Minder babysterfte, maar Nederland scoort nog steeds matig

Ondanks de daling is de babysterfte in Nederland nog altijd relatief hoog. Foto ANP / Lex van Lieshout

Het aantal baby’s dat rond de geboorte sterft daalt in Nederland. Stierven in 2004 nog 10,5 op de duizend baby’s voor, tijdens of vlak na de geboorte, in 2010 was dit teruggelopen tot negen per duizend. Dat blijkt uit een Europees onderzoek naar perinatale sterfte.

Van de 29 Europese landen die in het onderzoek zijn meegenomen scoort Nederland nog altijd zeer matig, schrijft persbureau Novum. In 2004 stond Nederland derde van onderen, zes jaar later scoorden er vijf landen slechter.

Babysterfte daalt door betere samenwerking beroepsgroepen

Onder perinatale sterfte wordt verstaan het totale aantal kinderen dat na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer wordt geboren en voor, tijdens of in de eerste vier weken na de geboorte overlijdt. De verbetering van de situatie in Nederland is het resultaat van intensievere samenwerking tussen betrokken beroepsgroepen. Ook neemt het aantal rokende zwangeren af en zijn er minder tienerzwangerschappen.

De relatief hoge babysterfte in Nederland was voor onder andere gynaecologen eerder reden te pleiten voor het afschaffen van het thuisbevallen. Een kwart van de gewone bevallingen gebeurt in Nederland thuis. Uit een analyse van verloskundige-onderzoekers van de Vrije Universiteit bleek vorige maand echter dat de babysterfte rond de geboorte in Nederland vooral optreedt bij te vroege geboorten tussen de 22ste en de 27ste zwangerschapsweek.