Pas toen ik hier kwam, voelde ik me Iers

De Ieren volgen al eeuwenlang hetzelfde patroon: als het slecht gaat, trekken ze weg. Maar voor ‘The Gathering’ keren ze even terug. Zoals de leden van de Kelly-clan.„We klinken niet Iers, maar we zijn het wel.”

Trudy Kelly, Chicago, VS.

‘Het is groener dan ik dacht.” Pastoor Juan Pablo Torrebiarte kijkt verwonderd om zich heen. ‘It’s a Long Way to Tipperary’, zong Jack Judge honderd jaar geleden al. Dat geldt zeker voor Torrebiarte. Hij reisde vanuit Guatemala naar de Ierse provincie.

Maar nu is de pastoor ‘thuis’. „Is een tiende (of een elfde!) Ierse grootvader reden genoeg om lid te worden van de Kelly-clan?”, had hij geschreven. Hij was op zoek gegaan naar de geschiedenis van een kalende pastoor op een achttiende-eeuws schilderij in zijn kathedraal, Sebastian O’Kelly. En ontdekte zo zijn Ierse wortels.

Nu zit hij in de bus naast zijn verre nicht Meta. Achter hem Tomas. Er zijn Toms in de bus, Michaels en Mikes, Aidans en Alans, Bridgets en Marys, en heel veel Joe’s. Allemaal Kelly’s of Ó Caellaigs. Sommigen komen uit de VS, anderen uit Engeland, Australië of Argentinië. Sommigen uit Galway, in het oosten van Ierland. Of uit Tipperary zelf. „Wij zijn degenen die bleven”, zegt Joe ‘Cav’ Kelly.

Want emigratie is deel van de Kelly-geschiedenis. Net als zoveel andere Ierse families beproefden ze in economisch slechte tijden hun geluk elders. De Ierse regering schat dat er wereldwijd 70 miljoen mensen met Ierse wortels zijn. Dit jaar roept ze haar diaspora op terug te keren naar Ierland, al is het maar voor even.

‘The Gathering’ wordt het genoemd, een jaar met festivals en ludieke evenementen, zoals een dag voor roodharigen, en clanbijeenkomsten van onder anderen de Murphy’s, de McKenna’s en de Duffy’s. Volgens sommigen, zoals acteur en cultureel ambassadeur Gabriel Byrne, is het een manier om rijke toeristen geld uit de zakken te kloppen in een tijd dat Ierland het economisch moeilijk heeft. Anderen roemen het initiatief als voorbeeld hoe je in een geglobaliseerde wereld kunt vieren waar je vandaan komt.

Juist nu is dat in Ierland een prangende kwestie. Sinds 2008 verlaten iedere maand gemiddeld drieduizend Ieren, vooral jongeren, het land. De vrees bestaat dat de meesten niet zullen terugkeren.

„Hoe langer je wegblijft, des te moeilijker wordt het om te remigreren”, zegt hoogleraar Piaras Mac Éinrí van het Irish Centre for Migration Studies van het University College Cork. „Migratie is onze default positie als het sociaal-economisch tegenzit”, vertelt hij. „We zijn een eiland, we exporteren mensen.”

Neem James Kelly. Hij vertrok in 1852 uit Galway naar Sydney. Dat was vlak na de vijf jaar durende Aardappelhongersnood die de bevolking decimeerde. Over het Ierland van toen wordt gezegd dat „er niet genoeg land was om mensen te begraven, niet genoeg bomen om ze op te hangen, en niet genoeg water om ze te verdrinken”. Zijn achterkleinkind Michael M. Kelly, wetenschapper en zesde generatie Australiër, zegt: „Ik denk dat hij gewoon weg moest. Dat deel van Ierland was verwoest. In Australië zochten ze boerenzonen met families. Ze wilden van de strafkolonie een echt land maken. Families kregen gratis overtocht.”

Of misschien had James wel gelezen of gehoord over de goudkoorts in New South Wales. „Over New York waren er negatieve berichten. Daar waren te veel hongersnoodslachtoffers tegelijk aangekomen. Nieuwelingen werden er slecht behandeld.”

De ouders van Mike Kelly, een gepensioneerde oliewerker uit Chicago, gingen wel naar de VS. In 1910 kwam zijn vader aan op Ellis Island in New York. Ook toen was er veel armoede in Ierland, en op het platteland waren er conflicten over landbouwgrond met de Britten. Zes jaar later zouden de Ieren in opstand komen tegen hun overheersers.

