Nieuwe bloemetjes in Europa’s late lente

Aha! Ofwel: dus toch. De tijding van het kabinet afgelopen vrijdag dat de btw-inkomsten meer dan 2 miljard tegenvielen in 2012 – en zo op eigen houtje zorgden voor een 0,3 procentpunt hoger begrotingstekort – werd in een deel van economenland ontvangen als een teken van het eigen gelijk. De btw-verhoging van vorig najaar keerde zich, zoals voorzien, tegen zichzelf. Die ophoging zorgde voor een terugvallende vraag, waardoor de inkomsten van de staat niet stegen, maar juist daalden. Een beter voorbeeld van fout begrotingsbeleid zou er niet zijn.

Het is ten dele waar. Maar er zullen nog heel wat econometrische analyses overheen moeten voordat kan worden uitgemaakt hoe groot het ware deel is. De vraag viel sowieso al weg, dus het is lastig uit te maken in hoeverre dat komt door de btw-verhoging. En, niet onbelangrijk, er is nog een neveneffect. Een flink deel van de consumptieve bestedingen behelst import uit het buitenland: kleding, apparatuur, enzovoort. Zo gek veel maken we nu ook weer niet in dit land. Als daardoor de invoer tegenviel, dan valt de economische groei juist hoger uit dan hij anders zou zijn geweest. Dat is contra-intuïtief, maar daardoor niet minder waar.

Zo eenvoudig is het allemaal dus niet, maar het voorval zorgt wel voor nieuwe brandstof op het vuur van het economendebat. En dat debat zelf is druk bezig over te gaan in een sociaal-politiek discours. Want wat is het effect van het beleid dat Europa tot nu toe op zijn burgers loslaat? Wie naar de Verenigde Staten kijkt ziet op het eerste gezicht een land in herstel. Daar is best een boel op af te dingen, maar wie zijn blik op Europa richt ziet een gebied dat voort moddert in een recessie. En het is de duur van die recessie die maatschappelijk steeds relevanter kan worden.

Paul de Grauwe van de Universiteit van Leuven vatte het gisteren in een voordracht voor de centrale bank van Griekenland goed samen. De euro heeft de afzonderlijke lidstaten behoorlijk wat soevereiniteit afgenomen bij het voeren van nationaal beleid. Daardoor zijn ze van tijd tot tijd de speelbal van de financiële markten. Veel van de sociale vooruitgang in de afgelopen eeuw, stelt De Grauwe, is te danken aan het vermogen van overheden om hun burgers, al was het maar gedeeltelijk, te beschermen tegen de instabiliteit van het kapitalisme. De oprichting van de eurozone heeft dat vermogen om bescherming te bieden dramatisch verzwakt. Die verzwakking dreigt de sociale verantwoordelijkheid van de overheden te ondermijnen, en daardoor verliezen zij hun legitimiteit.

Er wordt gezegd dat Europa zo treuzelt met het oplappen van de banken omdat het hoopt dat een economisch herstel inzet voordat die banken alsnog omvallen. Dat is nogal een gok. Maar Europa hoopt ook op een economisch herstel voordat de sociale onrust te groot wordt. Dat is nog een veel groter waagstuk. Alternatieven in Duitsland, Plan B in Griekenland, het feitenvrije 50Plus in Nederland, om er maar een paar te noemen: er bloeien al zat nieuwe bloempjes in de uitgestelde lente van Europa’s economie.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.