Focus, focus, focus: Nibali wint

Vincenzo Nibali reed zich langzaam maar zeker naar de wereldtop. Hij was superieur in de Giro. Een Zwitsers uurwerk in een Siciliaans jasje.

Vincenzo Nibali, zeer overtuigend winnaar van de 96ste editie van de Giro d’Italia. Foto AFP

Amsterdam. - Gek werd hij ervan, Salvatore Nibali. Wéér datzelfde cassettebandje. Elke keer als ze de auto pakten, stopte zijn zoon Vincenzo het grijsgedraaide bandje in de autoradio. Andere kinderen luisterden naar kleuterliedjes of de avonturen van de Italiaanse Bassie en Adriaan, Vincenzo luisterde naar het verslag van de Giro-overwinning van Francesco Moser in 1984 terwijl hij naar buiten staarde en fantaseerde over de roze trui.

Vincenzo Nibali was nog niet eens geboren toen de Giro van 1984 werd verreden: hij zat nog in de buik van zijn moeder toen Moser de Fransman Laurent Fignon uit het roze reed in de slottijdrit. Maar toen hij jaren later de beelden terugzag en het hysterische commentaar hoorde, was hij verkocht. Hij moest en zou ook ooit de Giro d’Italia winnen.

Gisteren deed hij het. Nibali, 28 inmiddels, won in Brescia voor het eerst de Giro. Drie weken lang had hij alles onder controle. Waar zijn concurrenten een voor een afvielen – sommigen met een virus of een chronisch gebrek aan vorm, anderen met daalangst of ontplofte kuiten – bleef Nibali stoïcijns overeind. Bergop was hij de sterkste van het hele peloton, bergaf de handigste. Hij werd niet ziek, hij was bestand tegen het winterweer dat de Giro terroriseerde – en die ene keer dat hij viel zat hij vijf seconden later weer op zijn fiets. Zelfs in de interviews vóór en na de etappes deed hij geen rare dingen: hij beantwoordde de vragen zo koel dat er ijsklontjes uit zijn mond rolden.

Focus, focus, focus – Nibali heeft het zijn hele leven al gehad. Op zijn zestiende verliet hij zijn ouderlijk huis op Sicilië omdat hij vond dat hij was uitgeleerd op het eiland; hij verhuisde naar een gastgezin in Toscane om een betere wielrenner te worden. Hij leerde, hij groeide, stapje voor stapje werkte hij zich naar de top. Langs zijn ontwikkeling als prof past een liniaal. In zijn eerste Giro en Tour werd hij negentiende en achttiende, in de jaren erop reikte hij naar elfde, zevende en zesde plaats. In 2010 won hij de Ronde van Spanje, in 2011 stond hij op het podium van de Giro, vorig jaar werd hij derde in de Tour en nu is hij klaar om in eigen land te winnen. Hij is een Zwitsers uurwerk in een Siciliaans jasje.

Nibali is een atypische Italiaan. Hij volgt niet zijn hart, maar zijn verstand. Hij sloeg jaren geleden een dikbetaald contract van de Britse Sky-ploeg af omdat hij niet jarenlang voor anderen op kop wilde rijden – dat contract heeft hij nu overigens ook: hij verdient bij Astana meer dan twee miljoen per jaar. In de koers valt hij pas aan als hij weet dat hij niets kan verliezen. Hij berekent de risico’s die hij neemt. Hoe chaotisch deze Giro ook was: er was geen moment dat Nibali’s positie in gevaar was.

Pas op de laatste zaterdag van de Giro, in de rit naar Tre Cime de Lavaredo, liet Nibali de controle even varen: hij volgde niet het veilige tempo van zijn ploeggenoten, maar viel aan vanaf de voet van de klim. Hij deed het in de wetenschap dat hij de Giro al zo goed als gewonnen had: met meer dan vier minuten voorsprong op zijn naaste belagers kon hij het risico nemen om zichzelf op te blazen. Dat gebeurde niet. Integendeel. Nibali blies de rest uit zijn wiel; op de finish had hij slechts gezelschap van de vallende sneeuwvlokken.

Natuurlijk reizen ook rond Nibali vragen over dopegebruik, want dat is de vloek die het wielrennen over zichzelf heeft afgeroepen. Anno 2013 is iedere renner die hard rijdt verdacht, zeker eentje die bij een ploeg rijdt waar dopingzondaar Alexandre Vinokoerov de baas is. Maar voor die verdachtmakingen is geen bewijs. Nibali is – in tegenstelling tot veel andere Italiaanse renners – nog nooit genoemd in welke dopingaffaire dan ook. Het spreekt in zijn voordeel dat de vermogenswaardes die hij in deze Giro trapte niet onmenselijk of bovennatuurlijk te noemen waren. In de bergetappes haalde hij niet eenmaal de grens van zes watt per kilo lichaamsgewicht. Zelfs afgelopen zaterdag, toen hij in de rit naar Tre Cime de Lavaredo in de roze leiderstrui de concurrentie verpulverde reed hij ‘slechts’ 5,7 watt per kilo. Ter vergelijking: Lance Armstrong en Marco Pantani scoorden met de hulp van het eiwithormoon epo regelmatig bijna een watt meer tijdens hun exploten.

Nibali zelf zal zich er niet druk over maken. Op een wolk zweeft hij naar huis, met een roze trui in zijn koffer. Vincenzo heeft gedaan waarvan hij jarenlang heeft gefantaseerd, starend uit het raam van zijn vaders auto.