'Anti-Duitse agressie is gevaarlijk'

De Franse oud-minister en Duitslandkenner Bruno Le Maire maakt zich zorgen over de groeiende kloof tussen Frankrijk en Duitsland. De eurolanden moeten sneller en verder integreren, zegt hij.

French Agriculture Minister Bruno Le Maire in charge of the UMP ruling party 2012 presidential election project adjusts his tie as he poses at the ministry on December 9, 2011 in Paris. AFP PHOTO LIONEL BONAVENTURE AFP

Bruno Le Maire spreekt vloeiend Duits, volgt de Duitse pers op de voet en reist maandelijks naar Berlijn om zijn Duitse politieke vrienden te consulteren. Dat laatste is dringender dan ooit, vindt de voormalige minister van Landbouw en staatssecretaris van Europese Zaken onder president Nicolas Sarkozy.

„We begrijpen elkaar steeds minder goed”, zegt de vooraanstaande parlementariër van de centrum-rechtse UMP in een café in Saint-Germain-des-Prés waar hij op doordeweekse dagen geregeld kantoor houdt omdat zijn kamer in de Assemblée Nationale naar eigen zeggen „minuscuul” is.

Le Maire, een gezaghebbende stem in het Franse Europadebat, maakt zich zorgen over de verslechterde Frans-Duitse verhoudingen. Die „schaden het Europese project en voeden het populisme”, zegt hij met de meest verontruste frons die hij beschikbaar heeft.

Vorige maand lekte een discussiestuk uit waarin de Parti Socialiste van president François Hollande de Duitse bondskanselier Angela Merkel betichtte van „egoïstische onbuigzaamheid”. De voorzitter van de Assemblée Nationale, Claude Bartolone, riep op tot een „confrontatie” met Duitsland over de te voeren economische politiek in de Europese Unie: het door Merkel opgelegde bezuinigingsbeleid, moet van de baan.

„Natuurlijk zijn er altijd verschillen van mening tussen Duitsland en Frankrijk, ook in mijn tijd als minister, bijvoorbeeld over de hoge koers van de euro”, glimlacht Le Maire. „Maar dit soort agressieve persoonlijke verklaringen is nieuw en gevaarlijk. Frankrijk is onder François Hollande onzichtbaar in Europa en geeft Duitsland de schuld van zijn eigen falen. We zoeken excuses om zelf niet te hoeven hervormen.”

Hoe is het misgelopen tussen Frankrijk en Duitsland?

„Zo’n vijftien jaar geleden maakten Frankrijk en Duitsland verschillende economische keuzes. Duitsland koos onder een sociaal-democratische kanselier, Gerhard Schröder, voor concurrentiekracht, voor export en voor vermindering van de overheidsuitgaven. En Frankrijk deed dat niet. Vijftien jaar later zie je dat die keuzes tot andere economische resultaten leiden. Zo simpel is het.”

Is dat politiek gezien erg? Is die Frans-Duitse as nog zo belangrijk?

„We zijn in een situatie beland die niet veel langer houdbaar is. Wil je werkelijk Europese integratie en betere economische en democratische resultaten voor heel Europa, dan is het nodig dat de twee belangrijkste economieën van de Unie dezelfde doelen voor ogen houden. Ze hoeven niet exact hetzelfde beleid te voeren, maar moeten wel overeenstemming vinden over de fundamenten van de economische keuzen.”

Is het Duitse model in Frankrijk überhaupt mogelijk?

„Nee, je kunt dat niet kopiëren, dat moet je ook niet willen. Maar de twee landen moeten elkaar wel naderen om uiteindelijk tot een gezamenlijk Europees model te komen. Wij kunnen in Frankrijk zeker iets leren van de kwaliteit van de sociale dialoog tussen werkgevers en werknemers in Duitsland, van de concurrentiekracht van de Duitse ondernemingen en ook van de kwaliteit van de producten die uit Duitsland komen.”

Frankrijk spiegelt zich voortdurend aan Duitsland, niet alleen economisch.

„De geschiedenis van Europa draait natuurlijk al decennia om de band tussen Duitsland en Frankrijk. Sinds 1789 is er die rivaliteit: de Fransen kwamen met de Verlichting, de Duitsers met de romantiek. Wij kozen voor een centrale staat, zij voor een federatie en decentralisatie. Uiteindelijk draait alles vandaag de dag om de vraag hoe we de rest van de wereld zien. Is de wereld een kans of een bedreiging? Ik zou willen dat Frankrijk begreep dat we door nu een aantal krachtige economische besluiten te nemen voor de competitiviteit de wereld ook voor ons, net als voor Duitsland, een kans is.”

