De hongerigen van de nacht

Het regent als ik naar huis fiets, zoals het de hele avond al regent, auto’s doen plassen opspatten en mensen onder paraplu’s lopen gehaast over straat. Nu zijn er echter geen paraplu’s meer, het is zaterdag en drie uur ’s nachts: de mensen die nu nog wakker zijn, vinden het ook geen probleem om natgeregend te worden. En terwijl ik dichter bij mijn huis kom, bedenk ik: eten. Iets zouts. Iets met saus. Iets wat spetterend het vet in gaat en er knapperig uitkomt. Aan de overkant van de straat zit een snackbar, helverlicht, op het raam een bordje met ‘open’ in rode lampjes geschreven – een baken voor de nachthongerigen.

De snackbar is anders dan de nachtsnackbars die ik ken. Toen ik nog in Utrecht woonde, deelde ik een nachtelijk snackmoment vrijwel altijd met dronken, luidruchtige studenten. De jongens bestelden grote, druipende broodjes, de meisjes wilden meestal een kaassoufflé-mayo of een pita-kaas, waarbij ik me vaak afvroeg of ze werkelijk zin hadden in een klef broodje met gesmolten kaas of dat het toch iets anders was: de angst voor straaltjes knoflooksaus over een kin, de geur van rauwe ui wanneer er straks gedag wordt gezegd, toegeven dat je prima in je eentje een kapsalon weg kan hakken. Soms waren er mensen die elkaar die nacht pas hadden ontmoet, en altijd was er zonder duidelijke aanleiding onbarmhartig tl-licht en een spiegelmuur, zodat je jezelf aanstaarde op je slechtste moment: lodderige ogen, vette mondhoeken.

In deze snackbar is het licht ook fel, maar er zijn geen spiegels en er zitten maar een paar andere klanten. Een man leest aan een tafeltje de krant. Een meisje kijkt op haar mobiel. Een jongen staart voor zich uit. Er staat een geluidsband op met vogelgeluiden – omdat het de zwijgzame man achter de toonbank kalmeert? Of om ons eraan te herinneren dat we ons in gestolen tijd bevinden, dat het eigenlijk niet de bedoeling is dat wij ontwakende vogels horen fluiten?

Terwijl ik op mijn groentekroket wacht, kijk ik naar de andere mensen in de zaak. De man met de krant leest om niet te hoeven denken aan naar huis gaan. Het meisje sms’t haar vriendin dat ze deze zomer graag mee wil naar Vegas. De jongen gaat in gedachten na dat als hij morgen alleen met een Breaker ontbijt, hij nog vierenhalf uur kan slapen. En ik denk aan het vervolgfeestje waar ik niet naartoe ging, hoe het daar nu is, of ik iets mis, of ik er spijt van ga krijgen, of ik misschien de jaren dat ik tot zonsopgang naar feestjes kan, vergooi door toch te gaan slapen. Dan roept de man achter de toonbank me en terwijl hij me een papieren zakje geeft, zegt hij: „Tot ziens.” Ik knik – ik hoop nog heel vaak in een vettige nachtsnackbar te vinden te zijn.