‘Onderneming is meer dan winstmachine’

Loek Dijkman wilde priester-arbeider worden, maar maakte zijn fortuin in de verpakkingsindustrie. Hij deed afstand van zijn vermogen. „Ik wil de wereld iets socialer maken.”

Loek Dijkman: „Ik vind dat de onderneming zich moet aanpassen aan de mensen.” Foto David van Dam

Per ongeluk rijk worden – het is Loek Dijkman overkomen. Hij maakte van zijn onderneming in verpakkingsmateriaal, Topa, een miljoenenbedrijf. Na een dienstverband van vijftig jaar neemt hij vandaag afscheid, onder meer met de publicatie van het boek 50 jaar anders ondernemen.

Het boek plaatst kritische kanttekeningen bij het huidige systeem van ondernemen en de dogma’s van het kapitalistische systeem zoals ‘de vrije markt’ en ‘eigenbelang’. „De politiek heeft de markt ruim baan gegeven en geeft – alleen al in Nederland – bijna één miljard euro uit aan toezichthoudende instanties. Hét bewijs dat markten niet optimaal werken”, zegt Loek Dijkman op zijn kantoor in het voormalige weeshuis in Leiden.

„Toen ik als ondernemer begon, was ik ervan overtuigd dat een onderneming meer is dan een winstmachine”, zegt Dijkman. „Wat is winst voor de medewerkers in de onderneming? Wat is winst voor de maatschappij?” Economische activiteit moet, volgens hem, gekoppeld zijn aan „maatschappelijk engagement”. Dat resulteerde vijfentwintig jaar geleden in de oprichting van de stichting Utopa. De stichting bezit alle aandelen van de Topa-Groep. De inkomsten van de stichting bestaan uit de dividenden en de huuropbrengsten van het onroerend goed van de stichting waaronder alle bedrijfspanden van Topa. „De onderneming vervult in de samenleving een rol die verder gaat dan het verschaffen van werk en het maken van winst”, zegt Dijkman. „Ik vind dat de onderneming de winst niet moet uitkeren aan de aandeelhouders, maar aan de samenleving. De winst van Topa wordt aangewend voor het algemeen nut. Ik wil de wereld iets socialer maken.”

Vanuit het weeshuis – voor twee ton gekocht, voor 16 miljoen euro gerestaureerd – worden grote sommen geld geschonken aan ideële stichtingen en initiatieven. Dijkman wil geen bedragen noemen, maar volgens insiders beschikt de stichting jaarlijks over een budget van bijna 10 miljoen euro.

De constructie om het vermogen van een onderneming in een ideële stichting onder te brengen is niet nieuw. In 1889 richtte de vermogende industrieel Ernst Abbe in Jena (Duitsland) de Carl Zeiss Stiftung op. Voor Abbe, zo citeert Dijkman, gold de overtuiging dat „ondernemingseigendom aan strengere ethische maatstaven dient te voldoen en als openbaar goed wordt behandeld”. In Nederland bracht Bernard van Leer – evenals Dijkman ook een producent van verpakkingsmateriaal – in 1949 het ondernemingsvermogen in een stichting ten behoeve van ideële doeleinden.

De 71-jarige Dijkman groeide op in een katholiek middenstandsgezin. Hij wilde in de voetsporen treden van de Fransman Irenaeus Rosier en priester-arbeider worden, maar werd verliefd op de secretaresse van de rector en ontdekte dat een celibatair leven niks voor hem zou zijn. In 1963 begon hij als verkoper in de winkel/groothandel van zijn vader de Touw- en papierhandel Amsterdam (Topa) aan de Herengracht. Medio jaren zeventig nam Loek Dijkman het bedrijf over van zijn vader en werd het assortiment aan verpakkingsmateriaal gestaag uitgebreid. In 1984 richtte hij een technologisch onderzoekscentrum op (het Topa Instituut) – een onafhankelijk testlaboratorium voor productonderzoek en transportsimulatie. Dijkman: „We wilden de hoeveelheid verpakkingsmateriaal voor de klant reduceren, want dat is goedkoper en beter voor het milieu.”

U heeft de aandelen van uw bedrijf ondergebracht in een stichting. Vertrouwt u aandeelhouders niet?

„Mijn argwaan geldt niet alleen voor aandeelhouders in beursgenoteerde bedrijven. Ook mijn eigen aandeelhouderschap in mijn eigen onderneming stond bij mijzelf ter discussie. Wat zou ik doen wanneer ik zou moeten kiezen tussen het belang van mijn medewerkers en het belang van mijn eigen bankrekening? Wat zou ik doen als ik een hoog bod zou krijgen op mijn aandelen? Ik wilde het liefst leiding geven aan een aandeelhouderloze onderneming.”

De aandeelhouder heeft te veel macht?

„Er werd altijd gezegd dat als het goed gaat met de onderneming, het dan ook goed gaat met de medewerkers en de kapitaalverschaffers. Maar door het beleid van Ronald Reagan in de Verenigde Staten en Margaret Thatcher in Groot-Brittannië is de macht van de aandeelhouder toegenomen. Vroeger waren aandeelhouders ook echt houders van aandelen. Tegenwoordig zijn de aandeelhouders geen houders meer, maar handelaren in aandelen. Dus handelaren in kapitaal en arbeid. De belangen van aandeelhouders en werknemers zijn vaak tegengesteld. Dat blijkt ook steeds weer als na een ontslagronde de koers van het aandeel van de sanerende onderneming stijgt.”

Wat is uw definitie van ondernemen?