Mikes vader belandde in Chicago, waar veel Ieren zaten. Die bezorgden elkaar werk en trouwden onder elkaar. Ook Mikes moeder was Ierse: „Ze ontmoetten elkaar op een Ierse dansavond”, vertelt hij. Nu is hij terug, samen met echtgenote Trudy. Ook een ‘Ierse’.

Zo klinken ze niet. Weinig van de buitenlandse Kelly’s trouwens. „We zijn het wel”, zegt Trudy. „We zijn lid van Ierse organisaties, actief in de kerk waar Ieren naartoe gaan en bij het centrum voor Iers-Amerikaans erfgoed.” Larry Kelly, ook uit de VS en ook met ouders die begin twintigste eeuw vertrokken, zegt: „Pas toen ik hier kwam, voelde ik me echt Iers. Opeens snapte ik waar die ‘cuppa tea’ vandaan kwam, en de liefde voor lamsvlees.”

Voor degenen die zelf vertrokken, is de band met Ierland nog sterker. Joe A. Kelly, die in de jaren vijftig emigreerde, net als 5 procent van de beroepsbevolking, zal altijd voor Leinster juichen bij rugby. „Ierland zit in mijn bloed, mijn genen.” Hij ging naar Engeland, zoals zovelen.

Migratie is vaak definitief, zegt hoogleraar Mac Éinrí. Terugkomen betekende dat je had gefaald. Dat veranderde pas met de generatie uit de jaren tachtig, toen een babyboom leidde tot een banentekort. Alleen al in 1988 vertrokken 70.600 Ieren naar elders.

Veertig procent van hen keerde terug in de jaren 90, toen de Ierse economie opbloeide. Onder hen Frank Kelly. Hij werkte vijftien jaar als bankier in Londen. Doelbewust had hij nauwelijks contact met andere Ieren: „Ik speelde geen hurling, ik roeide.” Maar: „Hoe ouder ik werd, hoe sterker het gevoel dat ik ergens wilde thuishoren.” In 2001 kwam hij terug en vond werk als marketeer. Het enthousiasme en de levendigheid die hij in de jaren 80 miste in Ierland, waren terug.

Tot de crisis inzette. „De huidige generatie denkt dat het alleen maar slechter zal gaan. Ze stemt met de voeten”, zegt hoogleraar Mac Éinrí. Hij ontdekte dat de meeste migranten niet vertrekken omdat ze geen werk hebben, maar omdat ze geen vooruitzichten hebben: „Als leraar of verpleegster heb je hier geen zicht op een vaste baan of promotie.” Pas als er kans is op economische groei, keren ze terug, voorspelt hij.

De jongste generatie emigranten is niet bij de Clan Gathering van de Kelly’s. En dat is het probleem van het hele Gathering-jaar, vindt Mac Éinrí. „Op het vliegveld van Dublin worden bezoekers met Ierse voorouders met open armen ontvangen, op dezelfde plek zwaaien we de jongste generatie uit.”

Volgens hem denkt de regering te lichtvaardig over migratie. „In de jaren 80 zei minister Lenihan: we kunnen niet allemaal op dit kleine eiland wonen. Zo wordt nog steeds gedacht.” In april had staatssecretaris van Werkgelegenheid Perry het nog over emigratie als ‘lifestylekeuze’.

Maar volgens minister van Transport Alan Kelly zijn de huidige migranten nu eenmaal niet de doelgroep van The Gathering. „We wilden de generaties voor wie de afkomst niet zo concreet was bereiken en hun Iersheid doen ontbranden.” Dat heeft niets te maken met groene klavertjes, rode haren of Riverdance – het stereotype beeld dat TheGathering ook oproept. „Welnee”, zegt de minister: „Iersheid is een vorm van kameraadschap. Ieren zijn gelijkmakers. Een Ier zal nooit toestaan dat je naast je schoenen gaat lopen.”

De bustocht van de Kelly’s voert naar Moyglass, diep in Tipperary. Langs de stal waar John Kelly in 1840 twee varkens stal en waarvoor hij naar de strafkolonie Australië werd gestuurd. Daar kreeg hij acht kinderen, onder wie Ned, de beruchte bankrover. Of, zoals de Kelly’s hem liever zien, de vrijheidsstrijder tegen de Engelse overheersing.

De bus wordt tegengehouden. Een overval? Maar daar komt Ned Kelly aan, in zijn beroemde ijzeren masker. Hij redt de clan. Op tijd voor een Guinness in de pub waar zijn voorouders al dronken.