De stille

Zaterdag werd een 23-jarige militair in de Parijse zakenwijk La Défense door een lange man met baard neergestoken. De militair patrouilleerde als onderdeel van een antiterrorismeprogramma, waarbij belangrijke punten in de stad worden gecontroleerd.

Toen ik het las begreep ik waarom je in Parijs zoveel zwaar bewapende militairen ziet rondlopen. Ik zag ze zowel bij La Défense als op het Gare du Nord in actie. Ze lopen vaak getweeën, zij aan zij, over straat met het geweer half in de aanslag. Zo banen ze zich, scherp spiedend, ook een weg door het publiek op de vaak overvolle perrons. Het geeft een onbehaaglijk gevoel, je vraagt je af of zo’n geweer niet per ongeluk kan afgaan als de soldaat ergens over struikelt. Daar zou een interessante column in kunnen zitten, mits de columnist het overleeft.

Is het wel zo verstandig dat politiemensen en militairen geüniformeerd in het openbaar rondlopen? Worden ze daardoor niet een levend doelwit voor agressieve malloten? In Groot-Brittannië zijn de militairen inmiddels door hun leiding gewaarschuwd dat ze hun uniform alleen moeten dragen als het strikt noodzakelijk is.

Bij de politie gebeurt dat al vaker dan we beseffen, vermoed ik. In Parijs heb ik enkele malen versteld gestaan van het efficiënte optreden van ‘de stille’, de in burgerkleding opererende rechercheur.

Het gebeurde in een metrostation in het centrum, op een betrekkelijk stil moment van de middag. Een jonge man in spijkerbroek en op sportschoenen werd tegen de muur van het perron klemgezet door een andere jonge man in spijkerbroek en op sportschoenen. Wat was hier aan de hand? Een afrekening in ‘het milieu’, een beroving misschien? Ik besloot wijselijk het antwoord op die vragen op te schorten en een stukje door te lopen.

Toen voegde zich een oudere man, ook in burger, met een ‘oortje’ bij het worstelende duo. Hij hielp de tweede jonge man bij het boeien van de eerste jonge man. Dat ging niet zonder slag of stoot. Er werd gehijgd, gezweet en gevloekt. Toen gaf de eerste jonge man zich over. De politiehanden grepen onder zijn truitje en haalden een damestasje te voorschijn.

Hij was erbij.

Ze moesten de jonge rover lang gevolgd hebben. Betrappen op heterdaad – dat was hun opdracht. In uniform zouden ze kansloos zijn geweest. Daarom hadden ze de schutkleur van de dief aangenomen: de royale, ietwat afzakkende spijkerbroek en de snelle Nikes. Dief en diender waren onderling verwisselbaar geworden, althans, voor het publiek, inclusief de dader. Misschien lag er daarom een verbijsterde trek op het gezicht van de dader – hij had zijn natuurlijke vijand voor een soortgenoot aangezien.

Aan het plein van La Défense ligt een politiepost. Ik kwam er enkele dagen na dit voorval langs, tegen het einde van de middag. Op dat moment liep een jonge man in spijkerbroek, op sportschoenen en met een mutsje op naar de ingang van het bureau. Daar stonden enkele geüniformeerde agenten met elkaar te praten. Ze begroetten de jonge man allerhartelijkst, zoals goede bekenden dat kunnen doen. De jonge man liet zich op zijn rug kloppen, lachte wat en ging naar binnen.

Als ik het incident van de arrestatie op het perron niet had meegemaakt, zou ik weinig van het tafereel bij La Défense begrepen hebben. Misschien gaan we een ‘stille’ revolutie tegemoet. De moordenaars zijn onder ons, evenals degenen die hen van het moorden moeten afhouden.