Ook wie dit niet leest, gaat zeker dood

New Scientist, Nederlandse editie. Nr. 1, juni 2013. Maandblad, Veen Media, € 8,50

Het is een van de gruwelijkste verhalen uit de biologie: parasieten die de sturing van het gedrag van een dier compleet overnemen. Een klein leverwormpje dwingt een mier hoog in het gras te klimmen, zodat hij makkelijk wordt opgegeten en de parasiet zich kan verspreiden. Het krabbenzakje (een soort zeepok) laat zelfs mannelijke krabben van geslacht veranderen en wordt door deze onvrijwillige transgenders voortaan verzorgd als een kostbaar bezit. Er zijn vele voorbeelden: de hondsdolle hond die iedereen bijt en zo zijn ziektekiem verspreidt, de liefdevolle zorg van een rups voor de larven van een sluipwesp die hem van binnenuit opeten.

Een heerlijk griezelverhaal vol details schreef de wetenschapsjournalist Bart Braun hierover in de nieuwe Nederlandse editie van New Scientist, een maandblad dat deze week voor het eerst verschijnt. Het is de nieuwste gedaante van het aloude tijdschrift Natuur & Techniek, dat al sinds 1931 bestaat. Of misschien moeten we met deze ingrijpende naamsverandering wel zeggen: bestond. Het ging ook niet echt goed meer met NWT, zoals Natuur & Techniek alweer tien jaar heette. Zo’n dertig jaar geleden haalde het blad nog wel oplagen van 60.000, maar de laatste jaren daalde het gestaag van 18.000 in 2009 tot 15.000 vorig jaar. Zoals zo veel week- en maandbladen kon het niet op tegen de sterk gegroeide bijlagen van de grote kranten. En in het wetenschapsveld verscheen in 2004 ook nog eens de reus Quest, veel vlotter en oppervlakkiger dan NWT, met meer weetjes dan echt nieuws. Maar wel met een oplage die al snel 200.000 was en nu nog altijd 170.000 is. (Ter vergelijking: van de zaterdagkrant waartoe deze bijlage Wetenschap behoort, worden iedere week zo’n 300.000 exemplaren verkocht.)

Nu dan dus New Scientist, dat in de originele Britse versie iedere week opnieuw in een razend tempo tientallen korte en langere berichten (deze week bijna veertig) over de lezer uitstort en ook drie of vier langere verhalen. In die langere verhalen zoekt het blad net iets vaker dan NRC-Wetenschap zou doen de extreme randen van het onderzoek op, vol speculaties en voorzien van een snappy kop. Met achterin de geestige rubriek feedback, waarin een redacteur zich vrolijk maakt over een wasmachinehandleiding, of het bordje op een parkeergarage: Two Cars In, One Car Out. Daar moet zich dus wel een zwart gat bevinden!

Dat niveau heeft de Nederlandse ‘Nieuwe Wetenschapper’ nog niet. Ik tel slechts een twintigtal berichten, maar Braun weet bijvoorbeeld zijn verhaal over de zombiedieren wél goed aan te kleden met het onbewezen vermoeden dat ook mensen wel eens door gedragsparasieten kunnen worden getroffen. De kop is: ‘Ben jij al een zombie?’ Typisch New Scientist, noemen we dat hier. Braver is de artikelenserie over onsterfelijkheid. De ‘echte’ New Scientist had daar nog wel een flinke draai aan gegeven. Bijvoorbeeld: Zonder onsterfelijkheid was de mensheid al lang uitgestorven. Want in een van de stukken wordt onze drang naar eeuwig leven een grote menselijke oerkracht genoemd. Wel weer geestig is de eerste zin van het intro: Wie dit leest, gaat dood.

Helemaal echt New Scientist is het wilde verhaal over domheid dat uiteindelijk uitloopt op de sublieme gedachte dat de domheid van slimme mensen het gevaarlijkst is – en dat ook mooi het verschil beschrijft tussen intelligentie en risicobesef. Het is dan ook één van de verhalen die rechtstreeks uit Londen zijn overgenomen.

Verder lijkt me een mooi groot stuk over Zwarte Gaten én een mooi groot stuk over het Wonder van de Hersenen een beetje te veel van het goede, maar goed, daar staat tegenover dat je een maand over dit tijdschrift mag doen. En dat op een soort weetjespagina over de maan staat dat de maankraters bijna allemaal zijn veroorzaakt door meteorieten, zet me diep aan het denken. Zou dat verwijzen naar de kratertjes van vijf meter breed die twee NASA-sondes een paar jaar geleden achterlieten of is er meer aan de hand? Hendrik Spiering