De gemeente mag zelf weten of de winkels open gaan

Twaalf koopzondagen per jaar was het maximum. Diverse gemeenten vonden een sluiproute. Nu mogen ze het allemaal zelf gaan bepalen.

In alle gemeenten mogen binnenkort de winkels elke zondag open. Morgen stemt de Eerste Kamer in met een initiatiefwetsvoorstel van D66 en GroenLinks dat een einde maakt aan het maximum van twaalf koopzondagen per jaar.

De twee partijen willen af van de huidige „rigide nationale wetgeving”, aldus Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66). Gemeenten krijgen meer armslag„Als in Amsterdam ergens behoefte aan is, hoeft dat in Staphorst helemaal niet zo te zijn. Je kunt nu geen recht doen aan die verschillen.”

1Hoe is de situatie nu?Volgens de Winkeltijdenwet uit 1996 mogen gemeenten maximaal twaalf koopzondagen hebben. Maar er is een sluiproute. Gemeenten met veel bezoekers van buiten, denk aan een grote stad als Amsterdam of een kleine, toeristische gemeente als het Zeeuwse Sluis, kunnen zich beroepen op de ‘toerismebepaling’. Dan geven ze winkels toestemming elke zondag open te gaan. Maar er zijn ook gemeenten die zichzelf toeristisch noemen, terwijl je daar vraagtekens bij kan plaatsen. Neem het stadshart van Almere, dat elke zondag open is. De huidige situatie leidt tot veel discussie in gemeenteraden en tot rechtszaken.

2Wat gaat er nu veranderen?Een meerderheid in de politiek wil af van de toeristische sluiproute. Alle gemeenten kunnen straks vrij bepalen hoe vaak hun winkels open mogen zijn. Ze kunnen ook een deel van de gemeente of een branche (bouwmarkten, meubelboulevards) vaker open laten gaan op zondag. De Vereniging van Nederlands Gemeenten is blij met de nieuwe wet. Ze vindt winkeltijden een lokale aangelegenheid. Gemeenten kunnen er prima zelf over beslissen.

3Kunnen we straks overal op zondag winkelen?

Dat is onduidelijk. Ruim 180 gemeenten hebben nu minder dan twaalf of helemaal geen koopzondagen. Het is de vraag of zij het aantal koopzondagen willen uitbreiden. In ruim honderd gemeenten kan al zeven dagen per week worden gewinkeld. Het ligt voor de hand dat de discussie zich toespitst op de resterende 115 gemeenten die zich nu netjes aan twaalf koopzondagen houden.

Aan D66 zal het niet liggen. Kamerlid Verhoeven laat weten dat zeker twaalf lokale fracties, onder meer in Nijmegen, Den Bosch en Gouda, al bezig zijn met een voorstel voor meer koopzondagen in hun gemeente.

4Hoe denken de winkeliers er zelf over?

Grootwinkelbedrijven als supermarkten, Hema en V&D zijn in meerderheid voor verruiming. Kleine winkeliers zijn juist tegen. Ze moeten een extra dag achter de toonbank staan of personeel inhuren, terwijl het hun niks oplevert, zeggen ze. Want je kan je euro maar één keer uitgeven.

Voorzitter Henry Konijn van de stichting Tegen Verruiming van de Zondagopenstelling vreest dat geen gemeente kan ontkomen aan de zondagopenstelling: „Gemeenten zijn keiharde concurrenten van elkaar, dus ze moeten wel. Anders lopen de klanten weg. Het werkt als een olievlek.” Al zijn kleine winkeliers in toeristische oorden vaak wel weer voor koopzondagen. Op die dag verdienen ze het geld om de rest van de week te overbruggen. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) heeft beloofd de wet binnen drie jaar te evalueren en daarbij de economische en sociale gevolgen voor kleine winkeliers en werknemers te onderzoeken.

5Waarom wordt het voorstel nu ingediend?

Omdat er een politieke meerderheid is. De initiatiefnemers willen al jaren verruiming van de Winkeltijdenwet. Onder het vorige kabinet leek er een meerderheid, maar de VVD trok haar steun in ter wille van de SGP, ‘stille’ gedoger in de Eerste Kamer. Nu stemt de VVD wel voor.

Opvallend is dat zelfs het CDA overweegt dat te doen. Senator Gerrit Terpstra liet dat althans vorige week doorschemeren: „Gezien de verkiezingsuitslagen is het CDA niet langer in staat om dit op nationaal niveau te verhinderen en zal de strijd moeten worden gevoerd op gemeentelijk niveau.”

Al liet hij tegelijkertijd weten het nut van de wet niet te zien: „De uitbreiding van de zondagsopening heeft vooral de belangen van de enigszins verwende moderne mens als uitgangspunt.”