Hollande zegt de overheidsuitgaven terug te brengen en te hervormen.

„Daar ben ik niet van overtuigd. Wat bij mij blijft hangen is dat de huidige regering allemaal nieuwe belastingen voor burgers en bedrijven heeft ingesteld. Er zouden ingrijpender maatregelen genomen moeten worden om de concurrentiepositie van de Franse economie te verbeteren en daarmee het Europese evenwicht te herstellen.”

Kan Duitsland ook iets van Frankrijk leren?

„Ons gezinsbeleid loopt veel beter dan in Duitsland: vrouwen kunnen werken en krijgen nog kinderen. We zijn ook erg gehecht aan het minimuminkomen, dat in Duitsland niet op soortgelijke wijze bestaat. Dat Polen in Duitsland voor zes euro per uur werken is absoluut geen voorbeeld voor ons.”

Is Frankrijk voor u een Noord-Europees land of een land uit het Zuiden?

„Frankrijk is bovenal een extreem complex land. We hebben goede banden met het Noorden, met België en Luxemburg, we grenzen aan Duitsland en we zijn intiem verbonden met Spanje en Italië. Daarnaast hebben we van oudsher die belangrijke transatlantische lijn met de Verenigde Staten. Geografisch liggen we in het hart van alle oriëntaties van Europa.”

De vraag ging over economische keuzes: Sarkozy die meer met Merkel optrok, Hollande die naar Italië kijkt.

„Frankrijk is nooit een land van het economische Zuiden of het economische Noorden geweest. Dat zijn clichés. Het is veel complexer dan dat. Frankrijk is het evenwichtspunt in Europa en moet alle richtingen uitkijken.”

Uit een recent onderzoek bleek dat nergens het vertrouwen in de EU zo hard daalt als in Frankrijk. Hoe komt dat?

„Het is absurd om te zien dat Frankrijk, dat aan de basis van de Europese integratie stond, zijn eigen politieke ideeën nu de rug toekeert. Dat is zorgwekkend ook. Hoe we daar zijn aanbeland? In de eerste plaats omdat de politiek verantwoordelijken de Fransen voorliegen over wat Europa wel en niet vermag. Europa krijgt de schuld van de werkloosheid en de crisis, maar is in de beeldvorming nooit deel van een oplossing.”

Is daar iets aan te doen?

„Ik pleit voor een ander Europa, dat zich concentreert op de 17 eurolidstaten. Met 27 landen is het onmogelijk om tot eendrachtige economisch beleid te komen. Een werkelijke economische regering voor de eurozone zou een goed idee zijn. President Hollande stelde dat laatst in zijn persconferentie voor, maar dit was natuurlijk een oud idee van Nicolas Sarkozy. Het is zaak sneller en verder economisch te integreren.

Daarnaast hebben we een democratischer Europa nodig, waarin we weten wie de besluiten neemt en wie daarvoor verantwoordelijk is. Ik zou het een goed idee vinden als de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie afkomstig zou zijn van de partij die de Europese parlementsverkiezingen wint. Zo geef je die verkiezingen, waarbij de opkomst vaak laag is, een politieker uitgangspunt en versterk je de democratie.”

Het Front National wint juist aan steun met een campagne voor minder Europa.

„De opkomst van het Front National, maar ook van UKIP in Engeland en de beweging van Beppe Grillo in Italië toont dat de oriëntatie op de EU anders moet. Europa wordt gezien als de boeman. Ja, natuurlijk is het nodig om de overheidsuitgaven te verminderen. Dat vind ik met de Europese Commissie en ik zou willen dat de regering van François Hollande daar meer werk van maakte. Maar daar merken mensen in hun dagelijks leven weinig van. Het grootste probleem is de werkloosheid, jongeren zitten zonder werk, leven zonder perspectief. Het lijkt nu alsof Europa zich alleen bezighoudt met begrotingseisen en niet met het creëren van werk, met innovatie of het opleiden van mensen.”

Marine Le Pen en de Nederlandse PVV willen een referendum over de EU.

„Dat vind ik zeer riskant. Maar als we als politiek de macht over Europa niet terugpakken, door de Unie politieker en daardoor zichtbaarder te maken, dan zullen hun aanhangers een vertrek uit de EU inderdaad als enige oplossing zien.”