Nelsons met energieke Holländer

Der fliegende Holländer van R. Wagner door Kon. Concertgebouworkest, koren van WDR, NDR en BR o.l.v. Andris Nelsons. Gehoord: 24/5 Concertgebouw Amsterdam. Terugluisteren via radio4.nl

Deze zomer dirigeert hij weer zijn internationaal gelauwerde Lohengrin in Bayreuth en hij wordt, opvallend jong, chef in Boston vanaf 2014. Maar daarnaast is Andris Nelsons (34) ook een van de topdirigenten met wie het Concertgebouworkest tijdig een vaste relatie aanknoopte, zodat hij vooralsnog ook regelmatig in Amsterdam te beluisteren is.

De kracht van Nelsons schuilt in zijn emotionele directheid, de energie die hij in elke maat weet te leggen, zijn ‘ademende’ muzikaliteit. Als een melodie swingt, swingt Nelsons gretig mee én weet hij de KCOmusici in die flow mee te slepen.

Al die eigenschappen benutte Nelsons dit weekend voor twee forse en imponerende concertuitvoeringen van Der fliegende Holländer, door regisseur Caecilia Thunissen verrijkt met sfeerbelichting en semi-scenische opkomsten van de solisten vanuit alle deuren en paden.

De romantische Wagner-stijl van Nelsons is het tegendeel van die van Iván Fischer, die een jaar geleden een lichte en lucide Parsifal dirigeerde. Nelsons zette met het geweldig spelende orkest vanaf de ouverture veeleer in op more is more: véél contrast, fikse decibellen maar ook een grote verticale helderheid.

Dat Holländer een vroege Wagner is, werd hier niet benadrukt. De sterrencast leek met uitsluitend grote en indrukwekkende stemmen bewust afgestemd op een rijp klankideaal.

De bas Kwanchul Youn was een Daland die geen tegenwind duldde en voor wie het bijna oneerlijk was dat hij de aandacht moest delen met de Noorse bariton Terje Stensvold als getormenteerde, rijpe en karaktervolle Holländer. De stralende dramatische sopraan van Anja Kampe (Senta) trok vooral de aandacht door warmte van haar geluid. De hoogste noten komen haar niet aanwaaien, maar kracht en toewijding maakten haar Senta juist tot een roerend personage. Onvergetelijk was het aandeel van het uit drie Duitse omroepkoren gerekruteerde koor, dat zong met een nimmer gehoorde mix van perfectie (die klokjesklank in de sopranen!) en bonkige donderkracht.