PvdA wil wel/geen sociaal Europa

Geen verdere Europese bemoeienis met het sociaal beleid van de lidstaten, zegt het kabinet. Een lastige boodschap voor de PvdA.

Den Haag. - Het sociaal Europa. Dat is het veelgehoorde antwoord van socialisten op de ‘door Brussel opgelegde’ bezuinigingspolitiek. Maar het Nederlandse kabinet van liberalen en sociaal-democraten wil maar weinig weten van dat sociale Europa. Voor Europa is hier geen nieuwe taak weggelegd, schrijft minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) de Tweede Kamer. „De lidstaten zijn primair aan zet”, aldus minister Lodewijk Asscher, als vicepremier tevens de eerste PvdA-man in het kabinet.

Een wijziging van het Europees Verdrag – waarop al het handelen van de Europese Unie is gebaseerd – om sociale beschermingsregels in te bedden is volgens het kabinet dan ook niet nodig. „Geen wijzigingen in de bevoegdheidsverdeling tussen EU en lidstaten, en dus ook geen verdragswijziging”, schrijft Asscher.

Een stellingname die lijnrecht staat tegenover die van PvdA-leider Diederik Samsom. Deze meent dat er juist wel een taak is voor het verenigd Europa. „Het sociale vangnet dat als tegenmacht voor de vrije markt functioneert, regelen we nationaal. Daarmee lopen we achter de feiten aan. Dat moet je dus net als de vrije markt op Europese schaal organiseren. Dat is onvermijdelijk en wat ons betreft ook wenselijk”, zei Samsom in maart van dit jaar in een interview met deze krant.

Het was zijn politieke antwoord op de toenemende klacht in veel lidstaten, dat de Europese Unie, oftewel ‘Brussel’, zich alleen maar bezighoudt met het opleggen van bezuinigingen, dan wel het ruim baan geven aan het bedrijfsleven. Europa moest van Samsom beter laten zien ook aandacht te hebben voor de sociale aspecten. Dat is niet alleen een taak voor de lidstaten maar ook voor de Europese Unie als geheel.

Vandaar zijn pleidooi om de Europese sociale regels in het Europees Verdrag onder te brengen. Een verdragswijziging die vervolgens via een referendum aan de bevolking zou moeten worden voorgelegd.

Maar het kabinet is tegen. „Geen verdragswijziging”, schrijft Asscher in zijn brief aan de Tweede Kamer. „Het kabinet ziet de rol van Europa op sociaal terrein vooral in het geven van landenspecifieke aanbevelingen en het bevorderen van de uitwisseling van ‘best practices’.” Het komt neer op voortzetting van de huidige praktijk. De opvatting past ook in de politieke benadering van het kabinet dat het overkoepelende Europa alleen het strikt noodzakelijke moet doen, en eerder bevoegdheden aan de lidstaten moet teruggeven dan overnemen.

De VVD is tevreden. „Europa moet wegblijven van extra sociaal beleid”, zegt het Tweede Kamerlid Mark Verheijen van deze partij. De brief van Asscher is daarvan een bevestiging. Maar wat vindt de PvdA? De brief van Asscher is een gevolg van een motie van het uit deze partij afkomstige Kamerlid Michiel Servaes. Hij vroeg het kabinet om een stellingname over de „sociale dimensie” van de Europese Unie. Servaes is ook tevreden. Omdat het kabinet met de aandacht voor de sociale aspecten „de balans terugbrengt”. Er is een „minder eenzijdige focus op alleen bezuinigingen”, aldus Servaes.

Hij is ingenomen met de zorg die wordt uitgesproken over bijvoorbeeld de „onacceptabele” wijze waarop met name de jeugdwerkloosheid zich ontwikkelt. Het aantal jongeren zonder baan is tweemaal zo groot als de overige werklozen. Via de bestaande instrumenten zoals het Europees Sociaal Fonds kan daar het een en ander aan worden gedaan.

Maar Asscher waakt er zorgvuldig voor nieuwe taken en bevoegdheden naar Europa over te dragen. Er zijn „duidelijke beperkingen aan wat Europese afspraken kunnen bijdragen aan het oplossen van sociale problemen in de lidstaten zelf”, schrijft hij. Tweede Kamerlid Servaes kan ermee leven. De discussie over het aanpassen van het Verdrag is van een latere orde, meent Servaes.

De keuze van het kabinet kan in elk geval ook beschouwd worden als een afwijzing van de ideeën die de Franse president François Hollande twee weken geleden ontvouwde. Hij wil ter bestrijding van de crisis juist een sterker gecoördineerd Europees bestuur, inclusief meer bevoegdheden. Op zijn sociaal-democratische partijgenoten in het Nederlandse kabinet hoeft hij daarvoor niet te rekenen.