Oh pardon, was dat beledigend?

Gênante versprekingen, subtiele vooroordelen. Westerse expats zijn niet vrij van racisme, merkt Marte Kaan nu ze zelf als expat in India woont.

Bowling alley in the Phoenix Mills Compound shopping mall on a saturday afternoon in Bombay. December 2004. (Bildtechnik: sRGB, 20.84 MByte vorhanden) Photo: Johann Rousselot/laif/HH *** Local Caption *** 02185195 Johann Rousselot/laif/Hollands>

‘Well, you know Indians, no brains.” Ze maakt nog wel een soort fluistergebaar met haar hand, maar desalniettemin rollen de woorden zorgwekkend soepel uit haar mond. Wanneer ze vervolgens haar chauffeur en manusje van alles, een knappe sikh met een roze tulband die op een Royal Enfield voor haar de stad doorkruist, de hemel in prijst – „absolutely wonderful and so reliable” – word ik daar niet minder ongemakkelijk van.

Als ik deze Australische vrouw ontmoet ben ik een maand in India en weet ik nog niet wat normaal is. Later vraag ik een vriendin of het vaak voorkomt dat expats zo over Indiërs spreken. Ze lacht. Nee. Maar ze zitten ertussen.

Volgens de Amerikaanse hoogleraar sociale psychologie aan de Princeton University Susan Fiske maken weinig mensen uit westerse samenlevingen tegenwoordig nog openlijk racistische opmerkingen. Maar het leeuwendeel houdt er kleine, subtiele vooroordelen op na die tot uitdrukking komen in ongemakkelijke sociale interacties, gênante versprekingen, ongefundeerde aannames en vooroordelen. Dit gedrag wordt aversief of ambivalent racisme genoemd: een houding die gekenmerkt wordt door zowel een geloof in de gelijkheid van mensen als negatieve emoties over een bepaalde groep waardoor omgang met leden van die groep wordt vermeden.

Een belangrijke katalysator van racistisch gedrag is angst, daar staan de geschiedenisboeken bol van. Ook in Afrika liggen onzekerheid en angst vaak ten grondslag aan de racistische of discriminatoire uitlatingen onder buitenlanders, zegt NRC-correspondent Koert Lindeijer, woonachtig in Kenia. „TIA is een gebruikelijke uitdrukking. ‘This is Africa’, oftewel: je wist toch dat het je nooit zou lukken.” Andersom worden blanken door Afrikanen soms als naïef en wereldvreemd bestempeld, niet in staat om out of the box te denken. „Kortom, het wederzijds respect ontbreekt vaak.”

Lui en dom

NRC-journalist Melle Garschagen woont in Indonesië. Geklaag over de Indonesiërs hoort hij niet vaak, over het systeem des te meer. „Bijvoorbeeld: ‘De machten van de trias politica zijn zo corrupt als de pest, de overheid is traag, de Indonesische politici zwak, de infrastructuur rammelt’.”

Een enkele keer hoort Garschagen dat Indonesiërs lui of dom zijn, maar nooit van een Nederlander. „Misschien is dat toeval, misschien beseffen Nederlanders dat bescheidenheid gepast is gezien de geschiedenis of begrijpen ze dat het bij elkaar houden van dit enorme land al hogere balanceerkunst is.”

Volgens professor Fiske zijn de oorzaken voor stereotyperingen en vooroordelen grofweg onder te verdelen in drie categorieën: de behoefte ergens bij te willen horen, de behoefte potentiële dreiging te kunnen controleren en het verlangen het gevoel van eigenwaarde in stand te houden.

Vooral die tweede behoefte lijkt een rol te spelen in een land als India waar de gevaren vaak aanzienlijk gezien groter zijn dan in het land van herkomst. Neem de kans om ziek te worden of om betrokken te raken bij een verkeersongeval. Verlies van controle kan woede en haatdragendheid in de hand werken, gevoelens die worden gericht op degenen die anders zijn: zieke of straatarme mensen, mensen die misvormd zijn of worden uitgebuit. Deze personen symboliseren de angsten van de nieuweling en door de onfortuinlijken als anders te zien wordt de illusie in stand gehouden van deze bedreigingen gevrijwaard te zijn.

