Liefdesdrama dat iedereen diep raakt

De Gouden Palm in Cannes ging naar La vie d’Adèle van Abdellatif Kechiche, door Steven Spielberg een ‘groots liefdesverhaal’ genoemd.

La vie d’Adèle, chapitre 1 & 2, een drie uur durende film over een lesbische liefde, heeft gisteravond de Gouden Palm gewonnen, de hoogste prijs van het filmfestival van Cannes.

Het is fraaie timing nu Frankrijk deze week het homohuwelijk legaliseert. Na een groepsknuffel met zijn actrices Adèle Exarchopoulos en Léa Seydoux riep de Frans-Tunesische regisseur Abdellatif Kechiche de Tunesische jeugd op „te leven in vrijheid, zich uit te drukken in vrijheid en lief te hebben in vrijheid”. Eerder zei hij dat geen revolutie compleet is zonder seksuele revolutie.

De zege van La vie d’Adèle kreeg de afgelopen dagen in Cannes iets onvermijdelijks. Niet meteen, zoals bij Amour van Michael Haneke in 2012, maar omdat bijna iedereen achteraf even diep bleek geraakt bleek door de oprechtheid van dit liefdesdrama, dat met veel close-ups en lange scènes een ongewone intimiteit creëert. Toch waren er voor de ceremonie gisteravond sterke geruchten dat het Angelsaksische deel van de jury koudwatervrees had gekregen over de soms twaalf minuten durende vrijscènes: uit feministische hoek klonk kritiek over de ‘starende blik van de man’. Juryvoorzitter Steven Spielberg zei na afloop nooit geplaagd te zijn door gêne: „Voor mij is deze film een groots liefdesverhaal en is het een voorrecht een vlieg op de muur te zijn, te worden uitgenodigd in een verhaal over diepe liefde en diep liefdesverdriet.”

Dat de tweede prijs, The Grand Prix, naar Inside Llewyn Davis van de gebroeders Coen ging, was minder in de sterren geschreven. Hun film biedt een liefdevol, grappig én wrang inkijkje in de folkscene van New York anno 1961, vlak voor de komst van Bob Dylan. Maar in hun oeuvre is het bijna een formulefilm en de Coens hebben de prijs niet zo nodig: tekenend was dat ze in New York bleven en hoofdrolspeler Oscar Isaac de honneurs lieten waarnemen.

Wel een echte verrassing was de regieprijs voor Amat Escalante, in Cannes vaak een prijs voor nieuw talent en grensverleggend werk. Escalante schuifelde gisteravond wat ongelovig het podium op; zijn Heli, een keiharde, streng gefilmde film over de geweldscyclus in Mexico was door de filmpers gefileerd. Met name om een scène waarin een vader voor de ogen van zijn Wii-spelende zoontjes een stakker afrost en diens penis in brand steekt. Echte pijn in een film wekt weerstand, filosofeerde Escalante.

Een tweede surprise was het passeren van Michael Douglas voor de acteerprijs. De 68-jarige Douglas, briljant als glitterkoning Liberace, verloor van de 76-jarige Bruce Dern, die in Nebraska een drankzuchtige, schijnbaar seniele opa is die met zijn zoon terugkeert naar zijn geboorteplaats: wellicht de laatste kans deze chronisch ondergewaardeerde karakteracteur te belonen.

De prijs voor beste actrice voor Bérénice Bejo als volatiele moeder in Le Passé was voorzien, evenals de prijzen voor de Chinese regisseur Jia Zhangke (beste scenario, A Touch of Sin) en voor het serene Like Father, Like Son van de Japanse filmmaker Hirozaku Kore-Eda (Juryprijs). Kind van de rekening was Le Grande Bellezza van Paolo Sorrentino: deze wonderschone, languissante ode aan Rome raakte mogelijk onvoldoende het hart.

Alex van Warmerdams Borgman, de eerste Nederlandse deelnemer aan de hoofdcompetitie in 38 jaar, viel buiten de prijzen. Een piepklein Nederlands tintje zat aan de Juryprijs in bijprogramma Un Certain Regard voor de Nederlands-Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad ( Omar).