetgeving, doordat het ons geloof in de rechtsstaat aantast, de rechtsstaat zelf aantast. Hoe meer gedragingen je strafbaar stelt, hoe ruwer de samenleving wordt. Met als gevolg dat we vreemdelingen niet alleen opsluiten, maar ze in die opsluiting ook contactlensvloeistof ontzeggen en ze maanden zonder lenzen en bril in een cel rond laten tasten.

Straks is alles strafbaar. En geen overheid die nog geld heeft daaraan fatsoenlijk gevolg te geven. Dan hebben alleen de Monsanto’s dezer wereld nog voldoende geld en invloed om achter strafbare feiten aan te jagen en hun belangen veilig te stellen. Dan word je op basis van internationale regels door zulke chemiebedrijven tot faillissement gedreven wanneer je in je eigen tuin tomaten teelt van natuurlijk zaad en heeft de overheid geen mankracht meer om je te beschermen tegen harde criminelen.

Minder straffen. Zelf liever worden. Er zit niets anders op.

Maxim Februari is filosoof en schrijver.