Onderzoek Huis Doorn

Hoe nuttig het is om Huis Doorn als museum overeind te houden en de doelstelling uit te breiden tot het meer algemene onderwerp ‘Nederland en WO I’ blijkt al meteen uit het artikel Gered Huis Doorn richt zich op gedenken Eerste Wereldoorlog(NRC Handelsblad, 17 mei) waarin de correspondent schrijft: „In 1920, toen de Duitse keizer Wilhelm II op bezoek was bij zijn troepen in België, werd in Duitsland de republiek uitgeroepen.” De keizer is op zondagochtend 10 november 1918 Nederland bij Eijsden binnengekomen en heeft tot zijn overlijden in 1941 ons land niet meer kunnen/mogen verlaten. Hij tekende op 28 november 1918 in Kasteel Amerongen zijn abdicatie, nadat 19 dagen eerder in Berlijn de republiek was uitgeroepen. Over zijn asielverlening, ook in het licht van de ter zake spelende huidige problematiek interessant, is nog veel te onderzoeken. De Duitse diplomaat die het asiel voorbereidde en begeleidde, dr. Roland Köster (1883-1935), is in Nederland (nog) volslagen onbekend. Terwijl hij een Nederlandse moeder had (Annette Dyserinck, 1858-1943) en de eigenaar was van een van de mooiste Veluwse landgoederen, de Hezenberg bij Hattem. Ook de mislukte poging door de Amerikaanse journalist tevens reserve kolonel Luke Lea (1879-1945) om de keizer in de nacht van 4 op 5 januari 1919 uit kasteel Amerongen te ontvoeren, zou best wat meer aandacht in het museum mogen krijgen. Hier blijft trouwens ook het museum Kasteel Amerongen in gebreke. Wanneer Huis Doorn een Nederlands WO I-centrum wordt, kunnen ook het asielbeleid betreffende de vooral Belgische vluchtelingen, de OWers (oorlogswinstmakers) die zich in ‘14-‘18 verrijkten en de problematische voedselvoorziening in die periode – om slechts enkele onderwerpen te noemen – eindelijk de aandacht krijgen die ze verdienen. Ook nog na honderd jaar.

Henk Bouwman

Vorden