Economie is geen natuurwetenschap

In de Nederlandse politiek merken we er weinig van, maar het debat over de gevolgen van bezuinigen en stimuleren is nog volop gaande. Het richt zich nu op de vermeende schadelijke effecten van onzorgvuldig economisch onderzoek op politieke besluitvorming. Wanneer zij willen bezuinigen, beroepen politici zich graag op economische papers waarin wordt aangetoond dat bezuinigen goed is voor de economie, of dat niet bezuinigen schadelijk is.

Vier jaar geleden was er het onderzoek van de Harvard-economen Alberto Alesina en Silvia Ardagna, die betoogden dat een economie kan groeien door bezuinigingen: expansionary fiscal contraction heette dat. Keynesiaanse economen als Paul Krugman, Christina Romer en Robert Skidelsky wezen er al snel op dat het onderzoek niet deugde. Ten eerste maakten Alesina en Ardagna in hun onderzoek, waarin ze keken naar periodes waarin het begrotingstekort terugliep, geen onderscheid tussen moedwillige bezuinigingen en meevallende belastinginkomsten. Ten tweede haalden ze causaliteit en correlatie door elkaar. Ze toonden een verband aan tussen groei en tekortreductie, maar dat betekent niet dat het laatste leidt tot het eerste: het zou evengoed andersom kunnen zijn. Nog een andere optie: beide fenomenen worden veroorzaakt door een derde factor, bijvoorbeeld devaluatie of een hogere export.

Inmiddels richt de woede zich op een nieuw economenduo: Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff, eveneens van Harvard. Zij toonden in hun onderzoek aan dat een de groei van een economie sterk afneemt als de staatsschuld hoger is dan 90 procent. Het onderzoek is vaak genoemd door politici om bezuinigingsbeleid te ondersteunen.

Nu het onderzoek door collega-economen nog eens tegen het licht is gehouden, blijkt het kantelpunt van 90 procent echter een stuk minder duidelijk. Ook hier is een aantal methodologische fouten gemaakt en is correlatie verward met causaliteit. Leidt een hoge schuld tot lagere groei, of andersom?

De anti-bezuinigers, Krugman voorop, verwijten de betreffende economen dat zij politici op een schadelijke manier hebben beïnvloed. John Cassidy schrijft in de New Yorker dat vooral de onderzoekers zelf blaam treft: zij riepen politici niet tot de orde toen die hun onderzoeksresultaten aangrepen en overdreven. Dani Rodrik, hoogleraar economie aan Harvard, roept economen op zich in het publieke debat bescheidener op te stellen en te benadrukken dat economie geen natuurwetenschap is.

Dit zijn natuurlijk prima aanbevelingen. Maar ik betwijfel of regeringen minder hard hadden bezuinigd als er geen Alesina, Ardagna, Reinhart en Rogoff waren geweest. Zeker in Europa lijken politici zich eerder te laten leiden door de drieprocentnorm dan door angst voor een staatsschuld van 90 procent. Bovendien zijn er evengoed economen die pleiten voor stimuleren, en zij werden door de bezuinigende politici niet geciteerd. Politici kiezen gewoon het onderzoek uit dat het beste past bij hun plannen. Daar moeten wij ons als kritische burgers van bewust zijn.

Floor Rusman is redacteur van nrc.next. Elke maandag schrijft ze op deze plek over de actualiteit.

    • Floor Rusman