„Ik vind dat je moet kijken naar het adjectief ondernemend. Het jongetje dat altijd te laat is. Iets doen wat niet mag. Dat is misschien ook wel de essentie van ondernemen: niet op het pad lopen dat al geplaveid is. Ondernemen is verantwoordelijkheid nemen. Verantwoordelijkheid naar je medewerkers en je klanten. Die regel wordt door de grote concerns vaak met voeten getreden. Als ondernemer heb je een zorgplicht voor je ondernemers. Je onderneemt per slot van rekening samen. Een goed geleid bedrijf is als een gezin, waarin een sterk gevoel van loyaliteit en verantwoordelijkheid heerst.”

Hoe vertaalde u dat in uw bedrijf?

„Ik streefde naar een goede sfeer en arbeidsvoorwaarden. En als je dat zou kunnen afmeten aan de periode waarin mensen bij ons werken – gemiddeld zo’n 15 jaar – dan is dat gelukt. Ik vind dat de onderneming zich moet aanpassen aan de mensen. Als iemand ziek wordt pas je zijn functie, en dus de organisatie, aan. Ik heb nog nooit iemand hoeven te ontslaan, behalve mensen die de kluit belazerden.

„Wij zijn een erg vrouwvriendelijk bedrijf, dat betekent dat werk en privé goed zijn te combineren. En wij waren een van de eerste bedrijven die de 36-urige werkweek invoerden. Wij kozen bewust voor die maatregel omdat er meer is dan werk alleen. Iedereen heeft een vaste vrije middag waarop hij andere dingen kan doen dan werken, echte vrije tijd dus.”

Bezit en inkomen. U heeft uw bezit afgestoten naar een stichting, nam u ook genoegen met een laag loon?

„De inkomensongelijkheid in ondernemingen in Nederland is toegenomen; niet zo sterk als in de Verenigde Staten of Engeland, maar toch. In de afgelopen 25 jaar is de verhouding tussen een gemiddeld directeurssalaris en het modale inkomen gestegen van 1:15 naar 1:35.

„Ik zou een lans willen breken om de beloning van directeuren vast te stellen binnen een verhouding tussen het modale inkomen in die onderneming en de beloning van de top. Een verhouding van bijvoorbeeld 1:15. In een onderneming met werknemers met een modaal inkomen bedraagt het inkomen van de directie dan tussen de 500.000 en 700.000 euro. En dat is inclusief bonussen en opties – en al wat we nog meer verzinnen.”

Wat verdiende u bij Topa, en hoe lag de verhouding in uw bedrijf?

„Ik werkte de afgelopen jaren voor 40 procent voor de stichting, dus was mijn inkomen daar ook op aangepast. Maar bij een normaal salaris bedraagt de verhouding 1:10.”

En toch kunt u goed management aantrekken? De redenering van de grote bedrijven is dat ze topsalarissen moeten betalen omdat ze anders geen toptalent kunnen krijgen.

„Met permissie: onzin. Topa is geen ING, maar ik heb deze discussie wel eens gevoerd met ING-topman Michel Tilmant. Hij zei: we moeten wel miljoenensalarissen betalen, want anders loopt onze top weg. Ik zei toen tegen hem: ze vechten elkaar de tent uit om op jouw stoel te komen, en niet voor het geld, maar voor de functie. Het is dringen aan de top.

„De politiek heeft de taak om de publieke opinie te beïnvloeden, maar laat het vreselijk afweten. Als PvdA-premier sprak Wim Kok over ‘exhibitionistische zelfverrijking’. Als commissaris bij Shell geeft hij zijn goedkeuring aan indrukwekkende salarisverhogingen, met de opmerking ‘een duivels dilemma’. Ik zou zeggen: grijp in, neem afstand of stap op. De PvdA heeft het sociale gevoel toch wel voor een deel verkwanseld.”

U bent lid van de PvdA?

„Ik ben geen lid van een politieke partij, maar ik heb wel altijd PvdA gestemd, op twee keer na.”

Toen stemde u?

„D66.”

Wat zouden, volgens de ondernemer Dijkman, de twee prioriteiten moeten zijn voor de politiek?

„Eén: de herverdeling van arbeid. Het is een illusie om te denken dat we ooit nog volledige werkgelegenheid krijgen. Ik zou tegen politici willen zeggen: accepteer dit en verdeel de werkgelegenheid.”

Een 32-urige werkweek, terwijl ze in China het dubbele werken?

„Kortetermijndenken. China wordt het meest moderne en kapitalistische systeem. Die blijven geen 60 uur per week werken.

„Prioriteit twee: de invoering van een basisinkomen. Om de onnodige consumptiedrang te beteugelen en om de hoeveelheid werk beter te kunnen verdelen pleit ik al jaren voor een basisinkomen.”

Dat klinkt als een echo uit de vorige eeuw. In de jaren zeventig zag ‘links’ Nederland het als een middel voor de herverdeling van de arbeidstijd.

„In diezelfde vorige eeuw zijn we door het beleid van Reagan en Thatcher en hun heilige geloof in de werking van het vrije marktmechanisme ver teruggeworpen in het denken.”

Hoe wilt u het basisinkomen financieren?

„De belasting op consumptie verhogen en vervanging van een deel van toeslagen en uitkeringen. Ik ben een voorstander van het Rijnlandmodel; samen dingen doen, samen verantwoordelijkheid nemen. Het gaat langzaam, en dat is niet altijd een nadeel. Het gaat over de vormgeving van de toekomst – en daarin zullen de herverdeling van arbeid en een basisinkomen een prominente plaats innemen.”