Ik ondervond zelf een keer dat een groep Indiërs bedreigend op mij overkwam. We hadden iemand aangereden en stonden aan de kant van de weg, ik zat achterin met mijn dochter, de taxichauffeur onderhandelde over geld met het slachtoffer dat gewond was aan zijn voet. Er kwamen steeds meer mensen om de auto staan en de sfeer werd allengs grimmiger. Verhalen over massa’s die de dader van een verkeersongeval lynchen, schoten door mijn hoofd terwijl ik ondertussen mijn dochter gerust probeerde te stellen – „Wat doen al die mensen hier, mama?”

Wanneer zoiets in Nederland gebeurd zou zijn dan was het ook geen pretje geweest, maar dan had ik me geen zorgen gemaakt over onze eigen veiligheid en me vooral bekommerd om degene die was aangereden.

Jack Leenaars woont tien jaar in India en is een expat-veteraan. Niet alleen kent hij de Indiase cultuur van dichtbij, ook heeft hij de afgelopen tien jaar met talloze soorten expats kennis gemaakt. Leenaars maakt een onderscheid tussen de expat die in een ‘hoge comfortzone’ leeft en degene die zich meer tussen de Indiërs begeeft en zich mengt in het lokale leven.

Leenaars: „De ‘high comfortzone expat’ is in staat zijn eigen waarden in de directe omgeving redelijk te handhaven en baseert daar ook zijn (hoge) verwachtingen op. Die expat zal eerder teleurgesteld worden en gefrustreerd raken, wat zich uit in geklaag en denigrerende opmerkingen over Indiërs.”

Aanvankelijk keek Leenaars door een Nederlandse bril naar de Indiase samenleving. „Maar dat werkt niet. Het is te gemakkelijk om neer te kijken op alles wat anders gaat dan in Nederland. Bovendien ontnam het me het plezier van leven in India.”

Leenaars, die fietstours door New Delhi organiseert met zijn bedrijf DelhiByCycle, besloot zich open te stellen en ontdekte dat anders niet per definitie minder is. Inmiddels ziet hij zelfs de voordelen van die andere aanpak. Hij noemt de extreem flexibele instelling en de oplossingsgerichtheid van Indiërs. „Mensen blijven niet star aan hun eigen overtuigingen vasthouden – iets wat bij Nederlanders nogal eens in de weg kan zitten.” In het verlengde daarvan ligt het ontbreken van het opgeheven vingertje: de ‘ik heb het je toch gezegd’-mentaliteit. Dat maakt het leven en werken aangenamer, aldus Leenaars. Net als het respect voor mensen met andere (geloofs)overtuigingen.

Onbeschoft, gesloten en betweterig

Ook Nederlanders zijn niet gevrijwaard van vooroordelen. We komen er niet al te best vanaf. Volgens de International Expat Explorer survey (2011) van de HSBC Bank is Nederland een van de minst vriendelijke landen voor expats. Op community sites voor expats in Nederland staan kwalificaties als gesloten, onbeschoft en betweterig. Een Britse vriendin die twee jaar in Nederland heeft gewoond en is getrouwd met een Nederlander noemt de krenterigheid van Nederlanders. „Die neiging altijd het goedkoopste te willen vinden, drijft me tot waanzin.”

Gelukkig is er vaak een flinke hoeveelheid zelfcorrigerend vermogen binnen een expat-gemeenschap. Neem deze conversatie binnen de online gemeenschap voor jonge gezinnen in Delhi, Delhibabies. Ene Elsa deed een oproep, ze zocht een hulp in de huishouding die ‘eerlijk is, niet de halve dag liegt en niet haar baby in blote billen meeneemt naar haar werk wanneer haar herhaaldelijk is gezegd dat niet te doen’. Er volgde een reeks reacties waarin de vrouw in alle toonaarden te kennen werd gegeven dat dit soort teksten niet gewaardeerd werd. Waarop Elsa schreef dat ze niet begreep wat er precies zo beledigend was geweest aan haar oproep. ‘But I shall consider myself shamed in a dark corner.’ Ze begreep oprecht niet waarom ze niet op deze manier over mensen zou moeten praten.

Vanavond zijn de buitenlandcorrespondenten van NRC in Nederland. Lezers kunnen met hen dineren in Amsterdam en aansluitend kiezen uit een reeks lezingen. Meer info: nrcrestaurantcafe.nl